Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Fransen, in crisis, verlangen naar de Zesde Republiek

Door onze correspondent JAN GERRITSEN PARIJS, 31 OKT. „Het wordt tijd dat de Zesde Republiek wordt uitgeroepen", riep onlangs mismoedig een afgevaardigde in de Franse Nationale Vergadering, het zwakste parlement in WestEuropa. Inderdaad bestaat de Vijfde Republiek, de schepping van Charles de Gaulle, volgens de Franse staatkundige tijdrekening al lang — sinds 1958. Alleen de Derde Republiek met haar 69 jaar bestond langer. De uitroep van deze parlementariër is kenmerkend voor de sociale en politieke crisis die Frankrijk in een onheilspellende somberheid hult. Een Franse commentator bracht in herinnering dat Frankrijk, „dat permanent aan zichzelf twijfelt", de afgelopen tweehonderd jaar vijftien keer de grondwet veranderde. De tijd lijkt nog niet rijp voor een nieuwe grote schoonmaak, voor een nieuw begin, met onvermijdelijk geweld en nieuwe glorie. Maar het debat over de organisatie van de staat waarin steeds

minder mensen zich gelukkig voelen is weer eens heropend, en bijna alles staat ter discussie. De politieke en sociale malaise waarin het land verkeert wordt veroorzaakt door het falen van de politiek, die niet aan de aspiraties van de Fransen kan voldoen. Het echec van de macht — dat van de socialistische regering en tien jaar Mitterrand in de eerste plaats, maar ook dat van de politiek als geheel — heeft geleid tot langdurige ziektes. De belangrijkste problemen zijn de (illegale) immigratie en de integratie van de immigranten, en de werkloosheid, die eind dit jaar de treurige 'mijlpaal'

van drie miljoen werkzoekenden zal bereiken. Voor deze evenals voor zoveel andere problemen geldt dat er geen gemakkelijke oplossingen zijn. Maar het Franse publiek gelooft steeds minder — en dat is de fundamentele crisis — in het oplossend vermogen van de politiek. Want de politiek, meer in het bijzonder de 'politieke klasse', is in diskrediet: mede door schandalen als dat van de 'occulte' financiering van Mitterrands laatste verkiezingscampagne hebben de politieke partijen aan gezag en aanhang verloren. De traditionele links-rechts tegenstelling is aan

hevige slijtage onderhevig. Het Franse parlement is een theater voor een schimmenspel (citaat van Laurent Fabius, voorzitter van de Nationale Vergadering), dat het nieuws uit de krant verneemt. De impopulaire socialistische regering van premier Edith Cresson staat betrekkelijk machteloos tegenover de sociale onrust en komt niet verder dan pappen en nat houden. De opkomst bij (lokale) verkiezingen is zeer gering — de Fransen hebben geen interesse voor het politieke bedrijf. President Fran^is Mitterrand betrad onlangs zelf het strijdperk om een eind te maken aan de gewelddadige manifestaties van de Franse boeren „die de Republiek in gevaar" (Mitterrand) brachten. Hij demonstreerde daarmee andermaal het 'monarchale' karakter van de Vijfde Republiek: alle macht is uiteindelijk gecentraliseerd bij het verkozen staatshoofd, dat over de hoofden van premier, ministers en parlement heen regeert.

Vervolg FRANKRIJK pag. 4

VERVOLG VAN PAGINA 1

FR ANKRIJK 'De Vijfde Republiek is aan herziening toe'

Over de afrekening van het voldongen feit (Mitterrands concessies aan de boeren kosten naar schatting een miljard francs) mogen de regering en het parlement hun gebruikelijke spelletjes spelen. Mede door dit ingrijpen van de president, die nog tot 1995 in het Elysée zetelt, is een nieuw debat op gang gekomen over de vraag of de instellingen van de Vijfde Republiek aan een revisie toe zijn. Uit recente opinieonderzoeken blijkt dat een ruime meerderheid van de Fransen meent dat een grondige herziening van de instituties van de Vijfde Republiek dringend gewenst is. De ambtstermijn van het verkozen staatshoofd zou tot vijf jaar (nu zeven jaar) beperkt moeten worden, vinden drie van de vier Fransen, inclusief de meeste politici (onder wie, in een niet al te ver verleden, ook Mitterrand). De kiezers wensen vaker per referendum geraadpleegd te worden over belangrijke vraagstukken, zoals de immigratie. Er zijn nog meer wensen, waarvan sommige al heel oud zijn, zoals een beperking van de combinaties van functies van politici. En een herziening van het kiesstelsel, ook een altijd terugkerend thema, dat nu echter actueel is: over minder dan achttien maanden zijn er algemene verkiezingen. Naar het woord van De Gaulle is het „kiesstelsel een kwestie van omstandigheden" — de laatste tien jaar veranderde Frankrijk vier keer de spelregels. Voor de algemene verkiezingen geldt nu het zogenaamde meerderheidsstelsel. Er zijn twee stemrondes. Aan de eerste ronde (per kiesdistrict) kan een ongelimiteerd aantal kandidaten voor een zetel in het parlement deelnemen. In de tweede ronde, twee weken later, kan alleen gekozen worden tussen de twee kandidaten die in de eerste ronde het grootste aantal stemmen kregen. Dit systeem werkt in het voordeel van de grote partijen. Alles wat nieuw, marginaal of extreem is, valt meestal na de eerste ronde af. In de Nationale Vergadering kan gemakkelijk een meerderheid worden gevormd waarop de regering steunt. Het nadeel van het systeem is het weinig democratische

karakter. Politieke partijen of groeperingen die landelijk 12 tot 15 procent van de uitgebrachte stemmen behalen, zijn niet of onevenredig zwak in het parlement vertegenwoordigd. Zo heeft het uiterst-rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen in de huidige Nationale Vergadering slechts één afgevaardigde. Het FN opereert dan ook vrijwel uitsluitend buiten het parlement om, wat als een ander nadeel kan worden opgevat. En aangezien ongeveer veertig procent van de Fransen niet naar de stembus gaat, vertegenwoordigen de afgevaardigden in de Nationale Vergadering uiteindelijk niet meer dan de helft van de bevolking. Een ander kiesstelsel, dat het laatst in 1983 werd toegepast, is dat van de evenredige vertegenwoordiging. Dat is democratischer — het Front National won destijds 35 zetels in het parlement — maar bemoeilijkt de vorming

van een regering als de grote gevestigde politieke partijen geen duidelijke meerderheid halen. In een coalitie kan een kleine partij een onevenredig grote invloed krijgen en dat roept onaangename herinneringen op aan de parlementaire chaos van de Vierde Republiek. Het debat over het kiesstelsel is dus belangrijk en legitiem — menig commentator meent dat Frankrijk zich, evenals 'echte democratieën' (Jean Jacques Revel in het weekblad Le Point) zoals de Verenigde Staten en GrootBrittannië zich van een 'code' moet voorzien waarvan kiezers en politici „zich moeten leren bedienen". Maar er is geen sprake van een serene discussie — de verkiezingen komen eraan en de politieke partijen bepalen hun standpunt over het kiesstelsel al naar gelang ze daarvan electoraal voordeel verwachten.

De keuze is echter overigens niet het een of het ander. President Mitterrand opperde in juli als eerste de mogelijkheid van een gemengd stelsel, een meerderheidssysteem met een scheutje evenredige vertegenwoordiging — wat in elk geval bewees dat hij verder keek dan menig ander partijpoliticus. De rechtse oppositie — de gaullistische RPR van de Parijse burgemeester Jacques Chirac en de liberale UDF van oud-president Giscard d'Estaing — wierp zich onmiddellijk verontwaardigd op als verdedigers van de grondwet. Maar dat veranderde toen opiniepielingen uitwezen dat noch links (socialisten) noch traditioneel rechts zeker kunnen zijn van een meerderheid. Ook RPR en UDF menen nu dat invoering van een beperkte dosis proportionele vertegenwoordiging geen kwaad kan. De afkeer van de traditionele partijen, die voortkomt uit de Franse politieke malaise, leidt tot potentiële winst voor de politiek die buiten de machteloze arena van het parlement staat: de Groenen en het Front National krijgen volgens opiniepeilingen steeds meer aanhang en deze partijen zijn dan ook, evenals andere kleine groeperingen, voor invoering van het evenredige kiesstelsel. De traditionele rechtse partijen willen vermijden dat ze afhankelijk worden van de steun van het extremistische Front National om in 1993 de begeerde meerderheid te kunnen veroveren. De Groenen mogen zich nu dan ook in de warme belangstelling van Jacques Chirac en de zijnen verheugen. De socialisten zijn onderling diep verdeeld zijn over de vraag welk kiesstelsel de aanstaande nederlaag zo beperkt mogelijk kan houden. Maar zeker is dat ze de steun van de Groenen nodig hebben om de schade zoveel mogelijk te beperken. De Groenen lijken dus een belangrijke positie te verwerven als daadwerkelijk — waarschijnlijk kort voor de algemene verkiezingen — beslist zal moeten worden volgens welke methode de kiezers in het parlement vertegenwoordigd zullen worden. Of ze een sleutelpositie verwerven hangt van een andere opiniepeiling af — de regionale en kantonnale verkiezingen die over vijf maanden worden gehouden.

Uit Le Monde van 23 oktober