Luchtvaartmaatschappijen stevenen af op record-verlies

GENEVE, 28 OKT. Vorig jaar hebben de gezamenlijke luchtvaartmaatschappijen 5,4 miljard gulden verlies geleden - het slechtste resultaat sinds de oprichting in 1945 van de IATA, de overkoepelende organisatie van ruim 200 luchtvaartmaatschappijen. Voor 1991 voorspelt de IATA nog grotere verliezen: van 7 tot 8 miljard gulden.

Volgens dr. Günter Eser, directeur-generaal van de IATA, zullen Europese luchtvaartmaatschappijen heel nauw moeten gaan samenwerken om fusies te voorkomen.

Voorafgaand aan de jaarvergadering die vandaag in Nairobi begint, gaf Eser commentaar op een gepland samenwerkingsverband tussen de KLM en British Airways. Hij zei niet te geloven in een volledige fusie: “Ik zie nog geen overneming van de KLM (...), daarvoor hebben de Nederlanders teveel zakelijk vernuft”.

“Ik beschouw de Nederlanders als verstandige zakenlui”, aldus Eser desgevraagd, “die zullen echt wel uit zichzelf overleven. Wellicht komt er een vergaande vorm van samenwerking, zoals bijvoorbeeld tussen Swissair, Singapore Airlines and Delta Airlines”.

De veelgehoorde prognose dat er in de toekomst in Europa nog maar plaats is voor drie of vier grote luchtvaartmaatschappijen, verwierp Eser als al te somber. “Mogelijk zullen er een paar verdwijnen, maar dat over een paar jaar alleen British Airways, Air France en Lufthansa over zullen zijn, dat geloof ik niet”.

Volgens het IATA-jaarrapport stegen in het rampjaar 1990 de kosten al aanzienlijk voordat de crisis in de Golf begon in augustus. Dat jaar verdubbelden de brandstofprijzen, terwijl het luchtverkeer in en rond het Midden-Oosten tot een dieptepunt daalde. Verzekeringsmaatschappijen vroegen exorbitante premies, oplopend tot een kwart miljoen gulden per vlucht van en naar Amman, Caïro en Bahrein.

Na de Golfoorlog herstelde de markt zich enigzins, maar de eerste acht maanden van dit jaar bleef de vraag 8 procent achter bij het vorig jaar. De IATA voorziet moeilijke jaren voor de industrie met ongekend magere winstmarges. In 1988 - een uitstekend jaar - boekten de luchtvaartmaatschappijen nog 2,6 procent winst, terwijl op investeringen 5 procent rendement werd binnengehaald. In vergelijking met bijvoorbeeld de verwerkende industrie zijn die opbrengsten overigens laag, bijna de helft van de revenuën in die sector.

Bovendien, aldus de IATA, moet ondanks de rampjaren '90 en '91 geïnvesteerd worden in nieuwe vliegtuigen. Momenteel hebben de 202 bij de IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen samen 4000 nieuwe vliegtuigen in bestelling.

Nieuwe heffingen bedreigen betere resultaten in de komende jaren. Alleen aan luchthavenbelasting en betalingen aan luchtverkeerscontrole gaven de luchtvaartondernemers op internationale verbindingen vorig jaar 12,6 miljard gulden uit.

In de VS en in de EG gaan plannen op om extra belasting te heffen. Zo wil Brussel BTW gaan berekenen op vliegbiljetten, terwijl Washington een toeslag van 2 dollar per vliegbiljet wil doorzetten, maatregelen die de luchtvaartsector nog eens 2 miljard gulden op jaarbasis zouden kosten.

Volgens IATA-statistieken nemen vertragingen aan de grond als gevolg van overbelasting van internationale luchthavens nog steeds toe. De gemiddelde extra wachttijd afgelopen zomer was 20 minuten. Een op elke 5 vluchten was vertraagd. Dit kostte de luchtvaartmaatschappijen in 1990 totaal 10 miljard extra.

In tegenstelling tot sommige verwachtingen is Günter Eser niet zo somber over de verre toekomst. Hij schat dat de voorspelde toename van passagiers tot een verdubbeling in het jaar 2005 en een verdrievoudiging tegen 2010 ondanks de tegenslagen van dit jaar en vorig jaar toch gerealiseerd zal worden.

    • Willem Offenberg