Nog geen compromis over veiligheid EG

KÖNIGSWINTER, 30 OKT. De ministers van buitenlandse zaken en defensie van de landen van de Westeuropese Unie (WEU) hebben gisteren geen compromis gevonden voor de rol van deze organisatie in het toekomstig Europese veiligheids- en defensiebeleid. De Duitse minister Genscher sprak van “toenadering” en de Nederlandse minister Van den Broek zei dat er “goede vooruitgang” was geboekt, maar er werd geen communiqué uitgegeven.

Het grootste struikelblok blijft de vraag welke rol de WEU, de verdedigingsorganisatie van negen EG-landen, zal spelen binnen het veiligheids- en defensiebeleid van de EG en in welke relatie de WEU tot de NAVO staat. Het compromisvoorstel dat de secretaris-generaal van de WEU, de Nederlandse oud-minister Van Eekelen, aan de vergadering had voorgelegd, zal “ook bij de verdere besprekingen in aanmerking worden genomen”, aldus Genscher, die de bijeenkomst in Königswinter nabij Bonn voorzat.

De Duitse minister zei tijdens een persconferentie tot twee keer toe dat Van Eekelen het stuk “onder eigen verantwoordelijkheid” had ingebracht. Een kernzin in dat niet gepubliceerde voorstel is de volgende: “De Westeuropese Unie zal als richtlijnen de beslissingen nemen van de Europese Politieke Unie op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en de posities die worden ingenomen door het Bondgenootschap, met inachtneming van het verschillend karakter in de verhoudingen met beide organisaties.”

In de Frans-Duitse visie op de toekomstige Europese samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie moeten de richtlijnen komen van de Europese Raad van regeringsleiders en het Franse staatshoofd. De band met de NAVO wordt slechts genoemd in een zin waarin staat dat “eerdere verplichtingen niet worden aangetast”. In een Brits-Italiaans voorstel is de band tussen NAVO en WEU veel sterker. In feit wordt in dat plan de WEU tegelijkertijd de Europese NAVO-pijler en de defensiepijler van de EG.

Van Eekelens door Nederland gesteunde voorstel probeert beide visies met elkaar te verzoenen, waarbij bovendien de richtlijnen voor de WEU niet meer van de EG-top maar van de Politieke Unie komen, dat wil zeggen: meer van de ministers van buitenlandse zaken.

Van Eekelen zelf concludeerde gisteren na afloop dat er een duidelijke tendens is in de richting van een compromis. Het Frans-Duitse voorstel, zei hij, heeft als voordeel dat het een geleidelijk proces incalculeert naar een gemeenschappelijke defensie, dat er al direct de kern van een Europese strijdmacht in wordt geformeerd en dat de Fransen de bereidheid tonen weer militair aan de verdediging van Europa deel te nemen. Het belang van het Brits-Italiaanse plan is in zijn ogen dat Londen daarin een autonome positie accepteert van een Europese strijdmacht (die buiten het NAVO-verdragsgebied - dus buiten West-Europa - zou opereren).

Genscher, met zeventien dienstjaren als minister van buitenlandse zaken de meest ervarene in het gezelschap, zei dat het een vergadering was geweest, waarin men merkte dat de deelnemers naar een compromis toe wilden. De Franse minister Dumas had nog eens duidelijk verklaard, dat bij de NAVO “het primaat” ligt van de verdediging van Europa en de Britse minister Hurd zei dat Londen grote betekenis hecht aan een zelfstandige defensie-identiteit voor Europa.

De Britten willen echter, zo bleek gisteren, heel duidelijk de positie van de WEU gedefinieerd hebben, voordat zij akkoord zullen gaan met een verdrag over de Politieke Unie, dat in december in Maastricht moet worden getekend. Dumas stelde daarentegen voor om de discussie nu geheel aan de regeringsleiders in Maastricht over te laten. De meerderheid van de ministers voelde daar echter niets voor. Vandaar dat over de Europese veiligheid en defensie wordt verder gepraat op de NAVO-top op 7 en 8 november in Rome, op het "conclaaf' van de EG-ministers op 12 en 13 november in Noordwijk, op een nieuwe WEU-ministerraad op 18 november in Bonn en in Maastricht op 9 en 10 december.