Georges Bizet ontmoet Randy Crawford bij bier en minilamplicht

Concert: Heineken Night of the Proms - Klassiek ontmoet pop. Met o.m. Il Novecento: Het Orkest van de XXste Eeuw o.l.v. Robert Groslot, Daniel Blumenthal (piano), Beverley Craven, John Miles, Randy Crawford, Steve Harley, en Roger Hodgson. Gehoord: 27-10 Ahoy' Rotterdam.

Op de eerste Heineken Night of the Proms, gisteravond in Sportpaleis Ahoy' Rotterdam, speelde een klassiek pianist naast een popgroep, klonk de soul van Randy Crawford vlak voor Mozarts 40ste symfonie, en werd Strauss afgewisseld met Supertramp. Het publiek zong mee met koor en orkest, danste op de stoelen, zwaaide met lichtjes, dronk bier, rookte hasj in de pauze, en klapte even hard voor I Got Rhythm van George Gershwin als voor de softrock van Beverley Craven.

"Klassiek en Pop groeien steeds meer naar elkaar toe' kopte deze maand de Muziekmuurkrant, een advertentieposter van de verzamelde platenmaatschappijen die op ieder station wordt opgehangen. Inderdaad, het lijkt er op. In het kielzog van de succesfilm Amadeus, die Mozart afschilderde als een achttiende-eeuwse Prince, hebben fenomenen als Nigel Kennedy (de klassieke violist met punkallures) en Luciano Pavarotti (hoog in de hitparade met een negentiende-eeuwse aria) de klassieke muziek populair gemaakt in huiskamers waar ook Phil Collins en BZN in het cd-rek staan. Bij het popblad Oor verscheen een maand of drie geleden zelfs een speciale bijlage waarin liefhebbers van Public Enemy en Red Hot Chili Peppers werden ingeleid in de klassieke muziek en overtuigd van de geloofwaardigheid van bijvoorbeeld Orff en Hindemith.

Tegelijkertijd wordt de popmuziek - zo'n halve eeuw oud inmiddels - steeds klassieker. De Top 40 wordt meer en meer beheerst door (naar aanleiding van reclamefilmpjes) opnieuw uitgebrachte evergreens. Het verzameld werk van de groten uit de popgeschiedenis wordt vastgelegd in prestigieuze cd-boxen, en fungeert als referentiekader voor nieuwe generaties muzikanten. Een stroom van covers en samples van "gouwe ouwen' maakt duidelijk dat popmusici zich niet meer, zoals vroeger, onderscheiden van klassieke musici doordat ze hun eigen werk schrijven, maar ook overgaan tot het uitvoeren en herinterpreteren van klassiek werk. Het aloude "beter goed gejat dan slecht geschreven' lijkt het nieuwe dogma in zowel de zwarte als de blanke rock.

Ook het verwerken van klassieke thema's in de populaire muziek beleeft een wederopstanding. In de jaren zestig boekten de Beatles succes met de spinetsolo van In My Life en het symfonie-orkest op Sgt Peppers, en had Procul Harum een hit met een stukje Bach. Daarna werd de hitparade gedomineerd door groepen als Ekseption en The Electric Light Orchestra en door de "symfonische' rock van Yes en Supertramp. Punk en New Wave maakten daar een eind aan, maar nu in de jaren negentig lijkt het klassiek weer terug. Een meisjesgroep met de eigenaardige naam Miranda Sex Garden zingt oude Engelse madrigalen. Een modern jazz-kwartet combineert Sjostakovitsj met Gary Glitter. Onlangs trad de soulzangeres Dionne Warwick op met symfonie-orkest en deels klassiek repertoire. En gisteren was er dus de Night of the Proms.

"Klassiek ontmoet pop' was het thema van de informele bonte avond waarvan sponsor Heineken in navolging van de Engelse Last Night of the Proms graag een jaarlijks terugkerend feest zou maken. Ahoy' was uitverkocht en in de arena verbroederden de verzamelde studentencorpora van Nederland zich met de fanclubs van Veronica en RTL4. Ook de rest van het publiek - ouder dan bij een concert van Madonna, jonger dan bij Pavarotti - had er, zoals de onaangekondigde gelegenheidspresentatrice Tineke de Nooy het uitdrukte, zin in.

Jammer genoeg bood het programma weinig verrassingen. Veel populair en onvermijdelijk klassiek (de Radetzky Mars, Land of Hope and Glory) en stukken die bekend zijn uit populaire speelfilms: Rossini uit Clockwork Orange, Carmina Burana uit The Doors. Verder een dozijn pophits die in het midden van de jaren zeventig heel modern waren. Rockmusici die serieus experimenteren met klassieke muziek, zoals Frank Zappa of Paul McCartney, waren buiten beschouwing gelaten en de gekozen "klassieke wijsjes' (De Nooy) waren niet zozeer dansbaar als wel van een hoog meezinggehalte.

Het Orkest van de Twintigste Eeuw (bekend doordat het Nigel Kennedy begeleidde bij zijn laatste tournee) begon met Strauss' Also Sprach Zarathustra (bekend van de wasmiddelenreclame) en Brahms' Hongaarse Dans nr 5. Al bij het tweede symfonisch-klassieke blokje, dat volgde op een dynamische uitvoering van pianostukken van Gershwin en Addinsell door Daniel Blumenthal, moest dirigent Robert Groslot het zingende en ritmisch klappende publiek meedirigeren. De door de sponsor bij aanvang verstrekte minilampjes ("om uw aansteker te sparen') waren al eerder massaal heen en weer gezwaaid, tijdens het korte optreden van de Amerikaanse zangeres Beverley Craven.

Het was een hallucinerende ervaring: de lichtshow die hits van Offenbach en Chabrier begeleidde, de violisten die hun instrument als gitaar hanteerden tijdens een snelle ouverture, het publiek dat meestampte met de gitaarsolo's van John Miles en op de stoelen ging staan bij Randy Crawford, het ol'e-ol'e dat opsteeg toen Verdi's Mars uit Aida werd ingezet. Steve Harley zong niet helemaal scherp en schmierde zich door zijn roestvaste Sebastian en Make Me Smile heen, maar dat was iedereen al vergeten toen Roger Hodgson enthousiast de glorienummers uit zijn Supertramp-tijd nog eens overdeed - met orkestbegeleiding.

Arme Mozart, arme Bizet, arme Verdi - vermalen tot middle-of-the-road op een ongetwijfeld goed bedoelde feestavond. Arme Harley, Miles en Hodgson - gedoemd om hun successen van vijftien jaar geleden tot in de eeuwigheid te verschnabbelen. Klassiek ontmoette pop, maar geen van beide werd er beter van. Als de Nederlandse Night of the Proms inderdaad uitgroeit tot een traditie, is het te hopen dat er wat minder voor de hand liggend wordt geprogrammeerd.

    • Pieter Steinz