Den Besten "daalt af' van luchtvaart naar spoorwegen

DEN HAAG, 29 OKT. Nog maar in 1989 werd hij president-directeur van de NV Luchthaven Schiphol en nu al stapt hij op om dezelfde functie te aanvaarden bij de NV Nederlandse Spoorwegen. Wat van Rotterdammer drs. Robert den Besten ook gezegd mag worden: een verwijt van honkvastheid valt hem niet te maken.

Hij heeft op 50-jarige leeftijd een carrière in zowel het bedrijfsleven als bij de overheid achter de rug, waarbij hij het meestal niet langer dan vijf jaar in dezelfde functie uithield. Daarin verschilt hij van zijn voorganger drs. L.F. Ploeger die per 1 juni met de VUT gaat, na een leven figuurlijk tussen de rails te hebben doorgebracht om op de hoogste post bij de NS te eindigen.

Den Besten studeerde van 1958 tot 1964 economie aan de toenmalige Economische Hoogeschool in Rotterdam (nu de Erasmus Universiteit). Na zijn militaire-diensttijd (reserve eerste luitenant) trad hij toe tot het Openbaar Lichaam Rijnmond waar hij het tot hoofd van het bureau verkeer en vervoer bracht. Daar ontstond zijn eerste band met dit beleidsterrein, waarna hij zich er vervolgens negen jaar niet beroepsmatig mee zou bemoeien.

In 1991 ging Den Besten namelijk naar Hoogovens, aanvankelijk als hoofd van het secretariaat van de Raad van Bestuur. Na fusie met Hoesch werd hij persoonlijk assistent van de voorzitter van de Raad van Bestuur van ESTEL, zoals de combinatie van Hoogovens en Hoesch ging heten. Vanaf 1975 hield Den Besten zich vooral bezig met personeelsbeleid: eerst als plaatsvervangend hoofd van de stafafdeling Personeel Nederland bij het concern, waarbij hij ook was belast met de coördinatie van internationale sociale aangelegenheden. In 1977 werd hij hoofd van de centrale personeelsafdelingen van Hoogovens in IJmuiden.

Terug naar het vervoer en naar zijn geboortestad ging Den Besten in 1980. Hij werd directeur van de Rotterdamse Electrische Tram, oftewel stadsvervoerder RET, in welke functie hij ook lid was van diverse nationale en internationale organisaties op het gebied van het openbaar vervoer. Bovendien kreeg hij te maken met een andere Rotterdammer: de toenmalige minister van verkeer en waterstaat dr. N. Smit-Kroes.

Toen zij in 1983 in conflict kwam met haar secretaris-generaal, (wijlen) ir. P.C. de Man - die had geweigerd directeur-generaal bij de PTT te worden en een jaar later naar het ministerie van defensie vertrok - droeg Smit-Kroes Den Besten voor als diens opvolger. Hij was al kandidaat op het moment dat De Man nog wel naar de PTT leek te vertrekken.

Op het ministerie van verkeer en waterstaat trof Den Besten een organisatie-in-beweging aan. De PTT moest worden geprivatiseerd en meer diensten stonden aan de vooravond van een drastische reorganisatie, die al spoedig het karakter van een "stammenstrijd' kreeg. Toen de grootste beslissingen op dit terrein goeddeels waren genomen, stapte Den Besten op: hij werd president-directeur van Schiphol.

Dat hij nu van de luchtvaart naar de spoorwegen "afdaalt', zal wellicht bevreemding wekken. Schiphol heeft voor menigeen een dynamischer klank dat de NS en staat aan de vooravond van drastische uitbreidingen. Anderzijds treft Den Besten in Utrecht andermaal een bedrijf dat volop in beweging is en dat moet werken aan een operatie die het de afgelopen 100 jaar niet heeft beleefd: Rail 21, een verdubbeling van het spooraanbod in Nederland. Hij doet dat aan het hoofd van een zeskoppige hoofddirectie en in de wetenschap dat zijn opvolger bij Verkeer en Waterstaat drs. H.N.J. Smits, de huidige secretaris-generaal, hem op de vingers kijkt: deze is lid van de Raad van Commisarissen van de NS, die de benoeming vandaag heeft goedgekeurd.