Atlas van archieframpen

Insekten, schimmels en vocht. De vijanden van onze oude documenten zijn bekend, maar ze zijn nu ook in scherpe kleurenfoto's afgebeeld In 990 gaf keizer Otto I aan de graaf van Teisterbant toestemming om in Kessel aan de Maas een tol te vestigen. Ook mocht de graaf voortaan munten slaan.

Niet een gebeurtenis waar deze van moderne techniek doordrenkte pagina het van moet hebben, maar de constatering dat het materiaal waarop deze concessie is vastgelegd als informatiedrager een zeer goed figuur slaat, brengt ons waar we wezen moeten. Het is een stuk perkament op A3 formaat en het verkeert in perfecte staat. Iedere bezoeker aan de prachtige tentoonstelling Archiefschatten in de Nieuwe Kerk in Amsterdam (tot en met 3 november) kan dat oudste document van ons land daar zien. Het houdt het nóg wel duizend jaar uit, is de bezoeker geneigd te denken - en tegelijkertijd hoopt hij dat het midden op het stuk in rood gestempelde RIJKSARCHIEF LIMBURG tegen die tijd verbleekt is.

Perkament kan gemakkelijk duizend jaar meegaan. Een welkom baken in een tijd waarin gespeculeerd wordt over de vraag of een CD het vijftig of misschien wel honderd jaar volhoudt. Toen koningin Juliana in 1980 troonsafstand deed, werd de acte van abdicatie voor alle zekerheid ook maar op zo'n geprepareerde huid opgemaakt.

Papier hoeft trouwens voor perkament niet onder te doen. Op de tentoonstelling zijn papieren stukken uit 1360 te zien waarop de tand des tijds nog geen enkel vat heeft gekregen. De oudste (Chinese) papiervondsten zijn zelfs tweeduizend jaar oud.

Veel mis

De documenten die in een recente publikatie van de Rijksarchiefdienst in Den Haag zijn afgebeeld halen de twee millenia zeker niet. De Schade-atlas archiefmateriaal voor 1800 is een plastic map met scherpe kleurenfoto's van archivaris-nachtmerries. Half-verbrand papier, vervilt papier, bros papier, papier met inkt- en kopervraat, rafelranden, weervlekken, kogelgaten, oxydatievlekken, lijmvlekken, wormgaten, muizenesten, schimmel - geen gruwel is aan de camera's van de archivarissen ontsnapt. Het boek is, zo leggen G. de Bruin en T. Steemers van de Rijksarchiefdienst uit, bedoeld als een hulpmiddel bij de inventarisatie van archiefschade. ""Restauratoren kennen de archiefvijanden, maar vooral bij de archieven van gemeenten en waterschappen is lang niet altijd een professionele restaurator voorhanden. Met deze atlas kunnen ook depotmedewerkers de schade inventariseren.''

De stoot tot deze inventarisatie werd gegeven door het Deltaplan voor het Cultuurbehoud van het ministerie van WVC, een inhaaloperatie waarin jaarlijks dertig miljoen gulden wordt besteed aan het inlopen van achterstanden in musea, monumenten en archieven.

De meeste zorgen baren overigens de stukken die dateren van na 1800. Papier uit de negentiende en twintigste eeuw heeft een bijzonder slechte naam. Nieuwe fabricageprocessen (maalmachines in plaats van stampers, hout in plaats van lompen en de introductie van de hars-aluin verlijming) maakten het papier goedkoper, maar voorzagen het tegelijkertijd van een ingebouwde tijdbom. De laatste jaren is die massaal aan het afgaan. Onder invloed van vocht en luchtverontreiniging verzuurt het papier. Daardoor worden de celluloseketens in stukjes geknipt en het papier wordt zo bros dat het bij aanraking verpulvert.

De Koninklijke Bibliotheek en het Algemeen Rijksarchief hebben hun gezamelijk papierbezit uit de 19de en 20ste eeuw op schade genventariseerd. De resultaten zullen op 4 december worden geopenbaard, maar de voorlopige gegevens zijn onheilspellend: van het materiaal na 1880 is 2 à 3% bros, en van de slechte periode 1850-1930 is dat zelfs 10%. Dat zijn ettelijke kilometers kastplank.

Massale ontzuring is eigenlijk het enige dat er op zit. De zure bestanddelen van het papier worden dan met chemicaliën geneutraliseerd. Dat klinkt eenvoudig, maar er zijn nogal wat verschillende methoden, elk met zijn eigen voor- en nadelen. In een recent rapport van het Coördinatiepunt Nationaal Conserveringsbeleid (CNC), telt chemicus J.G. Neevel zeven verschillende technieken. Aan het eind van zijn overzicht beveelt Neevel af te wachten wat de conclusies van de Library of Congress zijn, die vorig jaar een offerte-verzoek deed voor de massa-ontzuring van zijn boekenbestand. Het LC zit met 3,5 miljoen banden die brittle zijn en elk jaar komen daar weer 77.000 boeken bij. Drie firma's schreven in en ten overstaan van het Institute of Paper Science and Technology in Atlanta demonstreerden ze hun technieken, die al op verschillende plaatsen worden toegepast. Het ging om het Diëthylzink Proces van Texas Akyls (DEZ, hierbij reageert het gas diëthylzink met zwavelzuur in het papier met achterlating van zinksulfaat), het Wei T'o Proces (waarbij het papier met magnesiummethoxide-oplossingen wordt ontzuurd) en het Lithco Proces (dat lijkt op Wei T'o, maar dat het papier behalve ontzuurt ook verstevigt).

Afgelopen dinsdag was dr. Donald Sebera, conserveringsdeskundige van de LC, de gast van het Algemeen Rijksarchief om verslag te doen van de proefnemingen. Uitslag: de proefnemingen worden voortgezet, geen van de inschrijvers heeft een opdracht gekregen. De drie technieken werkten allemaal redelijk, maar de boeken en archiefstukken gaan er van stinken. Voordat de LC bedolven wordt onder schadeclaims van Amerikanen met prikkende neuzen moet dat geurprobleem eerst worden opgelost.

Het verlossende woord is dus nog niet gesproken, maar het Rijksarchief verstuurt binnenkort drie en een halve meter archief naar Akzo, die het DEZ-proces heeft gekocht. Het papier zal gratis ontzuurd worden en dan ziet het Rijksarchief weer verder.

Steeds scherper

Omdat het inzicht in de problemen die zich nu voordoen steeds scherper wordt, kunnen die problemen voor de toekomst vermeden worden. Was dat maar waar. Onder "archiefvormers' (dat zijn alle instanties die archiefmateriaal aanleveren) is de kennis over de materialen die je eigenlijk zou moeten gebruiken, uiterst gering. Ministers vertrouwen hun mooie gedachten over het belang van onze archiefschatten toe aan papier dat hun opvolgers weer voor nieuwe problemen zal stellen.

De eisen waaraan papier zou moeten voldoen zijn allang bekend, maar ze zijn niet verplichtend, ook niet voor overheidsstukken. Notarissen zijn in dit opzicht een gunstige uitzondering; de gepeperde prijzen die ze hun cliënten in rekening brengen kunnen in ieder geval voor een deel worden verklaard door het uitstekende papier waarop de akten worden uitgetikt.

De Bruin en Steemers: ""De zuurgraad (pH) moet tussen de 7 en de 9 liggen en het papier moet calciumcarbonaat als buffer tegen verzuring bevatten. Er mag geen kleurstof in zitten die naar een andere kleur migreert. Het papier moet van lompen of katoenlinters (de korte vezels) zijn gemaakt. Het papier mag niet met hars-aluin verbindingen zijn gelijmd. Lignine, de stof die in houtpulp zit en die gemakkelijk oxydeert, mag er absoluut niet in zitten. Het is belangrijk om te weten dat zogeheten ligninevrij papier ("houtvrij' papier) toch nog 4% lignine mag bevatten. Daar heb je dus niks aan.''

Maar papier kan nog zo goed zijn, als het in een verkeerde doos terechtkomt of verkeerd wordt opgeplakt gebeuren er toch nog ongelukken. Wie tien jaar geleden zijn foto's met de als fotolijm aanbevolen Lero of met die plakstrips heeft ingeplakt, kan nu zien dat hij verkeerd is voorgelicht: de bruine plekken slaan dwars door de albumpagina's.

Saskia Roos, restaurator voor het Amsterdams Gemeentearchief en op de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk aanwezig voor het geven van toelichting: ""Dat moet je nooit gebruiken. Ook dat rubbercement geeft op den duur bruine vlekken.''

Maar wat dan? ""Stijfsel is zuurvrij, een Pritt-stift ook trouwens.'' Ze gebaart naar een vitrine met kartonnen dozen in alerlei formaat. ""Ordners, opzetkarton en archiefdozen zijn zelden of nooit van zuurvrije materialen gemaakt. Deze wel. Die moest het Amsterdams Gemeentearchief wel speciaal laten maken.''

De dozen zijn bij nu bij het archief te koop; ook voor particulieren en ministeries.

De "Schade-atlas' is te verkrijgen door storting van ƒ 8,50 op giro 684383 tnv Rekenplichtige Rijksarchiefdienst, Den Haag. Vermelden "Schadeatlas' en afleveradres.

Andere wegen

Foto; Omdat er weinig dingen zo schadelijk voor archiefstukken zijn als veelvuldig gebruik, maken archiefbeheerders van vaak geraadpleegde stukken een fotokopie of een microfilm. Een nog modernere weg volgde het Archivo General de Indias in Sevilla. Dat archief is de belangrijkste plaats voor de studie van de ontdekking van Amerika en de Spaanse kolonisatie van de nieuwe wereld. Honderden onderzoekers uit de gehele wereld consulteren de stukken en de dossiers, waaronder brieven van Columbus en zijn kapiteins.

Met de nadering van het magische jaar 1992 nam het bezoek nog toe en met steun van het Spaanse ministerie van Cultuur, een particuliere stichting en van IBM werd een ambitieus programma opgezet. Doel was het mogelijk te maken dat alle stukken op computerschermen geraadpleegd kunnen worden. De originele stukken kunnen dan veilig in depot blijven.

Als alle documenten zijn ingescand en op de grote optische schijven zijn vastgelegd, zal elk document naar keuze in tekst - in gewone computerletters - of in een grafische afbeelding - in kleur en met een hoge resolutie - bekeken kunnen worden. Op het scherm kunnen op de grafische afbeeldingen allerlei bewerkingstechnieken worden uitgevoerd: vergroten en kantelen bijvoorbeeld. Ook kunnnen bepaalde verontreinigingen, zoals vlekken, of doorslag door inktvraat, op elektronische wijze "verwijderd' worden. Van het schermbeeld kan een print worden gemaakt. In de loop van het volgend jaar zal het systeem in werking worden gesteld.