Purper straalt allure uit in inventieve show

Voorstelling: ...en dat is negen! door Purper (Erik Breij, Frans Mulder, Alfred van den Heuvel en Hans van der Woude). Regie: Frans Mulder. Gezien: 30-10 in de Schouwburg, Leiden.

Zo onvoorspelbaar en zo onevenwichtig als Purper bestaat in de amusementssector nauwelijks enig ander gezelschap. Elf jaar geleden een verrassend close harmony-kwartet met absurde terzijdes, later met niet passende gastspelers in een artistiek slop geraakt, steeds stuurlozer geworden, maar vorig seizoen opeens weer iets hechter. En de première van gisteravond straalde zelfs een allure uit, die ik in geen jaren meer bij Purper heb gezien. Weg zijn de ego-trips die het steeds van samenstelling wisselende ensemble in een impasse brachten, terug is de samenhang.

Purper omvat dit seizoen, naast mede-oprichter Erik Breij, voor de zesde keer Frans Mulder, voor de derde keer Alfred van den Heuvel en voor het eerst Hans van der Woude. Hij brengt de krachtige, theatrale uitstraling in die de groep allang ontbeerde. Soli zijn er bijna niet meer bij. Gezamenlijk brengen de vier in rokkostuum gehulde heren een fraai gecomponeerde opeenvolging van gave cabaretliedjes, inventieve potpourri's, meerstemmige mooizingerij en malicieuze samenspraken - gesoigneerd, soms zelfs enigszins geparfumeerd vermaak dat aangenaam herinnert aan het oude, unieke Purper.

Van der Woude en Mulder schreven de meeste teksten, Breij componeerde en verrichtte het weefwerk voor de medley's en Van den Heuvel is op zijn best in twee flegmatieke mime-nummers uit de Mr. Bean-programma's van de Engelse droogkomiek Rowan Atkinson. Hoewel hij het rubberen hoofd van Atkinson ontbeert, biedt hij er een mooi verbaasde blik voor in de plaats. In de eerste helft lijden enkele scènes nog aan creatieve bloedarmoede, maar daarna staat ieder nummer op de juiste plek. Tot en met een hoogst aanstekelijke finale over de kolderteksten in de Nederlandse volksliederenschat, die een hoogtepunt in de Purper-traditie mag heten.

    • Henk van Gelder