Rotterdam: discussie over meisjesschool

ROTTERDAM, 31 OKT. In Rotterdam moet een discussie op gang komen over de wenselijkheid van aparte meisjesscholen in de gemeente. Het college van B en W schrijft dit in een emancipatienota die de gemeenteraad vanavond bespreekt.

Het college vermoedt dat de vorming van aparte meisjes- en vrouwenvakscholen kan helpen de achterstandspositie van vrouwen weg te werken. Ook gaat het ervan uit dat met name islamitische meisjes gemakkelijker naar school gaan als zij op meisjesscholen terecht kunnen. Volgens hun geloof en cultuur zouden veel van deze meisjes geen gemengde scholen mogen bezoeken.

In Nederland bestaat nog één aparte meisjesschool. Dat is in Den Haag de Johanna Westermanschool, een "algemeen bijzondere' school voor voortgezet onderwijs. Als schoolsoort is het meisjesonderwijs (in de vorm van de MMS) bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 verdwenen.

In het openbaar onderwijs zijn formeel geen aparte meisjesscholen mogelijk: openbare scholen moeten elke leerling die voldoet aan de zogeheten objectieve eisen (zoals leeftijd en vermogens) toelaten. Hooguit zou een openbare school die leerlingen mogen weigeren waarvan het bestuur verwacht dat aanname leidt tot verstoring van de orde.

Het hoofd van de dienst onderwijs van de gemeente, S. Jonker, erkent dat het oprichten van een openbare meisjesschool "balanceren op de grens van de wet'' is. Als ouders jongens aanmelden moeten die worden toegelaten. Volgens Jonker is het zelfs de bedoeling openbare islamitische meisjesscholen op te richten.