"Privatiseren rijksmuseum is succes-formule'

ARNHEM, 31 OKT. De formule van privatisering van rijksmusea werkt. Er blijkt efficiënter te worden gewerkt: de betrokkenheid van medewerkers groeit wanneer een instelling voor een deel ook afhankelijk is van eigen inkomsten. Bovendien wordt veel tijd gespaard nu plannen voor veranderingen of investeringen niet meer eerst door de ambtelijke molen hoeven.

Dat zei directeur J. Vaessen van het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) in Arnhem gisteren bij de afsluiting van het eerste seizoen na de privatisering begin dit jaar. Het NOM is het eerste geprivatiseerde rijksmuseum in Nederland.

Het bezoekersaantal steeg van 314.000 in 1990 naar 370.000 dit jaar, wat zorgde voor 200.000 gulden extra aan entree-opbrengsten. Een besparing op de uitgaven verdubbelde dit bedrag aan "extra winst' op de begroting nog eens. Van het rijk blijft het museum jaarlijks 7,5 miljoen gulden subsidie ontvangen, dat naar eigen inzicht kan worden besteed. Bovendien was er in dit startjaar de "bruidsschat' van het rijk: 12 miljoen, bestemd voor achterstallige investeringen en onderhoud.

Vaessen kondigde aan door te zullen gaan met de intensieve promotie, onder andere op de Duitse markt. Er is een plan voor de bouw van een binnenmuseum bij de ingang van het terrein, waardoor ook in het winterseizoen exposities kunnen worden gehouden. Binnen dit nieuwe gebouw wordt ook de horeca uitgebreid. De directie wil een proef gaan nemen met het aanbieden van arrangementen in samenwerking met hotels, bungalowparken, streekvervoer en de VVV.

Voor het volgend seizoen (van april tot november) staan nieuwe activiteiten op het programma als een gezinsdag, een seniorendag en kunsttentoonstellingen. Vaessen verwacht dat het aantal bezoekers het volgend seizoen zal oplopen tot 400.000, nadat nieuwe publiekstrekkers als de stoomzuivelfabriek Freia uit het Friese Veenwouden en een wasserij uit de 17de eeuw zijn geopend.