Vleeskeuring

VRIJWEL VEERTIG PROCENT van de rechterlijke macht stemt volgens een deze week gepubliceerde enquête van het weekblad Vrij Nederland op D66.

Zie je wel, zegt het CDA-Kamerlid Van den Burg. Hij baarde eerder dit jaar enig opzien met een pleidooi voor meer greep van de Tweede Kamer op benoemingen in de Hoge Raad. Zijn eerste aanleiding was een beweerde oververtegenwoordiging van D66. Maar Van den Burg wilde het niet al te zeer politiek toespitsen. Hoofdzaak was beter te weten wat voor vlees men in de kuip heeft.

Voor deze vleeskeuring - zoals het al gauw ging heten - vindt Van den Burg naar het zich laat aanzien nu brede steun in de vaste Kamercommissie voor justitie. Deze is van plan aan te dringen op meer informatie over kandidaten voor de Hoge Raad, inclusief een gesprek met de nummer één op de lijst. Politieke voorkeur hoeft daarbij niet aan de orde te komen, het gaat om eventuele nevenfuncties alsmede de beweegredenen van de kandidaat.

VEEL BETER WORDT het er daarmee niet op. De bijgestelde formule van Van den Burg neemt de vrees niet weg dat het CDA wordt gedreven door zorg over het tanen van de traditionele confessionele aanhang binnen de derde macht in de staat - of is het de afbrokkeling van een vroegere oververtegenwoordiging? De politieke maatstaf is in elk geval te simpel, al was het alleen omdat stemgedrag slechts een momentopname is en trouwens weinig zegt over de intensiteit van de politieke belangstelling. Uit de enquête blijkt dat slechts weinig rechters ook lid zijn van een politieke partij. En dan nog: wat is - om een actuele controverse te noemen - een D66- of een VVD-uitspraak over de verplichte aids-test? De betrokken partijvergadering zelf is waarschijnlijk verdeeld.

De politieke maatstaf dient dan ook niet in vermomming te worden ingevoerd door kandidaten voor de Hoge Raad de nieren te proeven over hun persoonlijke opvattingen met betrekking tot bijvoorbeeld levensbeëindiging op verzoek of de doodstraf. Zes procent van de rechters is volgens de enquête van Vrij Nederland persoonlijk vóór dit laatste - hoewel Nederland de doodstraf al in 1870 heeft afgeschaft. Wat ons betreft is dat zes procent te veel, maar het valt moeilijk vol te houden dat een dergelijke uitslag van een rechterlijke meningspeiling een zinnige invalshoek vormt voor een discussie over de strafmaat in ons land.

HET STRAFKLIMAAT spreekt uit de vonnissen en de gronden waarop deze berusten. Beide zijn vatbaar voor discussie, een kritische discussie wat ons betreft. Het is echter heilloos argumenten te verwisselen voor personen. Dat is nu net de strekking van de door het CDA geïnstigeerde roep om meer betrokkenheid bij (hoge) rechtersbenoemingen. Deze is immers persoonsgericht. De Kamer roept daarmee nodeloos een spookbeeld op van Amerikaanse toestanden à la rechter Thomas dat ten koste dreigt te gaan van een gewenste en nuttige bemoeienis met het algemene kader voor rechtersbenoemingen in dit land.

Een duidelijk punt van zorg vormt de verhouding tussen “eigen kweek” in de rechterlijke macht - instroom via de opleiding van rechterlijke ambtenaren voor juristen beneden de dertig jaar - en de zogeheten buitenstaanders, juristen van boven de dertig met maatschappelijke ervaring. Deze verhouding is thans fifty-fifty. Wie zich bezorgd maakt over het maatschappelijke draagvlak van de rechterlijke macht kan zich beter richten op deze verhouding dan op de achtergronden van kandidaten voor het hoogste rechtscollege, waarvan de juridische kwaliteit tot dusver niet werkelijk ter discussie staat.

DE ROEP OM uitbreiding van de rechterlijke macht maakt het voor het departement van justitie verleidelijk gebruik te maken van een ruim aanbod aan raio's (rechterlijke ambtenaren in opleiding). Daar komt een hele selectieprocedure aan te pas, maar het blijft gissen naar het rechterlijke potentieel van de jonge kandidaten in de brede zin die de Kamercommissie thans kennelijk voor ogen staat. Het relatief hoge percentage mensen die veelal zo van de universiteit voor het leven de rechtspraak instappen moet wel bijdragen aan tunnelzicht en verambtelijking van het rechterlijke korps.

Laat de Kamer zich daar nu eens over buigen - dan komt de Hoge Raad vanzelf wel.