Ereschuld

Onder de noemer Japanse ereschuld wordt telkens de aandacht gevestigd op de miskenning van Japanse zijde van het leed dat vele Nederlanders in de Japanse kampen hebben ondervonden.

Professor Martijn van Empel drukt zich in zijn artikel "Japanse ereschuld blijft actueel' (NRC Handelsblad, 23 oktober) nog sterker uit. Hij schrijft, dat die drang tot erkenning zich niet alleen tot de Japanners richt, maar ook, en zelfs in de eerste plaats, tot de mede-Nederlanders. De Indische gemeenschap zou niet serieus worden genomen.

Het is jammer dat deze gevoelens bij de betrokkenen leven, want velen uit deze groep kunnen wel rekenen op de solidariteit van het Nederlandse volk. De bijzondere solidariteitsplicht van ons allen ligt immers ten grondslag aan de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) die op 1 januari 1973 van kracht werd. Overigens waren er al eerder regelingen voor vervolgingsslachtoffers (zij die op grond van hun ras, geloof of wereldbeschouwing door de Duitsers of de Japanners werden vervolgd).

De WUV kent uitdrukkelijk de mogelijkheid een erkenning als vervolgingsslachtoffer aan te vragen. Dit wat betreft de erkenning van immaterieel leed. De Wet biedt gelukkig echter veel meer want een immateriële erkenning van doorstaan leed houdt weinig in wanneer niet concreet in een bestaande materiële nood wordt voorzien. Zo kan bijvoorbeeld door een periodieke uitkering maandelijks een aanvulling op overige inkomsten worden geboden. Verder kent de wet een stelsel van tegemoetkomingen of vergoedingen van medische kosten die in causaal verband staan met de gevolgen van de vervolging.

De wettelijke regeling is verfijnd en daarom nogal ingewikkeld, maar daar staat tegenover dat individueel toegesneden financiële hulp wordt gewaarborgd. In redelijkheid kan men stellen dat de WUV een adequate wet is voor de vervolgingsslachtoffers. Globaal zijn er dertienduizend uitkeringsgerechtigden uit "Indische sfeer' die regelmatig enkele tientjes of enkele duizenden guldens krijgen uitgekeerd.

Per jaar wordt ongeveer vierhonderd miljoen gulden aan de vervolgingsslachtoffers besteed. Uit solidariteit van het Nederlandse volk, ten spijt de onwil en het onbegrip, ten spijt ook het gebrek aan symphatie, zoals Van Empel meent te kunnen beweren.