Plannen voor oprichting "retourshops' in de ijskast

ROTTERDAM, 29 OKT. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) ziet af van de oprichting van "retourshops', waaraan het met de gezamenlijke supermarkten werkte. Uit de levensmiddelenhandel is veel verzet tegen de plannen gekomen.

Retourshops zijn afvalwinkels waar consumenten statiegeld- en eenmalige verpakkingen zouden kunnen inleveren. Op basis van een haalbaarheidstudie, anderhalf jaar geleden uitgevoerd door de Heidemij in opdracht van het CBL, Economische Zaken en de stichting Het Merkartikel, wilde het bureau een proef met een dergelijke winkel organiseren.

Mr. M.J. Roos, directeur van het CBL, bevestigt dat de plannen van de baan zijn. Als belangrijke reden daarvoor noemt hij recente ideeën voor het opzetten van "terugbrengcentra', waaraan het ministerie van milieu (VROM) werkt. Zulke centra hebben een bredere opzet dan de retourshop, omdat consumenten hier ook gebruikte duurzame gebruiksartikelen zouden moeten kunnen inleveren.

De verdeeldheid tussen supermarkten over oprichting van retourshops noemt Roos een complicerende factor. Zij vrezen dat de komst van een retourshop in het ene winkelcentrum de positie van een supermarkt in een ander winkelcentrum zonder retourshop aanmerkelijk zou verslechteren. Groothandels in levensmiddelen als Schuitema en Markant uitten die vrees eerder in het vakblad Distrifood.

Het CBL zegt te willen meewerken aan plannen voor oprichting van terugbrengcentra, maar wacht nadere initiatieven daartoe af.

De bedoeling van retourshops en terugbrengcentra is een dam op te werpen tegen de groeiende afvalberg. Inzameling van verpakkingen en gebruikte artikelen maakt het mogelijk meer afval voor hergebruik geschikt te maken.

Het centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie te Delft denkt dit jaar vooronderzoek in opdracht van VROM af te ronden over de haalbaarheid van een experiment met terugbrengcentra. Drs. G.J. Kreuzberg, coördinator van de werkgroep afvalstoffen van het Delftse bureau, verwacht dat ook voor dit soort centra de lokatiekeuze een groot probleem zal blijven. Met gemeentelijke en andere overheden en branche-organisaties wordt overleg gevoerd over de verwerking van ingezamelde artikelen en over opzet, lokaties, organisatiestrucuur en economische haalbaarheid van de innamestations. Behalve als inzamelpunt voor verpakkingen en “sjouwbare en voor hergebruik geschikte” goederen als spaarlampen en apparaten met nikkel-cadmium accu's (elektrische tandenborstels, kruimelzuigers), dienen de centra ook milieuvoorlichting en -advies te geven aan consumenten.