Wat duidelijk is hoeft niet waar te zijn

Het afgelopen weekeinde heeft zich een nieuwe vader aangemeld over het hoe en waarom van de morele en materiële ineenstorting van het reëel bestaande socialisme.

Algemeen wordt het debâcle van de leninistische droom toegeschreven aan de onmogelijkheid van die droom zelf: de beoogde nieuwe mens is al maar niet opgestaan, maar wel bleek de dictatuur van het proletariaat een vruchtbare voedingsbodem voor het menselijk tekort, tot uitdrukking komend in corruptie, egoïsme, wanbeheer en cynisme - waaraan het experiment van Stalin en diens opvolgers ten slotte is ten onder gegaan. Naast die algemene explicatie is er de claim van vooral neo-conservatieve Amerikanen dat de tijdens de achtjarige bewindsperiode van president Reagan opgevoerde wapenwedloop de Sovjet-communisten uiteindelijk op de knieën heeft gedwongen.

In Florence heeft premier Lubbers vorige week zaterdag nieuwe verklaringen aangedragen waarvan het de moeite waard is de historische betekenis te onderzoeken. In een rede voor de Europese Universiteit, gehouden in de Jean Monnet cyclus, noemde de premier het mogelijk dat de ineenstorting van de Europese communistische wereld tot op zekere hoogte het gevolg was van het feit dat de Europese Gemeenschap in het midden van de jaren tachtig haar dynamiek had teruggevonden en opnieuw in beweging was gekomen. Behalve het succes van de Gemeenschap noemde Lubbers ook het zogenoemde Helsinki-proces dat zijns inziens waarschijnlijk een belangrijke bijdrage had geleverd tot de ineenstorting van het communisme. Dat proces beoogde een verbetering van de mensenrechten in het Sovjet-imperium, economische samenwerking tussen West en Oost en wapenbeheersing.

Doordat Lubbers heeft verzuimd zijn interessante stelling uit te werken en doordat hij, na haar te hebben opgeworpen, onmiddelijk is overgegaan op het hier en nu van de Europese samenwerking in de wijdste betekenis van dat begrip, zijn zijn bijbehorende argumenten voorlopig (?) onbekend gebleven. Mogelijk heeft hij gedacht dat de verklaring nogal voor de hand ligt. En als dat zo zou zijn, mag op deze plaats wel een eigenwijze poging tot verklaring worden gedaan.

Als we hetzelfde doen wat Lubbers waarschijnlijk heeft gedaan, namelijk terugredeneren vanuit de wijsheid achteraf, is er wel wat voor te zeggen dat de nieuwe Europese dynamiek bij de leiders en het kader in het Sovjet-imperium het een en ander heeft losgemaakt. Ten slotte zien we nu welke enorme aantrekkingskracht die "ene Europese markt' op de omliggende landen, niet-communistische en voormalig communistische, uitoefent. Het totstandkomen van de Europese ruimte tussen Europese Gemeenschap en Europese Vrijhandelszone, het dringen voor het loket waar de communautaire lidmaatschapskaarten straks worden uitgereikt, de pressie van de Oosteuropese staten om op die "ene markt' door te dringen, het zijn voor zichzelf sprekende verschijnselen.

Maar wat achteraf duidelijk is, behoeft dat vooraf niet geweest te zijn. Het kan even goed gaan om een toevallige samenloop van omstandigheden: het Sovjet-communisme wankelt om verschillende redenen, er wordt een poging gedaan om in eigen beheer een oplossing te zoeken (glasnost en perestrojka) en wanneer die oplossing zich op die manier niet aan de werkelijkheid laat ontwringen, grijpt de drenkeling naar alles wat binnen zijn bereik is: contact met en steun vanuit het buitenland.

Wat misschien voor Lubbers' - toegegeven: voorzichtige - stelling pleit is Gorbatsjovs pleidooi destijds voor het "nieuwe denken' in de buitenlandse politiek en voor de bouw van het "Europese Huis'. Maar als we die begrippen zouden aanvoeren als bewijsvoering voor de stelling van de premier plaatsen we ze toch eerder in de context van de actualiteit dan in de periode dat zij populair waren. Weliswaar lanceerde Gorbatsjov zijn ideeën over de noodzaak van nieuwe internationale relaties vanuit de erkenning dat het traditionele Sovjet-isolationisme en de vijandigheid ten opzichte van het Westen contraproduktief waren gebleken, maar dat betekende nog niet dat hij de Europese Gemeenschap toen al zag als een van de weinige reddingboeien die hem waren gebleven. Er moest immers nog veel veranderen.

Tegenover de stelling van Lubbers dat het nieuwe elan van de Europese Gemeenschap vanaf midden jaren tachtig een autonome invloed zou hebben gehad op wat er vervolgens in Midden- en Oost-Europa is gebeurd, kan worden aangevoerd het axioma dat de Duitse hereniging de wezenlijk beslissende factor is geweest voor de tegenwoordige aantrekkingskracht van de Gemeenschap op de rest van Europa. En die hereniging was noch aan de ronde tafel van Europese industriëlen die het nieuwe elan van die ene Europse markt pousseerde, noch door Gorbatsjov voorzien, toen hij de wereld zijn belijdenis van het nieuwe denken en het Europese Huis voorhield. Integendeel, die hereniging kwam er tot veler verrassing in Oost en West toen Gorbatsjov voor zichzelf had vastgesteld dat de Sovjet-hegemonie in Oost- en Midden-Europa niet langer kon worden gehandhaafd en dat het Europese Huis in de architectuur die hij zich had gedacht zich niet meer liet bouwen. Als de "revolutie' van boven dan niet door het nieuwe Europese elan is losgemaakt, kan nog altijd de gedemonstreerde rebellie van de straat daardoor zijn geïnspireerd. Maar dat veronderstelt een graad van "sophistication' bij de bevolkingen van de Oosteuropese staten die geen hoge realiteitswaarde kan worden toegekend. Zeker, de welvaart in West-Europa was bekend in Midden- en Oost-Europa, in het bijzonder in de direct aangrenzende gebieden waar westerse televisie kon worden ontvangen en onder intellectuelen en technocraten die het vergund was naar het Westen te reizen. Die wetenschap is van betekenis geweest, vooral voor de latere exodus van de DDR naar de Bondsrepubliek en het krachtig uitgesproken verlangen van de Oostduitsers tot hereniging toen zij daartoe eenmaal de kans kregen. Maar deze materiële aantrekkingskracht van West-Europa bestond al veel langer en was niet aanzienlijk toegenomen door het elan van die nieuwe ene markt.

Is het Helsinki-proces, de tweede aanwijzing voor Lubbers dat het tegenwoordige succes van Europa zijn schaduwen al jaren vooruit heeft geworpen, van belang geweest? Dat proces heeft "pockets' van intellectuelen en kunstenaars in de Europese communistische wereld ertoe geïnspireerd stand te houden. Maar toen bijvoorbeeld Gorbatsjov Sacharov uit ballingschap terugriep, deed hij dat omdat hij meende het "Helsinki-proces' te kunnen gebruiken voor zijn specifieke doeleinden. Die doeleinden toonden overigens geen overeenkomst met de uitkomst die we vandaag zien.

Het is niet uitgesloten dat premier Lubbers in zijn analyse oorzaak en gevolg heeft verwisseld.

    • J.H. Sampiemon