Beleggers Co op winnen eerste stap in strijd tegen Amro Bank

ROTTERDAM, 30 OKT. Een bank is verantwoordelijk voor het hele emissieprospectus van een onderneming en niet, zoals de Amro bank meent, alleen voor een verklaring die bij een prospectus is gevoegd. Dit blijkt uit een tussenvonnis van de Amsterdamse arrondissementsrechtbank in de zaak van obligatiehouders Co op versus Amro bank, die morgen zal worden vrijgegeven.

Advocaat jhr.mr.G. Hooft Graafland (Barents & Krans) die optreedt namens de gedupeerde beleggers zei in september toen de procedure werd aangespannen, dat het belang van het proces groot is, omdat van deze uitspraak af zal hangen of aandeelhouders de banken van Breevast, Bredero, Air Holland en Text Lite aansprakelijk kunnen stellen voor het verstrekken van misleidende informatie in prospectussen.

De obligatiehouders van het Duitse detailhandelsconcern Co op hebben de procedure aangespannen omdat zij menen dat zij door de Amro bank zijn misleid. Zij waren door de bank uitgenodigd om deel te nemen aan twee emissies van elk honderd miljoen gulden voor het versterken van het vermogen van Co op. Vlak na de laatste emissie moest Co op uitstel van betaling aanvragen.

Ruim tachtig Nederlandse obligatiehouders, die gezamenlijk 33 miljoen gulden aan obligaties Co op bezitten, hebben het bureau van de huisadvocaat van de Vereniging van Effecten Bezitters, Barents & Krans, ingeschakeld om hun belangen te behartigen.

De president van de rechtbank verwerpt de stelling van Amro-raadsman mr.F.A. Tromp van advocatenkantoor Nauta Dutilh. Deze zei dat “zelfs als er sprake was van misleiding en daarmee van onrechtmatig handelen van de bank zijn de obligatiehouders bij de Amrobank nog aan het verkeerde adres.” Volgens de president is een bank wel degelijk aansprakelijk tenzij de bank kan aantonen dat haar geen verwijt treft.

“Nu bij de huidige stand van zaken de kans niet denkbeeldig is dat de conclusie zal moeten zijn dat van misleiding sprake is, zal de rechtbank reeds thans ingaan op de vraag of de Bank in dat geval schuld zou treffen,” aldus de president in het tussenvonnis.

De rechtbank keert de bewijslast om. Niet langer hoeven de aandeelhouders te bewijzen dat de bank hun heeft misleid. De bank moet bewijzen dat niet van misleiding sprake is. De Amro krijgt van de rechtbank-president hiervoor tot 27 november de tijd. Dan zal een definitief vonnis moeten volgen.

Bij het aangaan van de procedure heeft Hooft Graafland gezegd dat hij er rekening mee houdt dat de Amro tot de Hoge Raad zal procederen. “De schade op zichzelf is voor de Amro niet van belang, want de bank kan die schade verhalen op Co op. De bank is echter bang voor procedures van aandeelhouders van andere bedrijven waarvoor de Amro prospectussen heeft uitgebracht,” aldus Hooft Graafland.

    • WABE van ENK