België als vrijplaats voor kapitaal

België is voor vermogende Nederlanders een belastingparadijs. Velen strijken neer in een van de verstilde villadorpen over de grens. Het lijkt alsof er een emigratiegolf van kapitaalkrachtigen gaande is.

Protserige nouveaux riches-kastelen, scenes uit "La Maison de Marie-Claire' en het gebrom van betonmolens wisselen elkaar af in de villawijken aan de Belgische kant van de grens. Plaatsen als Brasschaat, Schoten, Essen, Meer, Meerle, Schilde, Hamont-Achel, Rekem en Lanaken zijn populair bij vermogende Nederlanders die hun geld voor de fiscus willen afschermen. Ze hebben door de advertenties voor onroerend goed in Nederlandse kranten een vertrouwde klank gekregen. Het lijkt alsof er een emigratiegolf van kapitaalkrachtige Nederlanders aan de gang is die het draagvlak van de verzorgingsstaat dreigt aan te tasten. Of berusten dergelijke geluiden op borrelpraat bij de Rotary?

“Als je alleen naar de financiële kant van de zaak kijkt, moet ik zeggen: je bent een dief van je eigen portemonnee als je niet naar België gaat.” Prof.mr. D. Juch, voorzitter van het dagelijks bestuur van het belastingadviesbureau Loyens & Volkmaars en hoogleraar belastingrecht in Tilburg, waarschuwt er al jaren voor: de overheid kan niet blijven doen alsof Nederland fiscaal gezien op een eiland ligt. Terwijl aan deze kant van de grens vermogende burgers steeds moeilijker aan de knellende greep van de fiscus kunnen ontkomen, komen de ontsnappingsmogelijkheden vlak over de grens met de dag dichterbij.

“De mensen worden mobieler en dus worden de sociale nadelen van emigratie steeds kleiner,” zegt Juch. “Als je in Brasschaat, Kalmthout of Lanaken woont, krijg je de Nederlandse krant in de bus, kun je naar de Nederlandse TV kijken en met de auto ben je binnen een kwartier bij Albert Heijn. Als je dit zo laat voortwoekeren, raak je op termijn je meest draagkrachtige mensen kwijt.”

In 1987 pleitte Juch al voor het afschaffen van de vermogensbelasting, omdat die te veel Nederlanders naar andere landen zou drijven, waar geen belasting over het vermogen wordt geheven. Zijn woorden vonden gehoor bij de regering en Juch kreeg de opdracht te onderzoeken hoeveel Nederlanders naar het buitenland waren vertrokken om aan de vermogensbelasting te ontkomen. Het resultaat was niet erg schokkend: in de jaren 1983 tot en met 1988 hadden ongeveer drieduizend Nederlanders met meer dan drie ton op zak hun vaderland de rug toegekeerd. Slechts een klein aantal van hen, 347 personen, zou niet zijn geëmigreerd als zij in Nederland geen vermogensbelasting hadden hoeven te betalen. Dat zou de schatkist in zes jaar tijd 124,3 miljoen gulden hebben gescheeld. Juch vond echter ook een grote groep vermogensbezitters, die nog binnen de Nederlandse grenzen wonen en serieus denken aan emigratie om te voorkomen dat ze hun geld moet offeren aan de overheid. Als deze groep in z'n geheel zou vertrekken, zou dat de staat 2,84 miljard gulden kosten. Gelukkig zeiden de meeste van die vermogenden nog eens over hun hart te willen strijken, als de vermogensbelasting zou worden afgeschaft. Maar in plaats van toe te geven aan die wens is de overheid nu juist bezig hen het laatste zetje richting België te geven, beweert Juch. “Emigratie is meestal het gevolg van een samenloop van omstandigheden. Er hoeft maar een kleine aanleiding te zijn of de emmer loopt over.”

Een dergelijke aanleiding met mogelijk grote gevolgen kan de wijziging van de wet op de vermogensbelasting zijn, die nu op handen is. Directeuren met een aanmerkelijk belang in een onderneming slagen er nu nog in de paradijselijke Belgische toestanden tijdelijk na te bootsen door de zogenaamde "80 procent-regeling' te omzeilen. De Nederlandse wet bepaalt dat iemand aan inkomsten- en vermogensbelasting samen niet meer dan tachtig procent van het belastbaar inkomen kwijt kan zijn. Veel aandeelhouders met een aanmerkelijk belang stellen hun inkomen op "nul' en leven van een lening of terugbetaling van schulden door de vennootschap. Zij betalen dus geen inkomsten- en geen vermogensbelasting én de vennootschap wordt er vet van.

Mensen met een ruime belastingmoraal noemen dat oneigenlijk gebruik, anderen misbruik. Staatssecretaris Van Amelsvoort wil daar een eind aan maken door één procent over het aandelenkapitaal als fictief inkomen te berekenen. Bij wijze van troost wordt het tarief verlaagd van 80 naar 75 procent.

Pag 14:

Komst van rijke Nederlanders leidt in Belgische villawijken tot spanningen

Mr. J. Smeets, belastingadviseur bij TRN-Bakker & Versteegh in Heerlen, heeft de laatste tijd het aantal ongeruste grootaandeelhouders dat overweegt naar België te verhuizen, explosief zien groeien: “Vroeger zagen we twee of drie gevallen per jaar, dit jaar hebben we er alleen al in Heerlen twintig gehad. Tegen de meesten moeten we zeggen: het is 75 procent of België. Het overgrote deel kiest voor België, als ze hebben uitgerekend dat ze daar drie tot vier keer minder aan belastingen kwijt zijn.”

Bij zijn Roosendaalse collega mr. A. Ebben van het bureau Ebben & Slaats is het van hetzelfde laken een pak: “Vroeger had ik gemiddeld twee van die gevallen per maand, nu drie. Dat lijkt niet zoveel, maar je staat versteld van de gigantische hoeveelheid geld die ermee is gemoeid.”

Behalve de afwezigheid van vermogensbelasting biedt België immers nog tal van andere voordelen aan de Nederlander die niet bereid is een aanzienlijk deel van zijn vermogen aan de overheid te offeren. Wie in Nederland zijn bedrijf verkoopt, kan na een vijfjarig verblijf in België het geld onbelast laten overkomen. Een villa is op die manier al snel terugverdiend, als men bedenkt dat de emigrant in Nederland over het te gelde gemaakte aandelenkapitaal twintig procent kwijt zou zijn geweest. Vervolgens kan hij het geld in België zo beleggen dat hij over de opbrengst hoogstens elf procent en met een beetje schipperen zelfs helemaal geen belasting betaalt.

De afkoop van pensioenen is er zo voordelig geregeld dat alleen al daarom veel Nederlanders de grens oversteken. Ook zijn in België aan schenkingen geen fiscale limieten verbonden. Een familiekapitaal kan van de ouders op de kinderen overgaan zonder dat er één frank successierechten afgaat. In de Nederlandse successiewet is een wachttijd van tien jaar opgenomen. Daarna kan de Nederlandse fiscus geen successie- of schenkingsrechten meer heffen over de nalatenschap van de emigrant. Wie vervolgens aan de kinderen onderhands schenkt, moet nog drie jaar in leven blijven, anders meldt de Belgische fiscus zich aan de deur van het "sterfhuis'.

Als zijn naam niet in de krant komt wil de directeur van een grote Nederlandse onderneming wel zeggen waarom hij enkele jaren geleden een kapitale villa in Lanaken betrok: “Ik kon het huis van mijn vader overnemen.” Waarom was zijn vader dan in België gaan wonen? “Wegens de successierechten. Dat is straks voor mij ook interessant.” Dat het geschenk van de vader waardevol is, wordt iedere zondag geconstateerd door een stoet van Nederlandse automobilisten die na het tanken hun besparing besteden aan een ritje langs "de Goudkust'. In sociaal opzicht had de stap voor de Belgische "inwijkeling' nauwelijks gevolgen: “We woonden in Nederland al vlak bij de grens. Of we nu vijf kilometer naar links of vijf kilometer naar rechts verhuisden, voor onze sociale contacten maakte het niets uit. Alleen voor de kinderen was het moeilijk wennen aan het Belgische onderwijs, maar die zijn nu weer terug op een Nederlandse school.”

De Bredase makelaar N. de Boer heeft naar zijn zeggen in korte tijd drie Belgische bijkantoren moeten openen om de stroom Nederlandse kooplustigen te kunnen verwerken. In de bosrijke streek tussen Breda en Antwerpen verkoopt hij een standaard-villa (vier slaapkamers, twee badkamers, tweeduizend vierkante meter grond) voor één miljoen gulden. Een bouwkaveltje van drie- à vierduizend meter doet tegenwoordig rond de driehonderd gulden per vierkante meter, behalve dan in het ultra-chique Brasschaat, waar de prijzen nog eens vijftig procent hoger liggen. Omdat de streek bovendien mag rekenen op een grote belangstelling van Antwerpenaren die hun stad ontvluchten, vertoont de plaatselijke markt voor onroerend goed ernstige tekenen van schaarste. In acht jaar tijd zijn de prijzen verdubbeld. Alleen al de laatste twee jaar zijn de prijzen met dertig à veertig procent gestegen, schat De Boer: “Voor Belgen zijn die prijzen exorbitant, maar in Breda betaal je tegenwoordig ook driehonderd gulden voor bouwgrond.”

Van officiële Belgische zijde valt trouwens geen enkele bevestiging te krijgen dat er een stormloop van Nederlanders aan de gang is. In Lanaken bij Maastricht, met 2.800 Nederlanders op 25.000 inwoners, is de "inwijking' uit Nederland niet groter en niet kleiner dan in andere jaren, verzekert een ambtenaar. De villagrond is de laatste tijd wel in prijs gestegen, maar ligt met 1000 tot 1.500 frank per vierkante meter nog ver onder de Nederlandse prijs.

In Brasschaat (35.500 inwoners, waarvan 1.200 Nederlanders) zegt burgemeester L. Bertels dat er in tien jaar tijd 180 Nederlanders bij zijn gekomen. Hun aantal valt in het niet bij de 480 Antwerpenaren die jaarlijks naar zijn gemeente verhuizen. “Het is met de Nederlanders lang niet wat het eind jaren zestig, begin jaren zeventig is geweest,” stelt de burgemeester vast. Toch maakt hij zich ongerust over de belangstelling van Nederlandse immigranten. “Als wij maatregelen konden nemen tegen de komst van Nederlanders, zou ik dat meteen doen. Het roept namelijk spanningen op in de villawijken, die voor twintig procent door Nederlanders worden bewoond. Als daar een pand wordt verkocht, wordt er eerst in een Nederlandse krant mee geadverteerd, omdat Nederlanders er veel meer geld voor over hebben. De prijzen worden zo opgedreven, dat de mensen van hier ze niet meer kunnen betalen.”

De Maastrichtse hoogleraar in het Europese belastingrecht prof.dr. R. Niessen is een van de vele Nederlanders die in Limburg werken, maar in België wonen totdat zij in Nederland een woning naar hun gading hebben gevonden. “Overal waar ik kom hoor ik niets anders dan verhalen over emigratie. Nederlandse belastingadviseurs gebruiken het als standaardadvies, het is een confectie-artikel aan het worden: laat je BV vollopen en vertrek naar België. Als de wetswijziging zo doorgaat, moet je inderdaad erg veel geld uit de BV halen om de vermogensbelasting te kunnen betalen.”

Evenals zijn Tilburgse vakbroeder Juch pleit Niessen voor afschaffing van de huidige vermogensbelasting: “Ik vind het een negentiende-eeuwse vorm van belastingheffing. In de tegenwoordige verhouding tussen arbeid en kapitaal heeft vermogen een heel andere functie gekregen. In een onderneming is het gewoon een instrument om het bedrijf te laten functioneren.”

In plaats van de boom rustig door te laten groeien en pas de vrucht te belasten, kan er beter een systeem komen waarin het groeien van de boom wordt belast, vindt Niessen: “Als je de vermeerdering van vermogen belast, voorkom je wat er nu gebeurt: iemand bouwt bij voorbeeld pensioenrechten op, vertrekt naar het buitenland en steekt daar al het geld in zijn zak.”

De Rotterdamse hoogleraar prof.dr. L. Stevens pleitte vrijdag op een symposium over belastingvlucht in Maastricht voor een systeem van "afrekenen aan de grens': “Er is niets op tegen als je heft wat je in het verleden niet hebt geheven. We laten ons veel te gemakkelijk meevoeren door verhalen over het vrije verkeer.”

Het PvdA-kamerlid prof.dr. W. Vermeend, hoogleraar belastingrecht in Maastricht en Groningen, heeft het risico van een fiscale landverhuizing ook onderkend: “Ik vind in de eerste plaats dat de constructies op het gebied van de vermogens- en inkomstenbelasting scherper bestreden moeten worden. Aan de andere kant vind ik het voor de werkgelegenheid van het grootste belang dat de druk van de vermogensbelasting wordt verlicht op ondernemersvermogens van kleine bedrijven. Ik zou zeggen: gebruik een deel van de opbrengsten om de gevolgen voor die bedrijven te verzachten, bij voorbeeld door de ondernemersvrijstelling te verhogen en het tarief van de vermogensbelasting afhankelijk te maken van de rentabiliteit.”

Staatssecretaris Van Amelsvoort heeft vorige week begrip getoond voor de emigratiegolf die gevreesd wordt door de critici van de wetswijziging. In zijn memorie van antwoord relativeert hij aanvankelijk het gevaar van fiscale emigratie door erop te wijzen dat er tussen het voornemen en de emigratie een grote stap ligt, maar niettemin bestaat bij hem “enige zorg aangaande het financiële belang van de fiscaal geïndiceerde emigratie”.

“Een belastingstelsel moet leiden tot een zo evenwichtig en rechtvaardig mogelijke lastenverdeling,” schrijft hij even verder. “Een stelsel dat direct dan wel indirect zou leiden tot substantiële fiscale emigratie beantwoordt niet aan dat doel, vooral omdat zo het draagvlak van de Nederlandse samenleving op termijn zou worden aangetast. Daarbij moet worden bedacht dat de drempels door de toenemende Europese integratie en mobiliteit eerder lager dan hoger worden. Uit dit oogpunt bezien acht ik ook een substantiële verlaging van het tarief van de vermogensbelasting een optie die in de nabije toekomst nader te bezien ware.”

Of die maatregel de huidige stroom emigranten zal indammen, valt te betwijfelen. De makelaar uit Breda haalt zijn schouders op: “Al schaffen ze morgen de vermogensbelasting af, dan scheelt mij dat hoogstens vijf procent van mijn klandizie, zoveel andere voordelen blijven er over.”

Professor Juch moet denken aan de man die hij laatst op een VVD-bijeenkomst tegenkwam: “Die man woonde op een paar honderd meter van de grens. Hij zei dat hij zich zou schamen om in een ander land te gaan wonen om vijftig- of honderdduizend gulden per jaar uit te sparen. Ik was stomverbaasd zo'n geluid te horen. De solidariteitsgedachte is ooit heel sterk geweest, maar tegenwoordig leven steeds meer mensen alleen voor zich. Daarmee moeten we rekening houden. Kunnen we het huidige voorzieningenniveau nog wel handhaven?”

De Europese belastingkundige Niessen is het daarmee eens: “Ik denk dat er niets anders op zit dan ons aan te passen aan het Europese gemiddelde. Over het afstemmen van andere belastingstelsels op het onze valt in Europa toch niet te praten.”