"Klein mannetje' vecht voor zijn recht bij Ceteco; Zakenman zoekt geld om juridische strijd tegen handelshuis te bekostigen

AMSTERDAM, 31 OKT. Sinds 1985 is L.J. van den Herberg verwikkeld in juridische procedures met Ceteco, het handelshuis dat eind 1987 fuseerde met Van Ommeren tot VOC. Van den Herberg zegt meer dan 4 miljoen gulden van VOC tegoed te hebben. De rechtbank heeft reeds in 1987 geoordeeld dat Ceteco onrechtmatig heeft gehandeld en Van den Herberg schade moet vergoeden en beide partijen gemaand deskundigen het bedrag te laten vaststellen. Daarop hebben beide partijen echter hoger beroep aangetekend. Sindsdien loopt de zaak en Van den Herbergs geld raakte op.

Vandaar dat hij de ongebruikelijke stap nam om via een advertentie in deze krant onder het hoofdje “Calculated Risk!” investeerders te vragen hem in tien tranches 100.000 gulden beschikbaar te stellen. Zodra hij het geld van VOC binnenkrijgt, zal hij de investeerder het dubbele terugbetalen. Verliest hij het hoger beroep dan is de investeerder zijn geld kwijt, maar die kans is volgens Van den Herberg te verwaarlozen.

Een zakelijke propositie, zo ziet Van den Herberg het. Hij wil niet zielig gevonden worden. Een uitnodiging om via de televisie, bij Sonja Barend, zijn zaak toe te lichten, heeft hij dan ook afgeslagen. “Dan zit je tussen twee mensen met een of ander raar probleem.” Evenmin wil hij gerangschikt worden onder de categorie mensen die door middel van advertenties met investeringsvoorstellen “oude dametjes tienduizend gulden uit de zak kloppen”.

Wat Van den Herberg wel wil is zijn recht: “Een grote onderneming probeert door de procesgang eindeloos te rekken een klein mannetje als ik aan de kant te schuiven.” Van Ommeren Ceteco ontkent die aantijging: “Van den Herberg heeft zelf een jaar lang niet gereageerd, onder andere vanwege wisseling van advocaat,” aldus secretaris Fokma van VOC.

Het begon allemaal met tentdoek bedekt met een isolerend laagje aluminium. Een produkt dat Van den Herberg in 1983 op de markt begon te brengen. Hij liet het maken bij Verosol, de onderneming waarmee Cornelis Verolme ooit in de zonwering stapte en die ook samen met hem het produkt ontwikkelde.

De belangstelling voor het doek, Alufil genaamd, was groot. Het kon behalve voor tenten ook gebruikt worden voor ski-jacks, slaapzakken en tal van andere produkten. Met geld dat hij bijeengeschraapt had bij vrienden en familie richtte Van den Herberg in 1984 zijn eigen BV op, Therm-O-Camp, waarin ook de Utrechtse Participatiemaatschappij deelnam. De orders stroomden binnen en de belangstelling uit binnen- en buitenland was volgens Van den Herberg enorm. Maar daarmee gingen kosten gepaard die Thermo-O-Camp niet zelf kon financieren. Produktie van staaltjes in andere kleuren of andere materialen om aan potentiële klanten te tonen, vergden proefruns van enkele honderden meters die door de aard van de produktie tienduizenden guldens kostten. Dus moest aansluiting worden gezocht bij een grotere onderneming en via een kennis, J.Bons, voormalig topman van de Bijenkorf en president-commissaris van Ceteco, kwam Van den Herberg uit bij het handelshuis Ceteco.

Er werd onderhandeld met de raad van bestuur van Ceteco. Van den Herberg liet prof. Grapperhaus, werkzaam bij Peat Marwick, de onderhandelingen voeren. Professor Diepenhorst was commissaris bij Therm-O-Camp en Moret & Limperg berekende de waarde van de onderneming. Men kwam uit op 5 miljoen. Ceteco zou 1 miljoen betalen bij tekening van het contract voor twee derde van de aandelen. De rest zou Ceteco per 1 januari 1991 kopen tegen een door accountants vast te stellen bedrag voor een maximum van 4 miljoen gulden. Op 5 juli was het contract getekend, maar betaald werd er toen nog niet. Dat gebeurde pas veel later, nadat Van den Herberg met een kort geding had gedreigd.

Wel werd een afdelingschef van Ceteco benoemd als mededirecteur naast Van den Herberg en verder vond Ceteco dat het bedrijfje moest verhuizen. Bij nader inzien toch niet naar het Ceteco-hoofdkantoor, maar naar het World Trade Center in Amsterdam. Van den Herberg: “Drie weken later kwam de rekening voor de verhuizing. Ik had gedacht 10.000 gulden. Je huurt een vrachtwagen en een paar studenten en het is gebeurd. Maar het was 75.000 gulden. De nieuwe directeur had meteen allemaal van die technobureau's gekocht en weet ik wat.” Er waren meer dingen die Van den Herberg niet zinden. De mededirecteur die toch voor Ceteco chocolaatjes moest verkopen in de Verenigde Staten, moest daar ook maar de klanten bezoeken die Van den Herberg poogde te interesseren. “Chocolaatjes en hoogwaardig textiel, dat gaat natuurlijk goed samen,” aldus Van den Herberg cynisch.

In januari 1986 - het eerste deel van de koopsom was nog steeds niet volledig betaald - werd Van den Herberg uitgenodigd op het Ceteco-hoofdkantoor te komen. Daar kreeg hij te horen dat alle activiteiten met onmiddellijke ingang dienden te worden beëindigd. En onmiddellijk was onmiddellijk. Zijn secretaresse werd meteen gebeld en kreeg te horen dat de brief die ze aan het typen was niet meer afgemaakt hoefde te worden.

Van den Herberg stond paf: “Pas later heb ik begrepen wat er aan de hand was. De zaken gingen al heel slecht bij Ceteco dat in 1987 door Van Ommeren werd overgenomen. Therm-O-Camp had 12 miljoen gulden nodig voor investeringen in de marketing. Ceteco heeft natuurlijk van de banken te horen gekregen dat ze niet aan zo'n kapitaalintensief project konden beginnen. Ze hadden eenvoudig niet genoeg cashflow.”

In september spande Van den Herberg de zaak aan bij de rechter. In oktober van het jaar daarop - net voordat Van Ommeren Ceteco kocht - besloot de rechter dat Ceteco moest betalen. Ceteco ging in hoger beroep en de zaak loopt nog steeds.

Pogingen om met Ceteco te praten liepen op niets uit. Bij Van Ommeren Ceteco zijn alle voormalige Ceteco-bestuurders inmiddels verdwenen. In het fusiebericht stond destijds niets over de claim van Van den Herberg. De huidige raad van bestuur stelt zich volgens Van den Herberg op het standpunt een recenter vonnis nodig te hebben alvorens te willen praten. Hij verwacht zelf dat die uitspraak er nu binnen een half jaar komt, maar vorige week was hij door zijn laatste geld heen. Vandaar de advertentie die al enkele potentiële financiers heeft opgeleverd. Want Van den Herberg laat het er niet bij zitten.

“Misschien ben ik kinderlijk naïef. Maar ik vind het geen manier van doen. Ze hebben mijn bedrijf kapotgemaakt en ze denken dat ze zich niets aan hoeven trekken van één mannetje tegen zo'n groot bedrijf. Ik weet ook wel dat er iedere dag mensen zo gepakt worden. Maar ik neem dat toevallig niet.”