Recalcitrante Bult moet Oranje langs lastige klip leiden

ROTTERDAM, 29 OKT. Iedere sport kent haar enfant terrible. Bij handbal draagt Marianne Bult tegen wil en dank dat stigma. Vier jaar lang werd de in Arnhem geboren speelster buiten de nationale ploeg gehouden. Niet omdat ze slecht zou handballen, de 31-jarige werd de afgelopen jaren twee keer derde, één keer tweede en één keer eerste bij de verkiezing "handbalster van het jaar'. Nee, Bult werd gepasseerd vanwege haar moeilijke karakter.

Maar nood breekt wet. De huidige nationale ploeg mist routine en ervaring, dat werd ruim een week geleden op het Hollandtoernooi in Schiedam weer duidelijk. Dus belde bondscoach Ton van Linder enige tijd terug zijn pupil op om te vragen of er te praten viel. Dat kon en na twee minuten was de rentree van Bult geregeld. De enige die een nieuw debuut nog in de weg kan staan, is de werkgever van de handbalster, het GAK in Amsterdam. Die moet de beslissing nemen of zij vrijaf kan krijgen voor de trainingen en wedstrijden van de nationale ploeg. Als die hindernis is genomen, kan Bult het Oranjeshirt weer aantrekken.

De stap van Van Linder mag opmerkelijk worden genoemd. Sinds de ambitieuze coach vier jaar geleden het roer overnam van Jan Kecskemethy, is er veel veranderd binnen de handbalbond. De bondscoach wil met zijn ploeg in 1995 doordringen tot de top tien van de wereld en in 1996 op de Olympische Spelen in Atlanta meestrijden om de medailles. Dus is de trainingsarbeid van de internationals van 200 naar 600 uur per jaar opgeschroefd. De bond probeert de maatschappelijke condities te verwezenlijken voor een professionele ploeg. Een ploeg die in 1995 moet bestaan uit speelsters die 38 uur per week met handbal bezig zijn. En dat is nu net wat Marianne Bult zo tegen staat. “Ik vind drie keer trainen per week genoeg. Ik wil niet dat handbal voor mij een moeten wordt. Als er een verjaardag is waar ik graag heen wil, of een etentje van het werk, dan zeg ik de training af. Als je dat niet doet, dan raak je versuft van de sport.”

Van Linder is op de hoogte van de visie van de verguisde opbouwspeelster, maar vindt de terugkeer van Bult niet strijdig met zijn toekomstplan. “Als je in 1995 mee wilt tellen, dan moet je nu al presteren. We zullen de kwalificatie voor die WK eerst af moeten dwingen. Dat lukt alleen als je genoeg routine in je team hebt. We hebben Marianne tot volgend jaar november nodig. Dan spelen we om een plaats op het WK van 1993. Na dat toernooi moet de jongere generatie het overnemen.”

Over het waarom van de scheiding vier jaar geleden wil Van Linder geen woorden meer vuil maken. Marianne Bult schrijft het toe aan “een misverstand”. “In 1987 heb ik vlak voor de WK in Bulgarije afgezegd. Ik had al eerder tegen de trainer gezegd dat er een kans bestond dat ik niet mee kon. De reden daarvan was privé, had niets met handbal te maken. Na die afzegging heb ik nooit meer een oproep gehad.”

Het was niet de eerste keer dat de international in opspraak kwam. Een jaar voor Bulgarije vergeleek ze de toenmalige bondscoach Kecskemethy met een kameleon. Ook toen al stond ze buitenspel voor de nationale ploeg. Over de problemen die er begin 1987 zouden kunnen ontstaan bij haar terugkeer in het nationale team zei ze: “Het zijn altijd maar een of twee speelsters die problemen maken, de rest hobbelt er gewoon achteraan.” In 1988 stapte Bult midden in het seizoen over van OSC naar Foreholte, tegen alle overgangstradities van de bond in. De kwestie werd tot op het hoogste niveau uitgevochten. Bult dreigde zelfs met de rechter, en kreeg haar zin. Anderhalf jaar later verliet ze de Voorhoutse ploeg. Oorzaak: een hooglopend conflict met de rest van de speelsters.

“Ik heb zelf wel een theorietje over het steeds weer terugkeren van moeilijkheden. Ik denk dat het door mijn uitgesproken mening komt. Vooral bestuursleden zijn daar erg gevoelig voor. En er is in de handbalwereld een aantal mensen dat ik niet zo graag mag. Tegen hen doe ik nooit zo aardig. Daar ben ik heel rechtlijnig in.”

“Het vervelende is dat je nooit meer van dat stempel afkomt. Het laatste jaar heb ik geen moeilijkheden gehad. Maar als ik mijn mond opendoe, dan wordt het verleden er meteen weer bijgehaald. Opnieuw beginnen kan niet. Op den duur raak je daar wel aan gewend, hoor. Ik heb alle commotie ook altijd goed kunnen relativeren. Daardoor heb ik nog steeds plezier in het spel. Als dat er niet meer is, dan stop ik direct.”

    • Geert-Jan Bron