Begrenzing van de individualisering

We horen vaak praten over de snelheid waarmee zich in de samenleving allerlei veranderingen voltrekken. Deze constatering krijgt het karakter van een cliché, dat moet dienen als alibi voor het feit dat het zo moeilijk is vat te krijgen op de sociale werkelijkheid.

De veranderingen die hier worden bedoeld hebben betrekking op sociaal-culturele en de daarmee verbonden sociaal-economische ontwikkelingen. Of die veranderingsprocessen zich in werkelijkheid zo snel voltrekken kan heel goed met objectieve meetmethoden worden getoetst. Dit is typisch de taak van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De tweejaarlijkse rapporten waarin dit bureau zijn peilingen vastlegt getuigen niet van scherpe breuklijnen. De Nederlandse samenleving lijkt redelijk stabiel. De traditionele normen en waarden worden in het algemeen in ere gehouden.

De belangrijkste inbreuk op dit traditionele waardenpatroon was na de oorlog de ontkerkelijking en de daarmee gepaard gaande deconfessionalisering en ontzuiling. Hoewel deze ontwikkeling niet betekende dat elke confessionele binding werd losgelaten, werd wel een structuur opgegeven die jarenlang voor een zekere stabiliteit en rust in de samenleving had gezorgd.

De ontzuiling maakte de Nederlandse samenleving open, bevrijdde haar van allerlei schotten en muren. Het individu kreeg kans zich te ontplooien. Dit dekolonisatieproces beperkte zich niet tot de levensbeschouwelijke bindingen, maar plant zich voort in allerlei traditionele structuren tot het gezin toe. Je zou kunnen zeggen dat nu de cliënten van de verzorgingsstaat aan de beurt zijn.

Volgens Jan Pronk, minister van Ontwikkelingssamenwerking en ideoloog van de Partij van de Arbeid, heeft de sociale doorbraak van de twintigste eeuw zijn wortels in de vrouwenbeweging, de ecologische beweging, de minderheidsgroepen en de onderklasse. In een interview met De Volkskrant van 25 mei zei hij dat die groepen gezamenlijk de kwaliteit van de samenleving ter discussie stellen. Hij zag daarin een politieke noodzaak om tot "een brede politieke beweging te komen die antwoord geeft op de problemen van de komende eeuw.'

Deze beweging moet volgens Pronk uitmonden in een combinatie van de PvdA als "het produkt van de economische emancipatie van de vorige eeuw ', D66 als "het produkt van de emancipatiebeweging een eeuw eerder' en Groen Links (waarvan zou dat een produkt zijn?).

Wanneer de sociale ontwikkeling zich zou beperken tot verzelfstandiging van het individu, zou het liberalisme de ideologie zijn die zich daar het best bij kan aanpassen. Pronk heeft een bredere, dialectische kijk op de wereld.

Individualisering is zeker geen modeverschijnsel, al verwoordt de VVD het meestal in VOO-achtige modetermen als "gewoon jezelf zijn' of "lekker in je vel zitten'. De verzelfstandiging van het individu en het loslaten van georganiseerde sociale verbanden dat daarmee samenhangt, vormt één van de belangrijkste ontwikkelingen in de arbeidsverhoudingen van ons land. De vakverenigingen hebben daar veelal laat op gereageerd. Toch proberen ze nu in te spelen op de groeiende behoefte aan een geïndividualiseerd pakket arbeidsvoorwaarden. Vooral in sectoren waar de vakorganisaties nog weinig leden hebben, maar die wel de trend zetten voor de toekomst, gaan ze meer en meer over van collectieve op individuele belangenbehartiging.

De FNV publiceerde vorig jaar een nota "Economische zelfstandigheid en solidariteit'. Daarin werd een plan ontvouwd voor een inkomensbeleid dat de economische zelfstandigheid van vrouwen bevordert in plaats van ontmoedigt. In de FNV-nota wordt onder individualisering verstaan "het toekennen van rechten en het opleggen van plichten aan individuen, ongeacht hun woon- en leefsituatie.' Dat wil zeggen, dat bij de vaststelling van het niveau van een uitkering noch rekening wordt gehouden met de schaalvoordelen van een gezamenlijke huishouding, noch met de vraag of betrokkene wel of niet een partner heeft met voldoende inkomen voor beiden.

In Economisch-Statistische Berichten van 16 oktober heeft een collectief van vijf schrijvers de budgettaire gevolgen trachten te berekenen van de individualisering van uitkeringsrechten. Ik moet u de uitwerking van de uitgevoerde berekeningen onthouden. De conclusies die er uit zijn te trekken zijn duidelijk. Het staat vast dat individualisering van de bijstandsverlening aanzienlijke budgettaire offers zal vragen. Kwam het voorstel van de FNV uit op vijf miljard gulden, het ESB-artikel noemt bedragen van 16 tot 25 miljard.

Het is volgens de auteurs de vraag of het bestaande stelsel van uitkeringsrechten zal zijn opgewassen tegen de individualiseringstendens. De toenemende deelneming van gehuwde vrouwen aan de arbeidsmarkt kan blijkens de uitgevoerde berekeningen de budgettaire gevolgen van individualisering van uitkeringsrechten niet binnen aanvaardbare perken houden. Die gevolgen kunnen alleen voldoende worden gecompenseerd als de deelneming van vrouwen aan betaalde arbeid verder gaat dan thans wordt voorzien.

Het is duidelijk dat het proces van individualisering van sociale en economische verbanden op financiële begrenzingen zal stuiten. De grote kunst is een vorm van individualisering te vinden die de arbeidsparticipatie bevordert en de solidariteit geen geweld aandoet.