"Stormstuw' in plaats van hogere dijken

HOEK VAN HOLLAND, 28 OKT. Als alles volgens plan verloopt, zullen straks aan de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland twee Eiffeltorens tot stand komen, maar dan liggend in plaats van opgericht. Twee stalen armen van Parijs' formaat, die deel uitmaken van een stormvloedkering om het Hollandse achterland te beschermen tegen riskante waterstanden. Zaterdag slaat minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) hier de eerste, eveneens stalen paal ter inleiding van een karwei dat 840 miljoen gaat kosten en medio 1997 gereed moet zijn.

De stormvloedkering dient als alternatief voor ingrijpende dijkverzwaringen langs de rivieren in het deltagebied, waarvan de kosten op 1,8 miljard waren begroot. Dat betekent echter niet dat er bijna een miljard wordt bespaard. De financiële winst ten opzichte van de oude plannen bedraagt circa 450 miljoen, omdat er nog een kleine "stormstuw' in Europoort bij moet komen en het dijkverzwaringsprogramma over 300 strekkende kilometer niet zozeer is afgelast als wel in afgezwakte vorm wordt uitgevoerd.

Plaatsen als Vlaardingen, Bolnes en Alblasserdam zullen, terwille van de veiligheid, niet onberoerd blijven, maar het zal er minder rigoreus toegaan dan destijds in Zwijndrecht, dat aan de rivierkant onherstelbare wonden opliep. In Rotterdam hoeft praktisch niets meer te gebeuren. Aanvankelijk zouden Westzeedijk en Maasboulevard, Brielselaan, Doklaan en Rosestraat, die alle een waterkerende functie hebben, ruim anderhalve meter worden opgehoogd, maar nu voldoen ze in hun huidige staat aan de deltanorm. Hetzelfde geldt voor de Dordrechtse Voorstraat, een drukke winkelpromenade, die anders compleet overhoop was gehaald.

“Behalve geld”, zegt A. van Ieperen, projectmanager van Rijkswaterstaat, “wordt dus veel meer bespaard: landschappelijk schoon, cultureel erfgoed en niet te vergeten menselijk leed. Bewoners die hun dijkhuisje, waaraan ze zo verknocht zijn, al tegen de vlakte zagen gaan, kunnen er ongestoord blijven zitten. Kortom, ook de maatschappelijke winst is niet weg te cijferen.”

De jongste plannen voor een stormvloedkering in de Waterweg dateren van begin 1987, maar het idee is verre van nieuw. Al in 1954, dus kort na de watersnoodramp, liet de toenmalige minister Algra een studie verrichten naar de bouw van zo'n kering en in de jaren zestig werd het onderzoek herhaald, maar tot tweemaal toe was het de gemeente Rotterdam die zich met hand en tand tegen de plannen verzette. Ze beriep zich op de "explosieve groei' van de haven om het project te torpederen, maar daarachter gingen puur psychologische argumenten schuil: het imago van de volstrekt open haven moest hoe dan ook in stand blijven; die gedachte verdroeg geen enkele potentiële barrière.

Nu heeft de stad met de stormstuw ingestemd, al zijn er van die kant wel eisen gesteld. “De scheepvaart”, aldus Van Ieperen, “moet zo min mogelijk hinder en gevaar van de kering ondervinden en de rivier mag niet smaller worden. En dat gebeurt ook niet, ze blijft precies 360 meter breed, net zo breed als de kering zelf.”

Gekozen is voor een zogeheten sectordeurkering, die kan worden gesloten door het "opdrijven', uitdraaien en vervolgens afzinken van stalen deuren op een drempel in de Nieuwe Waterweg. De constructie voldoet volgens Van Ieperen aan een essentiële randvoorwaarde, die inhoudt dat de kering gemiddeld slechts één keer in de tien jaar hoeft te worden gesloten. Dat gebeurt als de waterstand in Rotterdam boven de 3.20 meter plus NAP dreigt uit te rijzen. Tot die kansberekening is men gekomen op grond van statistische gegevens over de waterstanden in het verleden. En dat zou dan gelden voor de eerste vijftig jaar. Daarna, als de zeespiegel naar verwachting is gerezen als gevolg van het broeikaseffect, denkt men de frequentie van sluiten te moeten opvoeren tot eens in de vijf jaar.

Bovendien wil Waterstaat de kering jaarlijks één keer sluiten bij wijze van proef om de mechanieken en dergelijke te controleren en de staat van personele paraatheid te testen. Maar dat zal gebeuren als de scheepvaart praktisch stil ligt, bijvoorbeeld op kerstavond of nieuwjaarsmorgen.

Toen het principesluit voor een stormstuw was gevallen, zijn aannemersbedrijven uitgenodigd met ideeën te komen. Tussen najaar 1987 en herfst 1989 meldden zich vijf combinaties, die samen zes ontwerpen indienden. Daaronder bevond zich de sectordeurkering volgens een plan van de Bouwkombinatie Maesland Kering (BMK), waarin vier firma's participeren: de Hollandse Beton Groep, Hollandia Kloos (het familiebedrijf van Lubbers), Volker Stevin en NMB Amstelland. Dit ontwerp kreeg de voorkeur van Waterstaat, omdat het, aldus Van Ieperen, “voor de rijksoverheid zowel technisch als financieel het meest aanvaardbare was”. Vervolgens werd met BMK een zogeheten design-and-build-contract afgesloten, met andere woorden: de ontwerper mocht ook bouwen en dat voor 840 miljoen volgens het prijspeil van 1 januari 1989.

Uniek is het ontwerp niet. Projectdirecteur A. Rongen van de aannemerscombinatie weet te melden dat een soortgelijke constructie als stormvloedkering al functioneert in Spanje en bij Sint Petersburg, tot voor kort Leningrad, maar dan wel op aanmerkelijk kleinere schaal dan straks in de Nieuwe Waterweg: “Wij hebben het wiel niet uitgevonden, maar wel groter gemaakt.” Beide drijvende deuren zijn 22 meter hoog en zullen, als ze op de bodem van de Nieuwe Waterweg staan, vijf meter boven NAP uitsteken. Elke deur met draai-arm bestaat uit ongeveer 7.000 ton staal, samen het gewicht van circa vier Eiffeltorens.

In gesloten toestand houdt de kering niet alle water tegen; in zoverre kan de term "kering' misverstand wekken: er gaat een stroming onderdoor om het peil in Rotterdam en verderop te verlagen tot onder de kritieke grens. In een eerder ontwerp waren voor dat doel schuiven in de deuren aangebracht, maar die zijn er later na waterloopkundig onderzoek weer uit verdwenen, omdat ze de deuren instabiel maakten. Deze complicatie heeft een vertraging opgeleverd waardoor het werk later wordt voltooid dan aanvankelijk de bedoeling was.

Het wordt trouwens geen "Maesland Kering', zoals de naam van het bouwconsortium zou doen vermoeden. Van Ieperen: “Het wordt gewoon Stormvloedkering Nieuwe Waterweg, net als de Stormvloedkering Oosterschelde.”

    • F.G. de Ruiter