Shamir is waar hij liever niet was

TEL AVIV, 30 OKT. Krachten sterker dan hemzelf hebben Israels 75-jarige premier Yitzhak Shamir naar een punt in de geschiedenis gedreven waar hij liever niet was beland. Voor deze strijder voor "Erets Israel' (het land van Israel) moet het vandaag de moeilijkste dag uit zijn leven zijn nu hij in Madrid tegenover een Palestijnse delegatie zit waarvan ook hij weet, diplomatieke uitvluchten ten spijt, dat het PLO-Palestijnen zijn die een deel van "Erets-Israel' opeisen om er hun Palestijnse staat (eerst autonomie) te stichten.

Zal hij in de Spaanse hoofdstad zijn ideologische principes verloochenen? Het zit niet in Shamirs karakter, het past niet bij zijn hartstochtelijk geloof in de ondeelbaarheid van het land van de voorvaderen en het zou in strijd zijn met zijn nog door heel veel mysterie omgeven levensverhaal. Maar Shamir is niet van pragmatisme gespeend.

Hij heeft nooit bevel gegeven om de intifadah, de Palestijnse volksopstand, neer te slaan en tijdens de oorlog in het Golfgebied incasseerde hij, zij het knarsetandend, zonder tegenschot de Iraakse Scud-raketten die op Tel Aviv werden afgevuurd. Hij boog in die moeilijke dagen het hoofd voor de realiteiten in het Midden-Oosten die door president George Bush werden gedicteerd, en hij weerstond druk van zijn generaals om Saddam Hussein te laten zien wat Israel voor Irak aan verrassingen in petto had.

In beide gevallen heeft Shamir bewezen dat hij Israels belangen in een breed internationaal verband kan plaatsen en dienovereenkomstig weet te handelen.

Hoe diep de nieuwe realiteiten in de wereld zijn ziel beroeren is niet bekend, Shamir heeft zich er nooit over uitgelaten. Aan politieke analyse doet hij in het openbaar niet. Zijn gang naar Madrid is echter een "politieke verklaring' op zichzelf. Het feit dat hij zich aan het hoofd van de Israelische delegatie heeft geplaatst typeert hem als een man die er niet voor terugdeinst historische verantwoordelijkheid te dragen.

Aan de eerlijkheid van zijn politieke overtuiging hoeft niet te worden getwijfeld. Waar op dit voor Israel uitzonderlijk belangrijke moment de grens ligt tussen zijn zionistische hartstochten en zijn realiteitsbesef, is in nevelen gehuld.

Shamir is een zeer moeilijk toegankelijk mens. Hij gedraagt zich wat dat betreft alsof hij nog als een van de leiders van de voor niets terugdeinzende Lehi-verzetsgroep tegen de Britten vecht en als Mossad-agent in Parijs (van 1955 tot 1965) jacht maakt op Duitse ingenieurs die voor Nassers Egypte raketten bouwden.

Als een in Polen geboren jood die zich altijd bedreigd voelt, staat hij ook als Israels zevende premier wantrouwend tegenover de buitenwereld, in het bijzonder de (Palestijnse) Arabieren. Alleen in familiekringen en met zijn vrienden uit de strijd tegen de Britten in Palestina voelt hij zich op zijn gemak. Dan wil hij wel eens zeggen dat hij er plezier in schept naar mooie meisjes te kijken, ervan houdt een goed glas wijn te drinken en zo nu en dan een geschiedenisboek te lezen. Eerbetoon en complimenten laten hem ijskoud.

Pag 5:

Aanwezigheid in Madrid is politieke verklaring op zich

De pathos van zijn illustere voorganger Menahem Begin is bepaald niet de zijne. Voor een ereplaats in de geschiedenis geeft hij geen vierkante centimeter van "Erets-Israel' op. Maar Shamir zou in Madrid kunnen verrassen als hij tot de slotsom komt dat de krachtsverhoudingen in de wereld van dien aard zijn dat er voor de toekomst van Israel niet anders op zit dan met de tijd mee te gaan. In zijn persoonlijkheid zit de kracht om dat te doen.

Shamirs beheerste premierschap steekt scherp af tegen de meedogenloze besluiten die hij in zijn Lehi-tijd heeft genomen. Voor drie opzienbarende moorden draagt hij verantwoordelijkheid. In 1943 gaf hij opdracht tot de executie van Lehi-kameraad Eliahu Giladi. De man werd in de duinen bij Rishon Letsion neergeknald omdat hij wegens zijn drankzucht en woeste ideeën onbetrouwbaar werd geacht. Heeft hij uit wroeging voor deze terechtstelling zijn dochter Gilada genoemd? Shamir zwijgt.

In 1944 nam hij met twee andere Lehi-leiders medeverantwoordelijkheid voor de moord op Lord Moyne, de persoonlijke vertegenwoordiger van Winston Churchill in Kairo. Het was het bloedige visitekaartje van de compromisloze "bevrijdingsstrijd' tegen de toen ook tegen nazi-Duitsland vechtende Britten. Met dezelfde fanatieke overtuiging werd de Zweedse VN-bemiddelaar in het Israelisch-Arabische geschil, graaf Bernadotte, in 1948 ook met medeverantwoordelijkheid van Shamir in koelen bloede vermoord. Naar Shamirs smaak was hij te pro-Arabisch. “Een man die het leven van een ander neemt, die hij niet kent, gelooft dat zo'n daad de loop van de geschiedenis verandert”, zei hij jaren later.

In Palestina, waar hij in 1935 voet aan land zette, kwam Shamir meer per ongeluk dan met opzet terecht in het milieu van de meest extremistische volgelingen van Zeev Jabotinsky, de "vader' van het revisionistisch zionisme. Shamir volgde in 1940 Avraham Stern (in 1942 door de Britten vermoord) die uit protest tegen de oproep van Jabotinsky de strijd tegen de Britten tot na de overwinning op Hitler te staken, zich van de Irgun Zwai Leumi had afgescheiden.

Het leven van Shamir is in die ondergrondse jaren zeer bewogen geweest: arrestaties, verbanning, en ontsnappingen. De sleutel voor het begrijpen van zijn persoonlijkheid ligt in die jaren.

Het heeft tot 1970 geduurd voordat Shamir in de politiek ging en zich aansloot bij Menahem Begins Likud-partij. Misschien aarzelde hij zo lang omdat Begin, die in de ondergrondse tijden aan het hoofd van de wat gematigder Irgun het extremisme van Shamir veroordeelde, niet zo'n hoge pet van hem ophad. Hij werd ook in geen van Begins kabinetten opgenomen. Shamir moest zich tevreden stellen met het voorzitterschap van de Knesset. In die functie ontving hij president Anwar Sadat in november 1979 in het parlement, maar hij gaf geen steun aan de vrede met Egypte. Shamir onthield zich van stemming toen de akkoorden van Camp David in stemming werden gebracht.

Misschien zou hij het nooit tot premier hebben gebracht indien de door de Libanese oorlog uit zijn evenwicht gebrachte Begin zich in 1983 niet uit de politiek had teruggetrokken. Shamir bleek toen de natuurlijke opvolger te zijn. Zijn leiderschap is vrij kleurloos en afwachtend van karakter. Hij torpedeerde een door zijn socialistische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres geschapen vredeskans met Jordanië, en slaagde er ook in Israelisch-Palestijnse besprekingen in Kairo te verhinderen. Hij gaf aartsrivaal Peres geen kans een "vredesregering' op smalle basis te vormen.

In mei 1989 lanceerde Shamir het tweeledige vredesplan (Israel en de Arabische landen, Israel en de Palestijnen uit de bezette gebieden) dat, na de grote veranderingen in de wereld, in de handen van James Baker een eigen leven is gaan leiden. Waar Shamir indertijd zelf niet in geloofde, wordt uiteindelijk in Madrid verwezenlijkt.

De militante extremist van vroeger komt op hoge leeftijd als Israels premier voor een historische vredestest te staan. Hebben de jaren hem rijp gemaakt om zijn jeugdidealen met de realiteiten van anno 1991 te verzoenen? Zal Shamir na Begin Israel "de grote vrede' brengen? Hij is moedig genoeg om "ja' te zeggen. Kan moed geloof overwinnen?