Schedel blijkt niet afkomstig van mens uit de prehistorie

ASSEN, 31 OKT. Een schedel uit de collectie van het Drents Museum, afkomstig van amateur-archeoloog Tjerk Vermaning, is niet zevenduizend maar slechts enkele honderden jaren oud.

De schedel werd in 1970 door bouwvakkers gevonden in een bouwput in Smilde en aan Vermaning gegeven. Die dacht met de resten van een Neanderthaler van doen te hebben en schatte de ouderdom van de schedel op 40.000 jaar. In dat geval zou het om één van de oudste ooit in Nederland gevonden schedels gaan.

Vanuit wetenschappelijke hoek rezen echter twijfels over de geschatte ouderdom van de vondst. Prof.dr. H.T. Waterbolk van het Biologisch Archeologisch Instituut in Groningen betoogde dat de schedel veel jonger moest zijn, aangezien een schedel nooit 40.000 jaar in zand bewaard zou zijn gebleven.

In 1982 pasten drie onderzoekers een stikstof-analyse toe op de incomplete schedel. Zij dateerden de overblijfselen op 9000 voor Chr., uit het Mesolithicum.

Na de dood van Vermaning in 1987 kocht het Drents Museum de schedel aan van zijn dochter. Volgens archeoloog dr. W. van der Sanden van het Drents Museum gebeurde dat met de bedoeling het bot aan een nieuwe dateringsmethode te onderwerpen. “Wij hebben altijd getwijfeld aan de interpretatie van het onderzoek uit 1982, gezien het relatief hoge stikstofgehalte van het botmateriaal. Hoe ouder een schedel is, hoe minder stikstof hij bezit. Die lekt in de loop der eeuwen weg.”

De schedel, die al die tijd in het depôt van het Drents Museum lag, werd opgestuurd naar de universiteit van Uppsala in Zweden en gedateerd met de C-14 methode, waarbij het gehalte radio-actieve koolstof wordt gemeten. Hieruit bleek dat het voorwerp stamt uit de periode 1288 tot 1634 na Chr. Volgens Van der Sanden is er bij Vermaning, die indertijd werd beschuldigd van vervalsing, geen boze opzet in het spel geweest. Hij sluit niet uit dat de resten van de schedel uit de bovenlaag van de grond komen en van elders zijn aangevoerd.