Uithongering is Saddams wapen tegen de sancties van de VN

President Saddam Hussein voert een nieuwe oorlog en zijn bevolking vormt zijn munitie. Zelf spreekt hij van een “voortzetting van de Moeder van alle Veldslagen” tegen de “Verenigde Staten, hun bondgenoten, slaven en agenten”. Die handhaven, op instructie van Washington, een “onrechtvaardige blokkade” om Iraks leiding weg te krijgen. Saddams openlijk beleden doel is die blokkade opgeheven te krijgen, zodat Irak “de valse nieuwe wereldorde kan bestrijden die Washington en de hoofdsteden van het Westen, de wereld willen opleggen op het puin van democratie en mensenrechten.”

De uitspraken die tegenwoordig weer uit Bagdad komen liegen er niet om: de ene na de andere minister en Saddam zelf komen de tegenpartij de wacht aanzeggen. Doelwit zijn de Westerse landen, de VS aan het hoofd, maar de laatste tijd moeten ook de Arabische leiders het ontgelden die weigeren Irak te helpen om het handelsembargo van de Verenigde Naties te ontduiken. De Saoedische leiders bij voorbeeld: “geen regime op aarde is zo corrupt of zo tiranniek geweest als zij.”

Tegelijkertijd worden de gemoederen van de wereldburgers bewerkt - die hun in het kwaad verstarde leiders (“creaties van het zionisme”) onder druk moeten zetten - met behulp van het hongerende Iraakse volk. Gretig verschaffen de Iraakse autoriteiten cijfers: 68.093 kinderen zijn nu al overleden als gevolg van het embargo, doordat er te weinig medicijnen en vaccins voorhanden zijn. Er zijn veel meer besmettelijke ziekten omdat waterzuiveringsinstallaties en rioleringen in de oorlog in het Golfgebied zijn vernietigd. En er is gewoon te weinig voedsel.

Bezoekende artsen en vertegenwoordigers van vredesgroepen worden met alle égards ontvangen en van de nodige cijfers voorzien. Uit de rapporten die die bezoeken opleveren, wordt weer gretig door de officiële Iraakse pers geciteerd. De zelf aangedragen getallen krijgen zo een stempel van echtheid.

Af en toe wordt een ballon doorgeprikt. Een recent voorbeeld was het geruchtmakende rapport van een groep particuliere Amerikaanse en Britse organisaties, die negenentachtig artsen naar Irak hadden gestuurd. De kindersterfte in Irak is als gevolg van de oorlog en de sancties verviervoudigd, stelde het rapport.

Maar een dag later liet het VN-kinderfonds UNICEF weten dat het uitgangspunt van de studie niet klopte, namelijk een sterfte van 27,8 per duizend levend geborenen. “Bij mijn weten heeft men in Irak nooit zo'n laag cijfer gekend”, zei een woordvoerder in Genève. “Ik denk dat het gaat om een regeringsstatistiek.” Volgens hem was de kindersterfte vóór de oorlog 89 waarmee de verviervoudiging van de kindersterfte werd teruggebracht tot een toename met een kwart.

Om geen misverstand te laten bestaan: de situatie in Irak is wel degelijk zeer ernstig. Er is weliswaar voedsel verkrijgbaar, maar de levensmiddelen op de vrije markt zijn zo duur dat ze voor de meeste Iraakse burgers onbetaalbaar zijn geworden. Eerste levensbehoeften zijn op de bon, maar er wordt maar een derde verstrekt van wat nodig is om te overleven. Ziekenhuizen moeten het zonder desinfectanten stellen, wegwerpnaalden zijn iets uit een ver verleden en er is niet voldoende vaccin om kinderen in te enten. Er is meer tetanus, er is meer polio, er is meer kinkhoest en het zal deze winter zonder enige twijfel allemaal nog veel, veel erger worden.

Maar het is maar een deel van de waarheid.

Leger en politie, de veiligheidsdiensten waarop Saddams regime stoelt hebben een aanzienlijke loonsverhoging gekregen - dáár heerst geen honger. Er is wèl geld om achthonderd buitenlandse gedelegeerden te fêteren die naar Bagdad waren gehaald om hun steun voor Saddam Hussein uit te spreken. Er is wèl geld om de opstand van de Turkse Koerden tegen de regering in Ankara te betalen: volgens zegslieden zijn die binnen enkele maanden met Iraaks geld van niet veel meer dan een bende struikrovers in een goed bewapend legertje veranderd. Er is wèl geld om honderdduizenden eigen Koerden te verhinderen naar hun woonplaats Kirkuk terug te keren.

Een verslaggeefster van de Franse krant Le Monde tekende het afgelopen weekeinde uit de mond van “betrouwbare getuigen” op dat de regering tonnen voedsel achterhoudt “alleen om de wereld te bewijzen dat de Irakezen van honger sterven”. Zij beschreef ook “het gaan en komen van zakenlieden die zeggen dat de zaken nog nooit zo goed zijn geweest.” Er is dus kennelijk wel geld om hun goederen te betalen - want welke buitenlandse zakenman levert een land als Irak op de pof?

Levensmiddelen en medicijnen vallen overigens helemaal niet onder de sancties: de Iraakse regering zegt alleen geen geld te hebben om die in het buitenland aan te schaffen. In augustus besloot de Veiligheidsraad van de VN Irak ook daarin tegemoet te komen. Hij besloot de Iraakse regering toestemming te geven voor 1,6 miljard dollar olie te verkopen, zij het onder strikte controle van de VN. Uit een deel van de opbrengst zou Irak dan levensmiddelen en medicijnen kunnen kopen. Het besluit werd in september door de Raad bevestigd en uitgewerkt. Nu, weer anderhalve maand later, heeft Irak nog altijd niet de voorwaarden van de resolutie aanvaard.

Integendeel, bijna dagelijks komen Iraakse hoogwaardigheidsbekleders vertellen dat de Veiligheidsraad hiermee Irak onder curatele heeft geplaatst en dat het Iraakse volk niet op dergelijke wijze wil worden vernederd. Saddam zelf deelde de bovengenoemde buitenlandse gedelegeerden vorige week mee dat “uw zusters en broeders in Irak niet bereid zijn hun waardigheid en eer te verliezen of de deuren naar de toekomst voor hen te sluiten omwille van een hapje meer of minder.” “ Ik wil duidelijk maken dat uw land, Irak, twintig jaar onder de blokkade kan leven zonder iemand te vragen om iets te geven.” Intussen tonen Iraakse artsen in regeringsdienst uitgemergelde kinderen aan bezoekende televisieploegen.

De Iraakse regeringspers heeft tegelijk een campagne gelanceerd tegen de VN en met de VN verbonden niet-gouvernementele hulporganisaties - die dit jaar inmiddels al voor meer dan 260 miljoen dollar hulp aan met name de Koerden in het noorden van het land hebben geleverd, maar dat wordt in Irak niet gemeld. In hulpkringen en bij de VN toont men zich ongerust dat Bagdad de geesten rijp maakt voor het bericht dat de hulpovereenkomst met de VN aan het eind van het jaar niet wordt verlengd. Dat zou een aanzienlijke vermindering van de hulp meebrengen en ook alle toezicht op de distributie wegnemen. De vijfhonderd VN-gardisten die zijn gekomen om de Koerden een gevoel van veiligheid te geven en die opslagplaatsen voor hulpgoederen bewaken, moeten dan als eersten weg. De VN, onder auspiciën waarvan Irak ook van zijn massavernietigingswapens wordt ontdaan, zijn immers niets anders dan een op Saddams hoofd gericht Amerikaans pistool?

Misschien is het nuttig nog eens de rapporten van Amnesty International op te slaan over schendingen van de mensenrechten in Irak. Ze dateren van vóór de oorlog, maar precies dezelfde mensen als toen zijn nu aan de macht. De rapporten zijn gruwelijke opsommingen van wat de Iraakse regering haar burgers aandoet. Er is, in 1989, een heel rapport gewijd aan kinderen: gemartelde kinderen, willekeurig gearresteerde kinderen, verdwenen kinderen, gegijzelde kinderen, duizenden.

De Iraakse regering zou de internationale voorwaarden voor ontheffing van de sancties kunnen aanvaarden. Zij zou het akkoord met de VN kunnen verlengen en zij zou levensmiddelen kunnen aanschaffen in plaats van Turkse Koerden wapens te leveren. Zij zou de VN kunnen toestaan de shi'itische vluchtelingen in de zuidelijke moerassen te helpen. Als zij dat niet doet, betekent dat dat zij aan een nieuwe enorme schending van de mensenrechten is begonnen: de uithongering van haar burgers, haar kinderen met als doel de VN-sancties van tafel te krijgen.