Verdeel Jeruzalem in drie zelfstandige delen

De leiders van de Israelische Likud-partij komen steeds terug op een politieke redenering die iets van een syllogisme, van schijnbaar onweerlegbare logica. Zij luidt: "Er bestaat een uiterst brede nationale consensus over de eenheid en ondeelbaarheid van Jeruzalem onder Israëlische soevereiniteit. De Palestijnen zullen in geen geval hun aanspraak op soevereiniteit over Oost-Jeruzalem laten vallen. Alleen al daarom kunnen we met hen dus nooit tot een vredesverdrag komen en is de huidige status quo in feite de enig mogelijke.'

Tegenover deze redenering die duidelijk door de realiteit gestaafd wordt, stellen de optimisten in het vredeskamp ontwijkende antwoorden als: "Indien wij op de vredesconferentie op alle andere punten overeenstemming bereiken met de Palestijnen, zal ook het probleem Jeruzalem - bewaard voor het laatst - geen struikelblok zijn.' Vanzelfsprekend laten zij in het midden hoe dat laatste probleem dan zal worden opgelost. Anderen proberen het probleem te verdringen in de wetenschap dat de soevereiniteitskwestie uiteindelijk wel zal worden opgelost, maar voorlopig liever onbesproken blijft in deze dagen van nationalistische strijd.

In de kwestie-Jeruzalem is het van het allergrootste belang precies te definiëren welk gebied elke partij op het oog heeft. Het "ongedeelde' of "verenigde' Jeruzalem bestaat eigenlijk uit drie aparte delen:

1. Het joodse West-Jeruzalem van voor de Zesdaagse Oorlog, gedurende negentien jaar de hoofdstad van Israel waar alle belangrijke nationale monumenten en instellingen zijn geconcentreerd: de Herzlberg, het Holocaustmuseum Yad Vashem, de Knesset, de ministeries en de presidentiële woning. Bij dit Jeruzalem zouden misschien alle nieuwbouwwijken op de omringende, in 1967 veroverde heuvels gevoegd kunnen worden; 2. Oost-Jeruzalem, bestaande uit alle Arabische gebieden buiten de oude stadsmuur. Hier wonen tegenwoordig ongeveer honderdertigduizend Palestijnen; 3. De ommuurde Oude Stad. Hier wonen vandaag de dag zo'n vijfentwintigduizend mensen onder wie vijfduizend joden en twintigduizend Arabieren. De Oude Stad is volgens een religieuze sleutel verdeeld in vier wijken: een joodse, een islamitische, een Armeense en een christelijke.

Het volgende model zou degenen die serieus een eind willen maken aan het Israelisch-Palestijnse conflict een oplossing kunnen bieden voor de kwestie-Jeruzalem: Het joodse West-Jeruzalem van voor de Zesdaagde Oorlog, uitgebreid met de joodse nieuwbouwwijken die geannexeerd zijn bij Groot-Jeruzalem, blijft de hoofdstad van Israel zoals het dat geweest is sinds de oprichting van de staat in 1948; Het Arabische Oost-Jeruzalem buiten de muren wordt de hoofdstad van de Palestijnse staat of van de Palestijnse deelstaat van een eventuele Jordaans-Palestijnse federatie; De Oude Stad, het hart van het historische Jeruzalem wordt onttrokken aan iedere nationale soevereiniteit. Het wordt geplaatst onder religieuze soevereiniteit van de joden, waaraan ook deelgenomen wordt door de islam en het christendom, de twee grote monotheïstische godsdiensten die uit het jodendom zijn voortgekomen.

De bedoeling is van de ommuurde Oude Stad met haar vier wijken (een grondgebied van ongeveer honderd hectare) een stadstaat te maken als het Vaticaan. Desgewenst kan het Daticaan of Aticaan genoemd worden (naar het Hebreeuwse dat = godsdienst of het Hebreeuws-Arabische atiek = oud). Het zal een uitgesproken supranationaal karakter krijgen en de drie grote godsdiensten zullen er hun beste krachten in steken om het centrum en de bakermat van het monotheïsme tot een religieus kleinood te maken. Het gebied wordt dus van een nationalistische twistappel tot een geestelijk centrum. Hoewel inwoners van beide volken er zullen blijven wonen en hun normale dagelijkse leven zullen leiden, vormt het onderhoud en de verheerlijking van de heilige plaatsen van de drie grote godsdiensten de essentie van zijn bestaan. Het spreekt vanzelf dat heel dit gebied een betoverende trekpleister zal worden voor talloze toeristen en pelgrims. Het wordt dan beheerd door een bijzondere autonome raad onder leiding van vertegenwoordigers van de joodse godsdienst (bepaald niet alleen Israeliërs) die samenwerken met vertegenwoordigers van het christendom en de islam (bepaald niet alleen Palestijnen). Dit bestuurslichaam zal beschikken over eigen politie en een eigen rechtbank. Voor de inwoners zal een eigen grondwet gelden.

Het vlagvertoon en de nationalistische provocaties op de heilige plaatsen, die dagelijks plaatsvinden op het plein voor de Klaagmuur, in de Al Aksa-moskee en niet in de laatste plaats in de Grafkerk en andere kerken zullen wijken voor de godsdienst en het geloof: in de allereerste plaats de joodse godsdienst, de moeder van de monotheïstische religies met aan haar zijde haar groot geworden dochters. Die zullen zich in het oude huis van de kleinere, maar niet minder resolute en hardnekkige moeder beleefd moeten gedragen.

Een van de problemen bij de omvorming van de Oude Stad tot een luisterrijk geloofscentrum voor de drie grote godsdiensten, is het ontbreken van een centraal heiligdom voor de joden dat in architectonische en inhoudelijke waarde vergelijkbaar is met de moskeeën op de Tempelberg en de Heilige Grafkerk die overigens restauratie en renovatie toe is. Ik heb al eerder gewezen op de problematiek van de Klaagmuur als nationaal en religieus symbool. Dit architectonisch povere, marginale overblijfsel van een oud complex dat bijna tweeduizend jaar geleden is verwoest, ligt absurd dicht bij de Tempelberg waar het eens deel van uitmaakte. Nu lijkt het (in ieder geval vanuit nationalistisch oogpunt) met die Tempelberg te vloeken. De Getrouwen van de Tempelberg vormen politiek gezien misschien een marginaal groepje in de Israelische maatschappij, maar brengen desalniettemin een diep, reëel element van het Israelische gevoel van frustratie en onvolledigheid tot uitdrukking.

Hier zijn we nu, teruggekeerd naar ons vaderland. We hebben onze soevereiniteit hersteld, maar op de plek die we beschouwen als het hart van ons nationale en historische wezen, staat iets dat haar tegenspreekt. Vroeg of laat zullen dus, in geval van een nationale crisis de idioten gevonden worden die de moskeeën op de Tempelberg met de grond gelijk proberen te maken om die plek in zijn oude luister te herstellen, zelfs ten koste van een verschrikkelijke oorlog met de hele islamitische wereld. Daarom is het verstandig een nieuw gebouw op te trekken dat de religieuze exclusiviteit van de verwoesting, gesymboliseerd door de Klaagmuur, zal neutraliseren en verzachten. Een gebouw dat kan dienen als een soort tijdelijke of tijdloze vervanging van de Tempel - die pas herbouwd wordt met de komst van de Messias - ; een geestelijk centrum van positieve en rijke, culturele en religieuze activiteit die kan dienen als een spirituele en creatieve complementering van het pessimistische, statische stilstaan van de joden voor de harde, kale steenmuur. Dit nieuwe, bijzondere gebouw kan fungeren als een heilige joodse plaats waarbinnen de Klaagmuur zou kunnen worden opgenomen, en kan zich als een eerste onder gelijken meten met de beide moskeeën op de Tempelberg en met de Heilige Grafkerk.

De natuurlijke plaats voor de bouw van deze "voortempel' zou niet ver van de oorspronkelijke Tempel kunnen zijn: de stad van David. Deze indrukwekkende archeologische vindplaats kan ongedeerd blijven als het wordt overwelfd met een prachtig gebouw dat het oude en het moderne in zich verenigt en het monotheïstische karakter van de joodse godsdienst symboliseert. Om de zoveel weken komen nu de Getrouwen van de Tempelberg in botsing met de Israelische politie als ze proberen binnen te dringen op het gebied van de voormalige Tempel. In plaats daarvan zouden zij en al degenen die met weemoed en leedwezen verlangen naar de verwoeste Tempel ten minste gedeeltelijke troost vinden in het nieuwe bouwwerk dat opgericht wordt op luttele meters afstand van die voormalige Tempel. De eertijdse eredienst met de zoen- en brandoffers wordt naar de beste traditie van het postbijbelse jodendom vervangen door creatieve kunst en kunstnijverheid.

Voor dit plan is goede wil, compromisbereidheid, tolerantie en creatieve fantasie nodig. Intussen beperkt de creatieve fantasie van beide partijen zich tot de vraag hoe het mes beter te verbergen dat in het hart van de joodse voorbijganger in de straten van de Oude Stad wordt gestoken of hoe een Arabisch gezin uit zijn huis te zetten om er een talmoedschool te vestigen voor onlangs tot de orthodoxie bekeerde joodse rechtlijnigen.

Een passende, eerzame oplossing voor de Oude Stad door de nationale soevereiniteit te vervangen door religieuze trouw, zal het gevaarlijkste en meest problematische kruitvat in het Israelisch-Palestijnse conflict onschadelijk maken. Dan zal ook het probleem van het Jeruzalem buiten de stadsmuren gemakkelijker oplosbaar blijken voor beide partijen. Misschien zal dan ook de dwingende, fatalistische logica van de Likud-aanhangers niet meer zo logisch zijn.

Dit artikel, vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt, verscheen in het Israelische dagblad "Yedi'ot Acharonot'.