Compromis Europese veiligheid in de maak

KÖNIGSWINTER, 29 OKT. De ministers van buitenlandse zaken en defensie van de Westeuropese Unie bespreken vandaag in Königswinter bij Bonn een compromisvoorstel over het buitenlands en veiligheidsbeleid van de toekomstige Europese Politieke Unie. Kern van de discussie is de relatie met de NAVO.

In het voorstel staat dat de WEU - nu een organisatie waarin negen van de twaalf EG-landen over veiligheidspolitiek overleggen - “als richtlijnen” de “beslissingen” zal nemen van de Europese Politieke Unie en de “posities” die worden ingenomen door het Atlantisch bondgenootschap. Dit is een compromis tussen het Duits-Franse voorstel dat spreekt van een “geleidelijke ontwikkeling van een gemeenschappelijke veiligheids- en verdedigingspolitiek van de (Politieke) Unie”, waarbij “eerdere verplichtingen niet worden aangetast”, en het Brits-Italiaanse voorstel waarbij de WEU haar besluiten zal nemen met “inachtneming van” de “besluiten” van de Politieke Unie en de “standpunten” van de NAVO.

Het compromis was van Duitse zijde in een speciale WEU-werkgroep van hoge ambtenaren ingediend. Afgelopen vrijdag hebben de Duitsers echter zelf afstand genomen van de formulering, die nu vanmorgen op de vergadering werd ingediend door WEU-secretaris-generaal Van Eekelen, met steun van Nederland.

Het is onwaarschijnlijk, aldus een deelnemer, dat men vandaag al de definitieve formulering vindt, die uiteindelijk moet worden opgenomen in het verdrag over de Politieke Unie, dat de landen van de Europese Gemeenschap in december willen ondertekenen.

De Fransen hechten er erg aan dat de WEU "richtlijnen' accepteert van de Europese Raad van regeringsleiders. Nederland steunt de tekst van Van Eekelen met name omdat niet meer van de Europese Raad maar van de Politieke Unie als geheel wordt gesproken. In de discussie in de speciale WEU-werkgroep zijn tot nu toe acht punten van overeenstemming geformuleerd tussen het Duits-Franse en het Brits-Italiaanse voorstel.

Pag 5:

Nog verschillen

Deze punten van overeenstemming zijn: Aan de verdragstekst over de Politieke Unie die in Maastricht moet worden aangenomen zal een annex worden gehangen in de vorm van een verklaring over de WEU. In deze annex wordt de relatie beschreven van de Politieke Unie met de WEU en de NAVO. Het buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EG zal in een "geleidelijk proces' tot stand komen. De uiteindelijke doelstelling van dat beleid is een gemeenschappelijk defensiebeleid. Er wordt een eerste fase afgesproken tussen nu en de jaren 1996-98. Daarna gaat een volgende fase in waarvan zeer waarschijnlijk het eindpunt een gemeenschappelijke Europese defensie zal zijn, waarvan details nog niet nader zijn ingevuld. De Westeuropese Unie zal een centrale rol spelen in de ontwikkeling naar een gemeenschappelijk defensiebeleid in de komende vier, vijf jaren. In deze periode blijft de Westeuropese Unie een zelfstandige organisatie, zij gaat nog geen fusie aan met de Europese Politieke Unie. De samenwerking in de WEU heeft mede tot doel de versterking van de NAVO; de WEU is geen alternatief voor de NAVO. Als men het eens wordt over dit pakket van maatregelen dan zal het WEU-hoofdkwartier van Londen naar Brussel worden overgeplaatst.

Onenigheid en onduidelijkheid bestaat nog over de volgende drie punten: 1. Wat precies moet worden verstaan onder begrippen als "richtlijnen' en "rekening houden met' in de relatie met de Politieke Unie en de NAVO. 2. Welke de relatie is tussen de door Fransen en Duitsers voorgestelde Europese strijdmacht en de NAVO en de WEU. Vanuit Bonn wordt steeds verklaard dat het om troepen gaat die zowel voor de NAVO als voor de WEU inzetbaar zijn, Parijs gaat uit van afzonderlijke WEU-troepen. Secretaris-generaal Van Eekelen heeft bovendien in de discussie gebracht een vraag naar de middelen, de taken en de structuren van zo'n strijdmacht. Bij dit vraagstuk hoort ook de vraag wie, WEU of NAVO in een geval van crisis besluit welke troepen waar mogen worden ingezet. 3. Onduidelijk is ook nog welke regeling moet worden getroffen ten aanzien van het lidmaatschap van EG-leden die niet lid zijn van de WEU en NAVO-leden die niet lid zijn van de WEU.

    • Rob Meines