Optimisme bij de Palestijnen

MADRID, 30 OKT. Nog voor de echte vredesonderhandelingen in Madrid moeten beginnen tonen de Palestijnen toenemend optimisme, de Israeliërs groeiend pessimisme en de Syriërs steeds meer koudwatervrees.

In feite zijn de Palestijnen bereid om voor de komende vijf jaar genoegen te nemen met zelfbestuur, ofwel autonomie, in een kwart van het vroegere Palestina (het land van de Middellandse Zee tot aan de rivier de Jordaan). Misschien krijgen zij daarna een eigen Palestijnse staat, misschien niet - dat hangt van de machtsverhoudingen op dàt moment af. Maar in elk geval hebben de Palestijnen hun eisen voor de nabije toekomst thans zó ver teruggeschroefd dat die voor de machten die tellen, Amerika en Europa, acceptabel zijn geworden.

Voor diezelfde machten is Israels eis daarentegen om heel Palestina in bezit te houden onaanvaardbaar, omdat daardoor de relaties met de Arabisch-islamitische wereld blijvend worden belast.

De vredesconferentie die door president Bush in Madrid in het leven is geroepen wordt mede door deze simpele gegevens bepaald. Zo zijn ook de arrangementen te verklaren die de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Baker, heeft getroffen. Zij sussen bepaald niet het toch al ruim aanwezige, Israelische wantrouwen in de Amerikaanse bedoelingen.

Vorige week was nog afgesproken dat Israel op de openingszitting tegenover een Jordaanse delegatie zou zitten waarin Palestijnen waren opgenomen. Maar vanochtend bevond premier Shamir zich tegenover een Jordaans-Palestijnse delegatie die twee delegatieleiders had en daarom erg veel gelijkenis vertoonde met twéé delegaties: een Jordaanse en een Palestijnse. Deze twee delegatieleiders krijgen - om hun gelijkwaardigheid nog verder te onderstrepen - morgen allebei 45 minuten spreektijd toegewezen: tweemaal zoveel als de Israelische delegatie. Zij zitten schuin tegenover Shamir, zodat direct oogcontact vermeden wordt.

De Israeliërs protesteerden. Zij zeiden dat - vergeleken met de Israelische delegatie - de spreektijd van de Arabische delegaties maximaal was. De Arabische delegaties zouden immers allemaal met aanklachten en beschuldigingen komen. De extra spreektijd voor de Palestijnen betekende dat Israel nog eens drie kwartier extra op het beklaagdenbankje zou worden gezet.

Pag 5:

Bemoedigende signalen voor Palestijnen

Bovendien zou daardoor impliciet de indruk worden gewekt dat de Palestijnen een aparte nationale groepering zijn. Daarmee zou hun eis voor een Palestijnse nationale staat weer op de proppen komen - wat duidelijk niet de bedoeling van de Amerikanen kon zijn.

Maar die protesten hielpen niet. De Amerikanen proberen de Palestijnen thans zoveel mogelijk terwille te zijn, of willen althans die indruk scheppen. Dat versterkt alleen maar het gevoel in het Israelische kamp dat zij door de Amerikanen voortdurend worden belazerd.

De Israelische twijfel over de goede trouw van Bush en Baker was al een paar dagen geleden aanzienlijk toegenomen toen bleek dat de Palestijnse onderhandelaars in de Jordaanse delegatie met goedkeuring van de Amerikanen versterking hadden gekregen van een "adviserend comité'. Dit comité bestaat uit Palestijnen die volgens de eerdere afspraken met Israel absoluut van de onderhandelingen waren uitgesloten omdat zij als ingezetenen van Jeruzalem zijn ingeschreven of omdat zij buiten de bezette gebieden wonen. Gisteren bleek deze Palestijnse tweetrapsraket een nieuwe verborgen lading te hebben: in Madrid arriveerde een echte PLO-delegatie, twaalf man sterk, met hoge PLO-functionarissen om de reeds aanwezige Palestijnen met nog meer raad en daad bij te staan bij de komende onderhandelingen. En 's middags gaven Hanan Ashrawi en Faisal Husseini (beiden van het voor Israel niet-koshere "adviserend comité') samen met de officiële leider van de Palestijnse onderhandelingsdelegatie, Haider Abdel-Shafi, een gemeenschappelijke persconferentie in het perscentrum van de vredesconferentie.

In Israelische kring zag men daarin een opeenhoping van provocaties, die door de Amerikanen getolereerd en misschien zelfs geadviseerd werden. Het is de Israelische autoriteiten namelijk niet ontgaan dat het Amerikaanse consulaat in Oost-Jeruzalem permanent contact onderhoudt met invloedrijke Palestijnen in de bezette gebieden en hen politiek zoveel mogelijk tracht te (bege)leiden.

Maar volgens diverse onafhankelijke Palestijnse waarnemers had de komst van de officiële PLO-groep niet in eerste instantie ten doel om Shamir op de kast te jagen, maar om de Palestijnse publieke opinie, die zeer wantrouwend tegenover de vredesconferentie staat, nog eens ervan te doordringen dat de PLO wel degelijk alle touwtjes in Madrid in handen heeft, ook al zit zij achter de nu wel zeer doorzichtige gordijnen. De Amerikanen zouden hebben begrepen dat een zwak staande Palestijnse delegatie veel minder concessies kan doen dan een delegatie, die door het gezag van de PLO wordt gedekt.

Andere Palestijnen geloven dat het sturen van de PLO-delegatie een voorzorgsmaatregel is van Yasser Arafat, die vooral bedoeld is om de Palestijnse onderhandelaars uit de bezette gebieden van nabij te controleren. Arafat zou namelijk bang zijn dat zij mogelijkerwijs te onafhankelijk van de PLO-centrale in Tunis zouden optreden.

Wat ook de redenen waren voor hun onverwachte bezoek aan Madrid, één dag voor de opening van de vredesconferentie, feit is dat de Spanjaarden zenuwachtig werden en de Amerikanen om advies vroegen. Moesten zij die derde groep visa verlenen of niet? Het Amerikaanse antwoord was tot stomme verbazing van de Israeliërs: ja.

Voor de Palestijnen zijn dit allemaal bemoedigende signalen. Hun politieke en economische, laat staan hun militaire situatie was nog maar héél kort geleden hopeloos. Amerika gold als hun grote, machtige vijand. Nu kunnen zij rekenen op een minimum aan Amerikaanse welwillendheid en bescherming. En de droom van een Palestijnse staat in een deel van of in heel Palestina hoeven zij (nog) niet op te geven. Tekenend voor het optimisme van de Palestijnen was de uitlating van Faisal Husseini: “Voor de eerste maal zitten Palestijnen, zoals welke andere partij ook, aan de onderhandelingstafel. Dat is ons antwoord aan de valse beweringen (van de zionisten) dat Palestina een land zonder volk is voor een volk zonder land. Wj zijn het volk van dat land en wj zullen dat land niet opgeven.”Premier Shamir heeft de afgelopen maanden voortdurend hetzelfde beloofd: dat is Israel niets van het Land van Israel zal opgeven. Maar gisteren gaf hij voor het eerst toe dat "Erets Israel' - oftewel Palestina - wordt betwist. Die uitspraak werd in Palestijnse kring hier gezien als een eerste teken van gematigdheid. “Het toont aan dat Shamir onder zware druk staat van Bush”, concludeerde een Palestijnse gedelegeerde.

Dat die druk nu al groot is en in de nabije toekomst alleen maar zal toenemen, beseffen alle Israeliërs in Madrid. “We moeten kiezen tussen een heel slechte regeling en een nationale ramp”, legt een van hen uit. “Iedereen in Israel is het daarover eens. er bestaat alleen grote onenigheid over de vraag wat nou precies een catastrofe is: het opgeven van bijna alle bezette gebieden, zoals de Amerikanen van ons eisen, of een permanente oorlog. De jongste oorlog in het Golfgebied heeft ons geleerd dat één man ver weg met een simpele druk op de knop de meest afschuwelijke wapens tegen ons kan inzetten. En de intifadah heeft ons vertrouwd gemaakt met mensen die ons op straat met messen proberen af te maken. Ik denk dat welke keus wij ook maken, wij gevaar lopen. Daarom is de keus zo verschrikkelijk moeilijk.”

De keus wordt nog moeilijker, nu blijkt dat Syrië de afgesproken bilaterale vredesonderhandelingen niet wil voeren zonder aanwezigheid van de Amerikanen en de Russen. Daarmee zou het hele idee van directe, onderlinge besprekingen ten grave worden gedragen, samen met alle afspraken die hierover zijn gemaakt.

Minister Baker onderhandelde gisteren achter de schermen over een ruil tussen de Syrische eisen en die van Israel. Syrië zou bilaterale onderhandelingen met Israel moeten voeren en Israel zou ermee akkoord moeten gaan dat die onderhandelingen niet in het Midden-Oosten worden gevoerd (zoals Israel tot dusver heeft geëist), maar in een Spaanse stad die historische banden heeft met zowel de joden, die 499 jaar geleden uit Spanje werden verdreven, als met de islam.

Mocht Baker deze problemen hebben opgelost, dan is hij nog niet klaar. Want Syrië - en in het Syrische voetspoor Libanon - heeft geweigerd aan de multilaterale onderhandelingen (over wapencontrole en veiligheid, waterverdeling, ecologische vraagstukken enzovoort) deel te nemen. Eerst moet Syrië de zekerheid hebben dat Israel de Golan volledig terug heeft. Volgens het referentiekader van de vredesconferentie mag elke partij die bij de openingszitting aanwezig is weigeren om aan de multilaterale onderhandelingen deel te nemen. Maar daarmee zouden wel zeer belangrijke problemen onbesproken blijven. Problemen die uiteindelijk niet los kunnen worden gezien van de kwesties waarover de bilaterale onderhandelingen gaan.

Ten overvloede heeft de PLO een paar dagen geleden gedreigd dat de Palestijnen niet met de bilaterale besprekingen zullen doorgaan, als Israel niet eerst een eind maakt aan zijn nederzettingenpolitiek in de bezette gebieden.

Er moeten dus - na de plechtige opening van vandaag - nog zoveel strijdpunten worden opgelost voordat men aan de werkelijke onderhandelingen kan gaan beginnen, dat Baker nog wel een tijdje in het Midden-Oosten bezig is. Gisteren werd door de woordvoerder van Bush, Marlin Fitzwater, ook al gesuggereerd dat de minister de vredesstichterij voorlopig niet in handen kan geven van een speciale Amerikaanse afgezant voor het Midden-Oosten, waarvan eerder sprake was.

Niet bekend

Welke ingenieuze plannen ook worden uitgedokterd, één ding staat vast: Bush en zijn petekind, de vredesconferentie, zullen van Israel datgene vragen waarvan Shamir en zijn regering het meeste afkerig zijn: Land in ruil voor Vrede. Maar door de gewijzigde machtsverhoudingen in de wereld en de daarmee zich wijzigende politieke sympathieën, is het waarschijnlijker dat Israel gedwongen wordt land te ruilen tegen een toestand die niet zozeer vrede is als vrede wordt genoemd.

    • Michael Stein