Staking over looneis legt produktie bij Renault volledig lam

PARIJS, 28 OKT. De elf dagen durende staking bij de Renaultfabriek in Cleon (nabij Rouen in Normandie) heeft de produktie bij het Franse staatsbedrijf vrijwel volledig tot stil gelegd. Zeven Renaultfabrieken in Frankrijk en de assemblagefabriek van Renault in het Belgische Vilvoorde zijn stilgevallen bij gebrek aan motoren en versnellingsbakken die in Cleon worden gemaakt. Alleen de Renaultfabriek in Flins (ten westen van Parijs) die de Clio maakt, is nog in bedrijf omdat de benodigde onderdelen uit Spanje en Portugal komen.

Door de stakingen moet Volvo Car in Nederland met ingang van morgen de produktie van de Volvo 400-serie in Born staken. Voorlopig heeft de directie van dit bedrijf besloten de produktie tot volgende week dinsdag stil te leggen. Mocht de toelevering van motoren uit Cleon deze week niet weer op gang komen, dan zal de directie van Volvo Car in de loop van deze week beslissen over verlenging van de sluiting van de Limburgse fabriek.

De staking bij Cleon, waar 5600 mensen werken, is georganiseerd door twee vakbonden - de communistische CGT en de socialistische CFDT - om eisen tot loonsverhoging kracht bij te zetten. De plaatselijke directie, die volgens de werknemers autoritair optreedt, zegt geen mandaat te hebben om over salarisverhoging te spreken. De stakers blokkeren al ruim een week de ingang van de fabriek. De directie heeft gedreigd de politie in te schakelen om de blokkade te breken, maar ze heeft nog niet de daad bij het woord gevoegd.

De nationale directie van Renault in Parijs heeft tot nog toe niet gereageerd op de salariseisen. Renault-topman Raymond Levy zou beducht zijn voor onderhandelingen met de vakbonden in Cleon omdat de salarissen bij Renault al gemiddeld tien procent hoger zouden zijn dan die bij de groep Peugeot-Citroen. Volgens de twee vakbonden zijn de werknemers van Renault-Cleon er sinds 1983 17 tot 20 procent in koopkracht op achteruit gegaan. Een werknemer aan de lopende band verdient netto 5700 francs ( 1850 gulden) per maand.

Het conflict ontstond door het besluit van de directie vier premies die jaarlijks werden toegekend ter waarde van in totaal twee maandsalarissen in te trekken en te vervangen door een nieuw systeem van extra beloning dat voor de werknemers aanmerkelijk minder gunstig uitviel. Een reeks kleine acties die in juli begon, leverde geen enkel resultaat op. De sfeer werd er niet beter op toen de Cleon-directeur in een krant verklaarde dat hij niet wilde onderhandelen met “boeven en brekers”.

In navolging van de Japanse autofabrieken bracht Renault de vooraad onderdelen bij de verschillende vestigingen de laatste jaren tot een minimum terug. Dat leverde een aanzienlijke besparingen op, maar het nadeel van dit systeem is dat de geringste onderbreking in de produktie tot een kettingreactie in het gehele concern kan leiden. Dit is nu het geval als gevolg van de staking in Cleon, die volgens de lokale directie “de toekomst van geheel Renault bedreigt”.

    • Jan Gerritsen