Laagste inflatie, hoge werkloosheid

De Franse conjunctuur blijft aarzelen. Het gezaghebbende Franse instituut voor de statistiek (INSEE) verwacht dat de economische groei over het gehele jaar 1991 1,5 procent zal bedragen. Maar een echte economische expansie met een groei van drie procent of meer, zoals de afgelopen drie jaar, kan niet verwacht worden. Het INSEE voorziet stagnatie van de industriële pro duktie, tenzij de binnenlandse vraag gedurende het laatste kwartaal van dit jaar sterk zou toenemen. De produktieve investeringen zullen volgens het instituut over 1991 een procent lager zijn dan vorig jaar “want alleen de verwachting dat de groei werkelijk zal toenemen, leidt tot hogere uitgaven.”

Verminderde investeringen gaan gepaard met verlies van arbeidsplaatsen. In het tweede kwartaal verdwenen 55.000 banen. Over het gehele jaar gerekend zullen 70.000 arbeidsplaatsen verdwijnen in de niet-landbouwsector. Eind december zal de werkloosheid volgens INSEE zijn opgelopen tot iets minder dan tien procent van de beroepsbevolking, ofwel 2.832.000 werkzoekenden tegen 2.532.000 eind vorig jaar. De koopkracht van de Franse huishoudens stijgt dit jaar slechts met 1,7 procent tegen 3,7 procent in 1990. Maar omdat de Fransen meer sparen zal de consumptie nog minder, met 1,4 procent, toenemen.

Er zijn twee positieve factoren. De gemiddelde inflatie daalde in september in Frankrijk tot 2,6 procent op jaarbasis, het laagste cijfer in geheel West-Europa. Op jaarbasis wordt nu een inflatie van 3,2 procent verwacht. De Banque de France verlaagde haar disconto onlangs met een kwart procent tot 8,75 procent. Het reële verschil met Duitsland in de daggeldrente bedraagt volgens Franse deskundigen nog slechts 0,50 procent (in Duits voordeel). De nominale rentetarieven in Frankrijk behoren nu tot de laagste van de landen die aangesloten zijn bij het Europese Monetaire Stelsel.

Maar het renteverschil zou tot 1,5 punt of meer moeten oplopen om een economische dynamiek te creëeren. Dat lijkt uitgesloten, omdat de koersmechanismen van het EMS ertoe leiden dat kapitaal stroomt naar de plaats waar de opbrengst het hoogst is, zoals Frankrijk dit jaar tot zijn nadeel ondervond als gevolg van de hoge rente waarmee Spanje de waarde van de peseta verdedigde.

Het tekort op de betalingsbalans zal in 1991 waarschijnlijk rond de 50 miljard francs bedragen, even hoog als vorig jaar. Het tekort op de handelsbalans zal zo'n 35 miljard francs bedragen. Sinds januari nam de Franse export met 4,6 procent toe, terwijl de groei van de import beduidend lager was: 1,9 procent. Het Franse bedrijfsleven profiteerde duidelijk van de consumptiegolf in Duitsland: de Franse export nam met 17 procent toe en het Franse tekort op de handelbalans met Duitsland bedroeg de eerste maanden van dit jaar slechts 5 miljard francs (tegen 43 miljard in dezelfde periode in 1989). Daarentegen nam het tekort in de handel met Noord-Amerika (de VS en Canada) sterk toe: van 23 miljard francs in de eerste negen maanden van 1990 tot 38 miljard francs over dezelfde periode dit jaar.

Het tekort in de handel met Japan beliep in dit tijdvak 21 miljard francs, even veel als de afgelopen drie jaar. Op het gebied van de diensten en kapitaalopbrengsten heeft Frankrijk een flink overschot ( 14 miljard francs) in de handel met Japan. Voor dit interessante fenomeen worden enkele verklaringen genoemd. Zo wordt gewezen op het feit dat het Japanse toerisme naar Frankrijk veel omvangrijker dan het Franse toerisme in Japan.

Maar belangrijker is dat Frankrijk volgens de statistieken meer (6 miljard francs in 1990) aan dividend en andere kapitaalsrevenuen uit Japan krijgt dan Japan uit Frankrijk. En dat heeft weer te maken met het feit dat Japanse banken hun transacties op de Europese geldmarkten via hun Franse filialen centraliseren. Frankrijk lijkt een belangrijk off-shore centrum voor Japanse banken in Europa te zijn geworden sinds de Parijse beurs in de tweede helft van de jaren tachtig snel belangrijker werd. Weliswaar hebben de transacties van de Japanse banken weinig directe invloed op de Franse economie, maar ze beïnvloeden in hoge mate de statistieken over de financiële diensten.

Het optreden van de Japanse banken is ook in ander opzicht interessant. In april trokken de Japanse banken vier miljard dollar uit hun Franse beleggingsportefeuilles terug omdat het rendement in vergelijking tot belegging in Duitsland te gering werd geacht. In mei en juni kwam ruim een miljard dollar terug omdat de verwachtingen inzake rendement weer beter waren. Diezelfde maand mei maakte de nieuwe Franse premier Edith Cresson haar gewraakte opmerkingen over de Japanners “die als mieren werken.” Deze episode leert dat politieke redevoeringen weinig invloed hebben op de smalle marges van de Franse monetaire politiek.

    • Jan Gerritsen