Nijenrodiaans gevoel is irrelevant voor beleid

De toeschouwer verbaast zich over de woede van de Nijenrodianen over de stopzetting van de bedrijfskundestudie voor aankomende studenten. De huidige "undergraduates' bij deze universiteit in Breukelen mogen immers hun studie afmaken en en hoeven daarvoor niet, zoals eerder werd gevreesd meer te betalen dan nu. Nog een ander punt van verbazing. Waarom steunen Nijenrode-alumni die soms al in geen twintig jaar meer op de campus zijn gesignaleerd, nu in zo grote getale het actiecomité dat al het mogelijke doet om de bachelor of business administration-studie, de basisopleiding te behouden?

Al die opwinding heeft een emotionele lading, zoals je die ook tegenkomt bij een bedrijf dat gesaneerd wordt. De intensieve combinatie van wonen en studeren op één plek schept een zeer sterke band, een blijvend saamhorigheidsgevoel. Slechts weinig oud-studenten zouden de herinnering daaraan willen prijsgeven. Bovendien moet worden vastgesteld dat de verontwaardiging van de huidige eerstejaars op directe belangen berust. Zij hebben immers bewust gekozen voor een duurdere bedrijfsstudie, namelijk inclusief drie jaar zeer actief studentenleven in Breukelen. Wordt het BBA-studieprogramma beëindigd, dan wordt ook dat campusleven aangetast. Dus is het begrijpelijk dat de eerstejaarsstudenten zich ernstig bekocht voelen.

Hoe legitiem de herinneringen van oud-studenten en de belangen van de tegenwoordige studenten ook zijn, van beleidsmakers kun je onmogelijk verwachten dat ze daarmee rekening houden. Net als bij de sanering van een bedrijf spelen emoties en belangen een rol, maar die kunnen natuurlijk niet het uitgangspunt vormen. Om dat te bepalen moet in de eerste plaats naar de positie van het produkt op de markt gekeken worden en in dit geval gaat het er dus om wat de studies BBA en MBA (master of business administration) voor het bedrijfsleven betekenen.

De bachelorsstudie stamt uit de begintijd van Nijenrode - de periode van na de tweede wereldoorlog toen het instituut moest voorzien in de grote behoefte aan daadkrachtige jonge mensen, vooral voor activiteiten in het buitenland. Omdat het bedrijfsleven dringend verlegen zat om dit soort lieden bleef de studieduur beperkt tot twee jaar. Het programma bevatte daarom ook niet meer dan de hoogst noodzakelijke bagage voor aanstaande managers. Na de wederopbouw van Nederland en bovendien de ontwikkeling van wetenschappelijke managementtheorieën, raakte dat deze opleiding achterhaald en werd zij langer, zwaarder en wetenschappelijker. Jarenlang had Nijenrode een aantal unieke eigenschappen: de studie zelf, de selectie om toegelaten te worden, de campus-samenleving en de internationale mogelijkheden voor afgestudeerden.

Sommige van die eigenschappen zijn nu niet uniek meer. Internationale oriëntatie is niets bijzonders meer en bovendien kan men bedrijfskundige kennis overal vergaren, desnoods via een schriftelijke cursus. Voor het opdoen van business-vaardigheden blijft Nijenrode echter bijzonder. Zowel door de kleine collegegroepen als door de activiteiten op de campus, krijgt men een manier van redeneren en handelen bijgebracht die veel (maar niet alle) bedrijven waarderen. Daaruit kan men de conclusie trekken dat BBA'ers vooral goed passen in bedrijven die academici te duur of te weinig pragmatisch vinden.

Maar er zijn ook bedrijven die de BBA-studie als niet meer dan een half produkt zien en het heel waardevol vinden als nog wordt doorgeleerd met een MBA-jaar in het buitenland. Bijvoorbeeld in Amerika. Maar men kan zich ook afvragen waarom de BBA-studie bij Nijenrode in 1982 niet gewoon met een jaar is verlengd tot een vierjarige academische studie, waarna altijd nog een MBA mogelijk is? In ieder geval is een BBA'er voor veel bedrijven nog steeds een goede investering, gelet op de combinatie van persoonlijkheid, kennis en vaardigheid.

De inrichting van een MBA-opleiding, in 1986, was van groot belang voor Nijenrode. In de eerste plaats was Nijenrode in 1982 al aangewezen als instituut voor wetenschappelijk onderwijs, zodat een "vierde jaar' noodzakelijk was; in de tweede plaats was de opleiding van strategisch belang om Nijenrodes reputatie hoog te houden en te verhogen. Zo'n MBA heeft weinig meer weg van het normale studeren in Nederland. Tachtig uur per week buitengewoon hard studeren en actief meedoen aan werkcolleges en werkgroepen is niets bijzonders meer. Die studenten nemen dan ook geen deel meer aan het studentenleven op Nijenrode.

De BBA- en MBA-studies zijn beide goed te verkopen produkten, hoewel het MBA uitbreiding behoeft. BBA'ers hebben eigenschappen die door veel bedrijven worden gewaardeerd en waaraan andere opleidingen nog te weinig tegemoetkomen.

Toch heeft minister Ritzen besloten dat de jaarlijkse subsidie voor Nijenrode, bedoeld voor het BBA-programma, wordt stopgezet. Het vreemde is, dat de minister dit besluit heeft genomen toen de onderwijsbegroting al rond was. Dat doet vermoeden dat hij daarvoor wel heel goede redenen moet hebben gehad. Tot nu toe ben ik er drie tegengekomen: Ten eerste is Ritzen van mening dat studies als het BBA-programma ook elders aangeboden worden en ten tweede verzet hij zich tegen de voorselectie van aankomende studenten. Nijenrode heeft, ook toen het universiteit was geworden, het recht behouden studenten te selecteren. Dat druist misschien in tegen de gewoonten in Nederland, maar andere universiteiten zouden dit middel graag hanteren: het behoedt mensen voor verkeerde keuzes, met alle sociale en financiële gevolgen vandien. Selectie vooraf leidt aldus tot een beter gebruik van talent in onze samenleving en waarom zouden conservatoriumstudenten wel voorgeselecteerd mogen worden en managementstudenten niet?

Het derde punt blijkt uit Ritzens memorie van toelichting op Prinsjesdag. Hij stelt daarin “dat de toegankelijkheid van Nijenrode voor studenten ook uit de lagere en midden inkomensgroepen aanzienlijk beperkter is dan die van de door de overheid bekostigde universiteiten en dat deze universiteiten soortgelijke studies bieden”. Deze zin is buitengewoon grievend voor Nijenrodianen uit die lagere inkomensgroepen: ze worden door de buitenwereld beschouwd als verwende rijkeluiskinderen, terwijl ze wellicht schulden maken om hun studie te bekostigen. Bovendien is het een onwaarheid. De voorganger van de huidige president, mevrouw Smit-Kroes heeft nog dit jaar, met cijfers in de hand, aangetoond dat de achtergrond van Nijenrode-studenten nauwelijks afwijkt van die van anderen die bedrijfskunde studeren.

Dat de minister in zijn beleid uitgaat van een bepaalde persoonlijke visie op het Nederlandse onderwijs is inherent aan ons politieke systeem. Het totaal onverwachtse voornemen van de bewindsman geeft echter niet de indruk dat zijn beleid op visie berust, temeer daar de onderbouwing ervan in ieder geval ten dele onjuist is.

    • R. E. van der Linde