Verzet tegen bezuinigingen van WVC op cultuurbeheer; Museumdirecteuren "komen in opstand'

AMSTERDAM, 31 OKT. De Nederlandse musea, archieven en monumenten, geconfronteerd met een “enorme achterstand in beheer en behoud”, zoals minister Hedy d'Ancona vorige week opnieuw benadrukte, hebben de afgelopen jaren hun budget alleen maar zien slinken. De veertig miljoen gulden, toegezegd in het kader van het Deltaplan, zet nauwelijks zoden aan de dijk. Na beëindiging van deze niet-structurele bijdrage in 1996, ontvangt de sector Cultuurbeheer zelfs tachtig miljoen gulden minder dan in 1983.

“Wij hebben ons altijd gedragen als morrende "civil servants', ambtenaren die braaf en fatsoenlijk wilden zijn. Dat gaat nu veranderen: De "civil servants' hebben zich verenigd. Zij leren voor zichzelf op te komen, ze komen zelfs in opstand”.

Henk van Os, directeur van het Rijksmuseum, en Gerrit Veeneman, directeur van het Rijksmuseum Boerhaave in Leiden, zijn boos over de recente plannen van minister Hedy d'Ancona van WVC om de voorgenomen 4,5 miljoen gulden aan bezuinigingen op de podiumkunsten te verschuiven naar de sector cultuurbeheer, waaronder de musea, archieven, monumenten en de archeologie ressorteren.

In de vorige week gepresenteerde adviesaanvraag inzake de subsidie-verdeling in het nieuwe Kunstenplan 1993-1996 hamert de minister flink op het belang van cultuurbehoud. Gezien de achterstand van ruim een miljard gulden - registratie, conservering en restauratie van collecties en achterstallig onderhoud van gebouwen - dient deze sector alle prioriteit te krijgen.

Veeneman: “Maar in feite wordt er van de veertig miljoen gulden die voor het inhalen van de achterstanden beschikbaar is gesteld, steeds meer afgeknabbeld. De rijksmusea moeten nu ineens zelf de 2,2 miljoen gulden voor "versterking bedrijfsvoering', zeg maar advieskosten, voor onze de toekomstige verzelfstandiging betalen. Dat bedrag dient te worden afgetrokken van die veertig miljoen. Een typisch voorbeeld van opportunistisch beleid”

Henk van Os: “Voordat het definitieve kunstenplan in de Tweede Kamer wordt besproken is het de minister zelf die het nu al amendeert. Het is een belediging van de politiek dat elke discussie ontbreekt. Het Deltaplan heeft binnen de rijksmusea veel op zijn kop gezet. Er moest hard worden gewerkt aan alle mogelijke inventarisaties. Als nu blijkt dat die inspanningen niet beloond worden, dat beloften niet worden nagekomen, dan werkt dat zeer demotiverend.”

De waakzaamheid bij musea ten opzichte van de politiek groeit, menen beide museumdirecteuren. In het verleden geneerden zij zich voor de kreten van de lobby van de podiumkunsten. “De rijksmusea gedroegen zich liever netjes, ze knorden wat bij de broodheren ten departemente. Geknor dat niet doordrong tot de politiek”, aldus Van Os.

Een ieder had de neiging niet verder te kijken dan zijn eigen museum, want het werk was nu eenmaal leuk en gecompliceerd. Van een georganiseerde lobby kwam niet veel terecht. “Wij waren de linkerarm van de minister. Ons personeel was in haar dienst. Daarom vonden we het ongepast om je eigen baas een schop te geven”, volgens Veeneman. “Maar nu in deze tussenfase de musea en andere rijksdiensten op eigen been leren staan, dreigt de linkerarm een medestander, en de rechterarm een tegenstander te worden.”

Onbetrouwbaar

Henk van Os en Gerrit Veeneman spreken in de hoedanigheid van voorzitter en secretaris van het deze zomer opgerichte Instellingen-Overleg, een overkoepelend orgaan van 22 rijksmusea en rijksinstellingen. Met hun op handen zijnde verzelfstandiging - de eerste vier musea staan over anderhalf jaar op eigen benen - worden de handen ineen geslagen. Straks sluit het ministerie met hen vierjaarlijkse contracten af: “Als de overheid een onbetrouwbare partner blijkt te zijn, zijn we mooi in de aap gelogeerd”, meent Van Os; vandaar de eendracht.

Ter illustratie van het “flodderige WVC-beleid” legt Veeneman intrigerende becijferingen op tafel, gebaseerd op de recente WVC-notitie "Koersen en stremmingen'. Het budget voor de podiumkunsten is in de periode 1983-1990, met 83 miljoen gestegen naar 225 miljoen gulden. De sector Cultuurbeheer daarentegen laat van 1983 tot 1990 een budgetdaling zien van 25 miljoen, van 354 miljoen in 1983 naar 329 miljoen gulden in 1990, en in 1996, als de niet-structurele Deltaplan-bijdrage van veertig miljoen komt te vervallen, ontvangen de musea, archieven en monumenten niet meer dan 274 miljoen gulden. “Bovendien blijkt dat uit het budget van Monumentenzorg het herstel van de museumgebouwen wordt gefinancierd. Wij krijgen dus een sigaar uit eigen doos”, volgens Veeneman.

Beide museumdirecteuren zijn eveneens verbolgen over het vervallen van een door WVC toegezegd aankoopfonds. Oud-directeur Simon Levie van het Rijksmuseum sprak in september 1989 bij zijn afscheid verbitterd over het geringe budget van toen 2,4 miljoen - nu 3,3 miljoen gulden -, een budget waar alle achttien rijksmusea voor hun aankopen uit moeten putten. Henk van Os: “Rudi Fuchs is dus prima af met zijn 500.000 gulden. Het kan niet beter. Zijn probleem is vele malen kleiner dan dat van bijvoorbeeld het Rijksmuseum. Dit conglomeraat van vijf kleinere musea heeft in totaal nog geen miljoen gulden aan aankopen te besteden”.

CAO

Het nieuwe Instellingen-Overleg buigt zich als werkgeversoverleg over zakelijke en inhoudelijke facetten van de rijksmusea en -diensten, zoals de toekomstige programmering van tentoonstellingen, marketing, educatieve diensten, arbeidsvoorwaarden en af te sluiten CAO.'s, want de ambtenaren van nu zijn de bedrijfs-medewerkers van straks.

“Wat het tentoonstellingsaanbod betreft is het natuurlijk te gek voor woorden dat in een klein land als Nederland binnen één jaar omvangrijke tentoonstellingen worden gewijd aan Rembrandt, Frans Hals, Nederlandse kunst uit Amerikaans bezit en Schatten uit China. Dat is teveel voor een doelgroep, zegt Van Os. “Wij moeten een landelijk beleid voeren om tot een evenwichtige planning te komen en wij zullen meer aandacht gaan besteden aan de vaste collecties. Weet men bijvoorbeeld dat het Rijksmuseum de derde kunstnijverheidscollectie ter wereld in huis heeft? Waarschijnlijk niet. Jammer, dat het zo moeilijk is om het publiek juist voor dat eigen museumbezit te interesseren. Rudi Fuchs heeft in het Haags Gemeentemuseum een schitterende renovatie in de opstelling van de eigen collectie doorgevoerd, de mooiste van het land. Er komt alleen niemand naar kijken”.

Veeneman: “Niet elk rijksmuseum realiseert zich het belang van het Instellingen-Overleg. Iedereen voelt zich voorlopig rijk en blij straks baas in eigen huis te zijn. Maar op langere termijn zal de onderlinge samenwerking van steeds groter belang worden. Dankzij de lobby van de podiumkunsten hebben wij ontdekt dat het loont om gezamenlijk te 'schreeuwen' in de richting van de minister. Zij zal nog veel van ons horen.”