Face-lift voor Maison de Bonneterie

De meeste klanten van de onlangs opnieuw ingerichte Amsterdamse Bonneterie komen niet via het deftige Rokin maar via de ordinaire Kalverstraat binnen. Dat mag zo blijven, vindt de directie. De kunst is om ze in sierlijke bochten van de ene kant naar de andere te leiden.

”Fournisseurs à sa Majesté la Reine des Pays-Bas', staat aan weerszijden van de ingang van Maison de Bonneterie aan het Rokin in steen gegraveerd. Vijf bolle, groen-wit gestreepte markiezen maken het pand van verre herkenbaar. De Amsterdamse Bonneterie, althans een groot deel ervan, heeft een opknapbeurt ondergaan die, geheel aansluitend bij de belevingswereld van de klanten, een face-lift wordt genoemd.

Wie de Bonneterie betreedt wordt opgenomen in een ongeschonden wereld. Als sneeuw van een winterse jas valt iedere gedachte aan oorlogen en aan ziektekosten, aan zwart werk, huisvuil en vandalisme bij de ingang van de bezoeker af. Hier is het veilig. De Bonneterie is een besloten club waar je zó binnen kunt lopen. Waar verkoopsters die spreken alsof zij in Bloemendaal wonen, de klant geruststellen omtrent de pasvorm van een mantel, de kleur van een shawl. Van de kroonluchters tot de zware houten kasten werkt alles samen om een degelijkheid uit te stralen die meer bij vroeger hoort dan bij nu.

Instore design, zo heet de techniek waarmee een dergelijke sfeer tot stand wordt gebracht of, zoals in dit geval, wordt vernieuwd. Het is het werk van een bureau, IDEA, waarin drie ontwerpsters samenwerken op het gebied van wat vroeger zo banaal ”winkelinrichting' heette. Een andere opdrachtgever van IDEA is De Bijenkorf.

Geruchten dat de Bonneterie zich met haar face-lift zou hebben afgewend van de ordinaire Kalverstraat (waar de andere kant van het gebouw aan grenst) om de deftige Rokinzijde te accentueren worden vurig ontkend door vestigingsdirecteur Willem Koster en de ontwerpster van het nieuwe interieur, Marion Kamp van IDEA. Nee, de klanten komen sinds jaar en dag in meerderheid vanuit de Kalverstraat binnen, en dat mag zo blijven. De kunst, aldus Kamp, is om ze vervolgens met een zekere spanning - in sierlijke bochten die de contouren van de centrale lichthof nabootsen - van de ene naar de andere kant van de winkel te leiden. En zeker niet om ze, zoals vroeger een beetje gebeurde (en zoals in sommige warenhuizen de opzet lijkt te zijn), te laten verdwalen. Alsof zij na te zijn vastgelopen, tussen het wanhopig vragen naar de uitgang door, dan nog even een sjaal van Hermès zouden kopen.

Het Bonneterie-gebouw, ontworpen door Jacot & Oldewelt en geopend in 1911, is een mooi staaltje traditionele, klassicistische warenhuisarchitectuur met zijn koepel van glas-in-lood boven de lichthof. Zo'n veredeld dakraam was in de negentiende eeuw een noodzaak om een dergelijk diep pand van licht te kunnen voorzien. De koepel is nu schoongemaakt, net als de kleine kristallen luchtertjes die in guirlanden overal door de winkel verspreid hangen. Ter linker- en rechterzijde van de barok gevormde lichthof (of vide) zijn trappen naar de hogere verdiepingen te vinden, trappen die precies monumentaal genoeg zijn om iedere gedachte aan ruimtegebrek in het toch tamelijk smalle perceel te verdrijven. Bij de herinrichting van de parterre is alles gedaan om de oude glorie van het gebouw te laten spreken. De design van datgene wat nieuw is munt uit in discretie - geen formalisme, geen alomtegenwoordig stramien, althans niet een dat in het oog springt. Je zou kunnen spreken van een ingetogen modernisme, héél soms, zoals bij de bijouterieën, postmodernisme. De ontwerper kent hier zijn plaats, en die is vóór alles dienstbaar aan de commercie. Verkocht moet er worden, op zo aangenaam mogelijke wijze.

Door de achterwanden van de etalages weg te halen (gesloten etala ges zijn uit de tijd) en behalvehoge ook lage kasten te gebruiken werd de winkel, ook van de straat af gezien, opener en overzichtelijker. Iedere afdeling - herenkleding, schoenen, huishoudtextiel, sieraden - ziet er weer een beetje anders uit. Hoewel de houten kasten dezelfde basisvormen hebben zijn zij in verschillende tinten, van donkerbruin tot licht-zeegroen, geschilderd. Hier en daar liggen op die kasten oude boeken, als decoratie. Een klassiek bibliotheektrapje dient als onderzetter voor wat modieuze, met bont afgezette schoentjes. In de Ralph Lauren-shop, een half afgezonderde hoek van de winkel die een eigen ingang aan het Rokin heeft (en niet onder direct beheer van de Bonneterie valt), zijn het leren koffers en grote zwart-witfoto's van de bekakte Amerikaanse Ralph Lauren-”familie' die voor de couleur locale zorgen.

“Waar het om gaat is het gevoel,” verklaart directeur Koster telkenmale. Het Bonneterie-gevoel, een combinatie van allure en understatement waar, zo verzekert hij, heus niet alleen een kleine, koopkrachtige elite op gesteld is. Maar het moet een precaire evenwichtstoer zijn: zo veel mogelijk potentiële kopers binnen lokken, en toch de indruk wekken dat zij, eenmaal binnen, lid zijn van een exclusief gezelschap.

    • Ileen Montijn