Polen; Met hart en maag gekozen

Polen heeft de verkiezingen van de desillusie achter de rug, de verkiezingen van de teleurstelling, de frustratie en de angst, en het zijn in de eerste plaats de voormalige communisten geweest die daarvan hebben geprofiteerd. In juni 1989 werden die communisten weggevaagd: Solidariteit won toen op een na alle parlementszetels waarom vrij werd gevochten. Gisteren kwamen de inmiddels tot sociaal-democraten omgedoopte communisten terug: een op elke acht Polen die gisteren naar de stembus ging, stemde op de Sociaal-democratie van de republiek Polen (SdRP), zoals de ex-communisten zich tegenwoordig noemen. Een ding hebben de verkiezingen van gisteren gemeen met die van ruim twee jaar geleden: net als toen hebben de Polen meer met hun hart dan met hun verstand gekozen. In juni 1989 maakten zij hun afschuw tegen het socialisme kenbaar; gisteren uitten zij hun teleurstelling over de hopeloze economische toestand en hun nostalgie naar de sociale veiligheid van vroeger.

De overgang naar de vrije-markteconomie doet pijn, veel meer pijn dan de Polen in 1989 verwachtten en ook veel meer pijn dan zij bereid zijn te verdragen. De afgelopen twee jaar is het reële inkomen van de Polen gedaald met liefst 50 procent, en het was twee jaar geleden al laag. Twee miljoen Polen zitten zonder werk en honderdduizenden kunnen verwachten voor het eind van dit jaar hun baan te verliezen. Aan alle sociale voorzieningen, zoals gratis onderwijs, gratis medische verzorging, de pensioenen, de uitkeringen en de kinderbijslag, wordt gesleuteld omdat de staatskas leeg is. De Polen moeten met een gemiddeld inkomen van omgerekend 160 dollar in de maand rondkomen, terwijl de prijzen vrijwel zonder uitzondering op een Westers niveau liggen. Sommigen van hen, de goed opgeleiden met een startkapitaal, worden snel rijk, de overgrote meerderheid wordt snel nog armer dan zij al is, een bron van jaloezie. Geen enkel fundamenteel probleem is opgelost. Aan de vooravond van de verkiezingen, vrijdag, loste voor het parlementsgebouw in Warschau de ene boze beroepsgroep de andere af in kwade, verbitterde demonstraties: eerst was het de beurt aan de boeren, die er al wekenlang elke dag betogen en die elke middag hun spandoeken in het gras zetten en naar hun nachtverblijf gaan om de volgende ochtend de spandoekstokken uit de grond te trekken en hun demonstratie voort te zetten. Vervolgens waren vrijdag de mijnwerkers aan de beurt en toen zij waren vertrokken kwamen de bejaarden. De politieman die er de dagelijkse verzameling dranghekken neerzette, haalde er de schouders over op: het was routine.

Het was routine voor hèm. Het was het niet voor de betogers: boosheid en pijn zijn nooit routine. Polen is een paradijs voor demagogen, en de voormalige communisten, niet langer de stalinisten van vroeger maar eerder jonge, slimme en moderne politici in een snel pak en met veel bravoure, hebben daar gebruik van gemaakt. Tijdens de verkiezingscampagne hebben de SdRP-leiders, Wlodzimierz Cimoszewicz, Aleksander Kwasniewski en Leszek Miller, zich nauwelijks laten zien en verkiezingsaffiches van de partij waren bijna niet te vinden. Het hoefde niet: de zege is hun in de schoot gevallen met de simpele boodschap dat de sociaal zwakke groepen - en dat zijn er nogal wat in Polen - een betere bescherming verdienen en dat de hervormingen te haastig en te radicaal zijn.

Het was genoeg voor een op elke acht kiezers. Dat de SdRP een kiesverbond was aangegaan met aanzienlijk minder frisse krachten uit het verleden, zoals de ten tijde van het socialisme opgezette vakbond OPZZ, de voormalige communistische jeugdorganisatie ZSMP en de stalinistische Proletarische Communistische Unie, gold niet, net zomin als de herinnering aan de minder prettige kanten van het socialistische verleden nog gold: velen kozen gisteren niet met het geheugen of het verstand, velen kozen gisteren uit wanhoop en frustratie met het hart, of met de maag.

Het succes van de SdRP was mede te wijten aan de armoe elders. Aan de verkiezingen werd deelgenomen door 106 partijen, verenigd in 65 samenwerkingsverbanden, maar ter linkerzijde bevond zich naast de ex-communisten vrijwel niets, op enkele splinterpartijtjes na. Rechts werd gedomineerd door een lange reeks extreem nationalistische, extreem katholieke en populistische groepen, waarvan de belangrijkste op de derde en vierde plaats zijn geëindigd en waartoe inmiddels ook Solidariteit (de achtste partij van het land) moet worden gerekend. Het gematigde centrum werd de dupe, de Democratische unie van ex-premier Mazowiecki en het Liberaal-Democratische Congres van premier Bielecki voorop. Zij vertegenwoordigden respectievelijk de rede en het verstand en de jonge zakenwereld. Maar die deden het gisteren niet goed, in Polen: aan verstandige intellectuelen die uitleggen dat er nog meer offers nodig zijn hebben veel Polen geen behoefte, net zomin als aan die zakenwereld, want dat zijn de handige jongens die snel rijk worden. Ergo de winst van de ex-communisten, de winst van de extreem rechtsen en de winst van de kerk: emoties hebben gezegevierd, opnieuw, en het waren ditmaal zeer negatieve emoties. En dat zal in de naaste toekomst leiden tot instabiliteit en politieke crises.

    • Peter Michielsen