Spinoza toont standpunten van graniet

Voorstelling: Spinoza van Joshua Sobol door Toneelgroep De Appel. Vertaling: Hans W. Bakx; vormgeving: Tom Schenk; regie: Erik Vos; spelers: René van Zinnicq Bergmann, Hugo Maerten e.a. Gezien 25- 10 Appeltheater, Den Haag. Te zien t-m 21-12 aldaar.

Drie jaar terug gaf het Appeltheater mij een even verwarrende als fascinerende sensatie: de opvoering van Ghetto, geschreven door de Israelische auteur Joshua Sobol. Duitsers en hun joodse slachtoffers balanceerden in dit wrede carnaval op de rand van de saamhorigheid, totdat de eersten tot hun daden overgingen. Onthutsend was de vervlechting van de lotgevallen van de nazi met zijn almachtige Schmeisser en de jood met zijn schamele handvol bonen.

In opdracht van De Appel schreef Sobol een vervolg op Ghetto. Het nieuwe stuk heet Spinoza. De auteur heeft zich hierbij duidelijk een doel voor ogen gesteld. Kunst moet de grenzen afbreken tussen mensen en ideologieën. Ghetto was pur sang een drama dank zij de vaart waarmee de scènes elkaar opvolgden en de toeschouwers, evenals de personages, verwikkeld deed raken in een onontwarbare verstrengeling van sympathieën en antipathieën. Toneel leert ons zogenaamde goede bedoelingen evenzeer te wantrouwen als kwade. Wie zegt als advocaat van de duivel op te treden, is op voorhand verdacht. Hij fnuikt andermans geestkracht. De SS-er in Ghetto gedroeg zich als zo'n advocaat.

Nu is er dan Spinoza. Halverwege de voorstelling verzuchtte ik zacht voor me uit dat het erg lang geleden was dat ik zulke monolitische, onwrikbare theorieën hoorde verkondigen over God en de Waarheid en de Vrijheid als hier op de speelvloer. Tegenover de goede held Spinoza (René van Zinnicq Bergmann) staat een consorte joodse Ouderlingen, badend in het geld en gezapige godsovertuiging. Spinoza is arm, maar dorstend naar de oprechte waarheid; de Ouderlingen zijn arm van geest en rijk aan goud. Zij verdedigen, laf, de God die hen beschermt. Spinoza heeft niets te verliezen, behalve zijn intelligentie en verbeelding. Voor hem is God overal; hij heerst niet bezijden de natuur, maar in de natuur. En dus in elk mens. Het humanisme dient zich aan, schoorvoetend maar ontegenzeggelijk en indringend. Bovendien ontkent hij dat het joodse volk uitverkoren is. Een optiek die de gemeente tot schande strekt.

We bevinden ons aan het eind van de zeventiende eeuw te Den Haag. De voorstelling behelst Spinoza's herinneringen op het sterfbed. Zijn leven in deze voorstelling is, bij terugblik, een aaneenschakeling van hyper-symbolen. Spinoza is verliefd op een dartel onnozel kind, maar geeft zich af met een hoer. Die laatste is trouwens zo opwindend als een dode vis. Bedachte studeerkamergeilheid. Ik houd niet zo van die geforceerde tegenstelling tussen vrouwen. Spinoza zelf komt in opstand tegen de Ouderlingen als een jongeling tegen zijn streng katholieke dan wel stug gereformeerde vader en moeder: hij verwijt hen angst, geldzucht enzovoort.

Aan het begin van de voorstelling weet je al dat oost is oost en west is west, en beiden ontmoeten elkaar nooit. Twee evenwijdige lichtbanen snijden door de ruimte. Die is met zand bedekt. De bebaarde Ouderlingen komen op in zwarte mantels en wijde hoeden op het hoofd. Het is een ritueel. Ze dragen zwart-wit geruite doeken over hun schouders. De stof toont sporen van verbranding. Misschien een verwijzing naar Ghetto?

Tussen Spinoza en zijn tegenstanders treedt Prado (een energieke, beweeglijke rol van Hugo Maerten) op als spil. Evenals de filosoof is hij in de banvloek gedaan, maar hij distantieert zich van zijn dwaling. Spinoza volhardt in zijn overtuiging: tot op zijn sterfbed eist hij vrijheid van denken.

Spinoza is geen gedramatiseerde autobiografie, evenmin als bij voorbeeld Brechts Das Leben des Galilei. Het is een ideeën-drama. René van Zinnicq Bergmann speelt de titelrol als de vermoorde onschuld, met zijn warrige haardos en baard, het eenvoudige witte kleed, de suggestie van een Christus-figuur oproepend. Hij, de ontkenner en zoeker naar God, uitgebeeld als diens Zoon. Een martelaar op voorhand. Zoveel opgelegde symboliek was me teveel. Zijn inleving is groot, maar grenzend aan het pathos. Spinoza mist de subtiele valkuilen waarin Ghetto de toeschouwer lokte. Ik bleef aan de buitenkant staan en keek naar meningen uitgebeeld op de speelvloer, die hard en onverzoenlijk bleven. Standpunten van graniet.

Erik Vos heeft met zijn ensemble door weliswaar visueel indrukwekkende theatrale beelden willen redden wat eigenlijk niet te redden viel. Fraai waren de dwarrelende vellen papier over de titelheld aan het slot, waarop hij zijn verweer had geschreven. Dat Spinoza een voorstelling is van het hardnekkige gelijk. Ik kon mijn weg daarin niet vinden. Ik was liever dan eens mede-, dan weer tegenstander. Opdat het conflict

    • Kester Freriks