Kok: betrek Europarlement bij EMU-plan

DEN HAAG, 29 OKT. Nederland streeft als halfjaarlijkse voorzitter van de EG naar samenwerking met het Europese parlement en naar een sterke rol van de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EG, op onderdelen van de economische en monetaire unie (EMU).

Dit zei minister Kok (financiën) gisteravond bij de presentatie van het ontwerpverdrag voor de EMU. Kok legde de nadruk op een voldoende democratisch gehalte van de EMU. Maar de wens van Nederland, gesteund door België, voor samenwerking met het Europarlement op aspecten van wetgevende aard, zoals de vaststelling van economische sancties, is bij de overige EG-landen omstreden. Zij willen het Europarlement hooguit consulteren.

Beide mogelijkheiden - samenwerking en consultatie - zijn in de Nederlandse ontwerptekst opgenomen. In de komende zes weken tot aan de Europese top in Maastricht zal dit nog een punt van harde onderhandelingen worden tussen de EG-landen.

Kok zei dat het laatste woord over het EMU-verdrag nog niet is gesproken, maar hij beklemtoonde dat de onderhandelingen onder een gunstig gesternte plaatshebben. “Garanties zijn er niet, wel de bereidheid tot compromissen”, aldus Kok.

In het ontwerpverdrag is het artikel opgenomen dat geen enkel land gedwongen kan worden om deel te nemen aan de "slotfase' van EMU als het nationale parlement van een land zich niet wil binden aan een gemeenschappelijk monetair beleid en één munt. Dit is bedoeld om Groot-Brittannië over de streep te krijgen.

Daarnaast stelt Nederland een politieke verklaring voor, waarin de EG-landen hun voornemen om deel te nemen aan de slotfase van EMU bekrachtigen. Deze verklaring, die zoals Londen vanmiddag liet weten, onaanvaardbaar is voor Groot-Brittannië, is bedoeld om de overige landen te binden. Kok zei te hopen dat “alle twaalf landen de verklaring zullen ondertekenen”. Het ontwerpverdrag bevat andere omstreden onderdelen waarover verder onderhandeld moet worden. De positie van het Nederlandse voorzitterschap werd gisteren niet gemakkelijker gemaakt omdat de presidenten van de twaalf centrale banken tijdens hun beraad op een aantal essentiële punten geen overeenstemming bereikten. Zo stelt Nederland voor dat landen die niet aan de criteria voor de slotfase voldoen en daarom een ontheffing voor deelneming krijgen, in de toekomstige Europese centrale bank vertegenwoordigd zijn in een Kamer van gouverneurs, maar niet in de Raad van gouverneurs die alle beslissingen neemt. Dit gaat de zuidelijke landen die vermoedelijk niet direct aan de slotfase van de EMU zullen deelnemen niet ver genoeg, terwijl Duitsland deze passieve aanwezigheid in de Europese centrale bank te ver vindt gaan. Evenmin hebben de centrale bankpresidenten de vraag opgelost of het Europese Monetaire Instituut (EMI) dat vanaf 1994 de overgang naar één munt zal voorbereiden, moet worden geleid door één van de twaalf centrale bankiers, of een eigen president moet benoemen.