Morele gehalte beleid Justitie grondtoon in debat Hirsch Ballin

DEN HAAG, 30 OKT. De grondtoon van het debat in de Tweede Kamer over de justitiebegroting wordt gezet door opmerkingen over het morele gehalte van het justititiebeleid.

De verschillende woordvoerders van de politieke partijen lieten gisteravond aan het begin van dit debat een breed spectrum van onderwerpen de revue passeren: preventiebeleid, driehoeksoverleg, zware criminaliteit, kleine criminaliteit, de invloed van Europa, handhavingstekort en cellenoverschot. Het was voor de meeste woordvoerders echter onontkoombaar zich ook - hoe summier soms ook - uit te laten over de oorzaken van criminaliteit en de mogelijkheden van de overheid daar succesvol tegen op te treden.

In de memorie van toelichting bij de begroting schrijven minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Kosto (justitie) dat het “immoreel” zou zijn kritiekloos te berusten in “de kracht van de feiten”. De aanpak van “normvervaging en criminaliteit” heeft volgens de bewindslieden “breed gedragen prioriteit” binnen de Nederlandse samenleving.

Eerder hadden Kamerleden, maar ook critici vanuit de wetenschap, in reactie op het beleidsplan “Recht in Beweging” vraagtekens gezet bij de omnipotente pretenties van de minister van justitie. Zijn geloof in het effect van wetgeving werd ernstig gerelativeerd. Aan die kritiek kwamen de bewindslieden van justitie in de memorie van toelichting tegemoet door toe te geven dat “de overheid zeker niet het archimedisch punt is van waaruit de samenleving zou kunnen worden bestuurd.” Maar met die relativering in het achterhoofd houden zij toch staande dat niets doen immoreel zou zijn. Geheel in lijn met eerder uitgesproken gedachten hierover beklemtoonden de beide bewindslieden de rol die het “maatschappelijk middenveld” moet spelen in het herstel van normen en waarden.

Voor VVD-afgevaardigde Wiebenga was dit gisteravond aanleiding om minister Hirsch Ballin ervoor te waarschuwen dat “de overheid niet moet optreden als hoedster der zeden”.

Eerder deze maand gaf staatssecretaris Kosto in een toespraak aan de Universiteit van Amsterdam nog eens zijn eigen visie op de veronderstelde normvervaging. Hij stelde dat er niet zozeer sprake is van een verval van normen, deze normen zouden veeleer “in beweging zijn”.

Van den Berg (SGP) reageerde ironisch: “De normen zijn wel in beweging, maar dan toch in ieder geval niet in de goede richting.”

Vogens Kosto in zijn Amsterdamse rede nemen burgers het dan wel niet zo nauw met betrekking tot zaken als zwartrijden, heling, "graffity" of winkeldiefstal, maar op andere tereinen zijn nieuwe normen gesteld. En hij noemde seksueel misbruik, geweld in de privé-sfeer en milieucriminaliteit.

D66-woordvoerder Wolffensperger toonde zich onbevredigd door de uitlatingen van Kosto. De staatssecretaris gaf onvoldoende aan hóe “de burger kan worden ingeschakeld”. Volgens Wolffensperger is het noodzakelijk dat de overheid zich minder als “wrekende gerechtigheid” en meer als “beschermer, steun in de rug” opstelt.

    • Frank Vermeulen