Het bezinksel van de Amerikaanse yuppie

Voor haar achtste huwelijk heeft Liz Taylor dit jaar de 39-jarige Larry Fortensky uitgezocht, een onvervalste bouwvakker. “Hij is een echte kerel en hij is niet gecastreerd door de pers”, zei Liz Taylor. Het favoriete gerecht van Fortensky en zijn familie is Kentucky Fried Chicken. Als media-ster heeft Taylor een feilloze intuïtie voor de tijdgeest en haar keuze van deze oerman wordt algemeen gezien als een teken dat het yuppie-tijdperk van verering van rijkdom en succes definitief voorbij is.

Sinds de beurskrach van 1987 is yuppie een scheldwoord geworden in Amerika. De professionele vrijgezellen die, ontheven van verplichtingen voor een gezin, veel geld overhouden voor luxe bestaan nog wel, maar het biotoop is minder gunstig dan in de jaren tachtig. Na het vertrek van president Reagan en de onthullingen over spaarbankschandalen en illegale transacties op de beurs staat rijkdom niet meer in hoog aanzien. Reagan was een self made patser, maar president Bush vertegenwoordigt oud geld. Bij oud geld vallen eventuele zakelijke misstappen onder verantwoordelijkheid van de voorouders. Een nouveau riche-yuppie staat echter in het volle licht van de publieke inspectie, zeker nu het Congres in hoorzittingen het ene financiële schandaal na het andere openbaart.

Jonge professionals verdienen ook minder dan vroeger. De tijd dat afgestudeerden met een jaarlijks aanvangsalaris van 60.000 dollar plus bonus konden beginnen, is voorbij. In deze recessie blijven zelfs afgestudeerden van de universiteiten van Harvard en Yale lange tijd werkloos. In de jaren tachtig vochten aandelenfirma's om getalenteerde afgestudeerden aan goede vierjarige universitaire colleges, nu wordt er doorgestudeerd voor een academische graad of zelfs een doctorstitel.

De arbeidsmarkt heeft weinig te bieden. Een afgestudeerde aan een topcollege solliciteert tegenwoordig naar een baan als autoverkoper. Als hij toch de professionele rangen bereikt, verdient hij weinig, dus een Porsche Cabriolet zit er niet in, misschien na wat sparen een tweezits sport-Nissan met linnen kap. Om de sleur te doorbreken koopt de huidige jonge professional geen nieuw pak, maar een nieuwe stropdas met gewaagd bloemmotief.

Veilige banen als leraar of ambtenaar zijn gewild. De overheidsvariant van de yuppie in Washington staat er beter voor dan zijn generatiegenoot in de particuliere sector, omdat de federale overheid altijd op volle kracht blijft draaien, recessie of niet. Alleen in de defensiesector zit de klad. De aanvankelijke bewondering voor de rijken is omgeslagen in een sfeer van rancune. De middenklasse gaat achteruit en ziet aan de kim van zijn dagelijkse pendelbaan geen gouden zon meer gloren.

Oud-yuppies hebben zelf op late leeftijd een gezin gesticht. Ze stellen aan hun kinderen evenveel eisen als aan de sportauto's en marmeren keukentjes die ze zich vroeger aanschaften. Kinderen van voormalige yuppies krijgen door middel van klopsignalen en muziek via een buiktelefoon in de baarmoeder al wiskunde en pianoles. Sommige professionele vrouwen hebben hun felbegeerde zwangerschap niet ten koste laten gaan van hun vrijgezellenstatus. Ze worden daarbij geholpen door een keur aan personeel, van kinderjuffrouw tot werkster en kookster. Maar dat is alleen weggelegd voor de schaarse vrouwen die zeer welgesteld zijn.

Al zijn yuppies uit de mode, toch hebben ze een diep cultureel bezinksel achtergelaten in de Verenigde Staten. Vooral zij hebben bijgedragen aan de Europeanisering van Amerikaanse binnensteden en voorstedelijke kernen. De genotzucht van de yuppies was een reactie op de voorgaande meer spartaanse generatie van koopjesjagers. Zij gingen met vakantie naar Europa of andere verfijnde streken en brachten kennis van goede eetwaren en kwaliteitskleren van echte katoen en echte wol of zijde terug. Dergelijke stoffen zijn nog steeds in trek. Ze worden verkocht in zaken die het oude geld imiteren en een Britse feodale sfeer uitstralen. Want iedere Amerikaan, zwart, blank of Aziatisch, droomt van de Britse landadel als het hoogtepunt van smaak en distinctie. Warenhuizen versieren hun afdelingen met leren rijzweepjes, golfclubs en jachtgeweren. Ze laten zien wat iemand die de loterij heeft gewonnen te wachten staat.

Amerikanen van de yuppie-generatie praten graag over de fijnste pesto-saus op de spaghetti of de lekkerste wijn. Door de felle concurrentie tussen verbeterde Californische en Franse wijnen heeft de Amerikaanse wijnzaak aanzienlijk meer te bieden dan de gemiddelde Nederlandse drankwinkel.

De binnenstad van Washington is in de jaren tachtig opnieuw ontworpen met kantoren en restaurants. Waar voorheen het hoogste culinaire genot bestond uit steak en gepofte aardappel met zure room, afgewisseld met Chinese maaltijden of een hamburger, zijn nu alle windstreken vertegenwoordigd met de beste gerechten die ze te bieden hebben: Thais, Mexicaans, Russisch, Frans, Spaans en Italiaans. Er verrezen overal caféterrassen. De brede Connecticut Avenue bij het groene Dupont Circle en de 18de straat in de sfeerrijke latinowijk Adams Morgan zijn flaneergebieden geworden. Weliswaar hebben enkele zaken door de recessie de tuinstoeltjes moeten verkopen maar toch hebben de meeste de recessie overleefd. Het is in het stadsbeeld gebleven.

Het verschil met Europa is wel dat de nieuw verworven kwaliteit in Amerika duur is. De standaard blijft het inferieure produkt. De winkels en restaurants wijzen op het ontstaan van twee afgescheiden, financiële klassen. Er blijft ruim aanbod van goede kwaliteit voor mensen die meer dan gemiddeld verdienen. Voor modale verdieners met familieverplichtingen of studieschulden blijft het behelpen. Buiten de spijkerbroekensector is iets als de Hema of C&A ondenkbaar.

Dat is het gevolg van vele decennia koopjes jagen. De broodafdeling van de Amerikaanse supermarkt ruikt naar een slecht schoon gehouden keuken. Echt vers brood is tegenwoordig wel bij enkele nieuwe warme bakkers te krijgen, maar daarvoor moet de klant heel wat kilometers afleggen en zo'n brood kost tussen de drie en tien dollar per stuk. Een terras is ook niet bedoeld voor mensen met weinig geld. Een pilsje kost gemiddeld vierëneenhalve dollar, inclusief bediening. Wie langer dan tien minuten doet over het drinken van zijn glas, wordt voortdurend lastig gevallen door een vrouw met een stalen glimlach: “Kan ik nog wat anders voor u halen of wilt u de rekening?” En die rekening willen velen nog wel betalen, want drank en recessie zijn een vertrouwde combinatie.

    • Maarten Huygen