De oude garde is geen avant-garde

Het was een opmerkelijk gezelschap dat gisteren aan de Amsterdamse Keizersgracht over vernieuwing van de Nederlandse sociaal-democratie praatte. In De Rode Hoed, het kerkgebouw van de theoloog-dichter Huub Oosterhuis stond de PvdA centraal. Hoe moet het verder met deze partij? Zij regeert maar de leden lopen weg en de kiezers ook. De voormalige PvdA- en KNVB-voorzitter André van der Louw verrichtte de aftrap met elf stellingen. Hij wil aansturen op een fusie met D66 en Groen Links. Het idee werd in de beginjaren zeventig al besproken maar nooit uitgevoerd. Toen ging de PvdA regeren en werd een progressieve volkspartij overbodig. Het idee dook daarna steeds weer op als het slecht ging met de PvdA.

De groep rondom Van der Louw (met gewestelijk bestuurder Jan Nagel, opiniepeiler Maurice de Hond en oud-Tweede Kamerlid Hans Kombrink) heeft in De Rode Hoed de aanzet gegeven voor een "inhoudelijk debat'. Hun plan voor een "crisiscomité' naast Kok, werd eerder al van tafel geveegd. Partijleider Kok hoeft overigens na het congres in Nijmegen niet meer onder curatele te worden gesteld. Hij kreeg er grote steun en Van der Louw werd het etiket "couppleger' opgeplakt. De Rode Hoedgroep is een vehikel voor eerherstel, een constituency voor Van der Louw. Debatteren is niet verboden en de PvdA is altijd een gewillig onderwerp. Het fusie-idee van Van der Louw werd onlangs in opdracht van de VARA onderzocht door het bureau Inter-View van medestander Maurice de Hond. Van der Louw bleek gesteund door cijfers, zoals Oosteuropese leiders de levensvatbaarheid van het socialisme plachten af te leiden uit bijgekleurde statistieken.

Maar wat hadden de deelnemers aan het debat nu eigenlijk inhoudelijk gemeen? Wat heeft Hans Kombrink, die al jaren riep dat de koppeling niet te handhaven was, gemeen met Piet de Visser die de PvdA-fractie en de partij verliet na de ingreep in de WAO? Wat heeft ex-minister van defensie Bram Stemerdink gemeen met partijleider Kok die hem bij de formatie passeerde? Wat heeft ex-senator Frans Uijen, de "rode majoor' die zich keerde tegen het militaire wezen en die vice-voorzitter werd van de vriendschapsvereniging Nederland-DDR, gemeen met Ad Melkert die in de Rode Hoed iedereen rechts voorbijschoot? De scheidslijnen liggen bloot. De vrijblijvendheid van het debat eindigt als het maken van keuzes onontkoombaar wordt. En de regeringspartij PvdA moet kiezen.

Het initiatief van Van der Louw komt tien jaar te laat. En dat geldt ook voor Jan Schaefer, het PvdA-lid dat een brede beweging wil oprichten om de partijen heen. De sociaal bewogen Van der Louw en de volkse Schaefer: vijftien jaar of langer hadden ze de kans om de politiek en vooral de PvdA, te vernieuwen. Nu hun politieke rol is uitgespeeld, proberen ze alsnog een rol af te dwingen. Ze willen elk op hun eigen manier inhalen wat ze jaren hebben verzuimd te doen. Schaefer ging in 1978 naar Amsterdam, maar werd in 1986 na zijn terugkeer in de Tweede Kamer gepasseerd. Eerst voor zijn portefeuille volkshuisvesting en daarna voor het fractiesecretariaat. En ook Van der Louw had na het mislukte ministerschap in het korte kabinet Van Agt-Den Uyl veel pech: de Rijnmondraad werd opgeheven. Hij ging naar de KNVB: het voetballen werd interessanter dan de politiek, en zeker de PvdA. Nu deze partij in grote nood is proberen beiden zich op te werpen als de reddende engel. Hun intenties zijn wellicht goed, maar de klok bleef niet stilstaan. De tijdgeest is anders: niet meer de geest waaraan de oude garde zulke goede herinneringen bewaart.

Voor de "oude vernieuwers' geldt het adagium dat ooit werd uitgesproken en daarna door Michail Gorbatsjov werd ondervonden: Wie te laat is, wordt door de geschiedenis bestraft. De vele oudgedienden in de PvdA ontlenen hun gewicht aan de rol die ze speelden tijdens een hoogtepunt van de sociaal-democratie: het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Daarna sloot de PvdA zich op in de oppositie, zij werd een negatieve coalitie tegen het regeringsbeleid. De PvdA was een platform van ontevredenen, zij verklaarde onderwerpen tot taboe en werd het speelterrein van illusionisten. Het kernwapendebat, de criminaliteit, het misbruik van sociale voorzieningen of de problemen met migranten. Het taboe dwingt tot één opinie, tot een schijneenheid. En dat gebeurde in de PvdA. Er kwam een zelfgekozen isolement, gevuld met betogingen en slogans. Nederland was het centrum van de wereld, het buitenland bijzaak. De partij verkrampte, zij versteende en pas na regeringsdeelname in 1989, openden zich de luiken weer. De WAO-storm heeft de partij ontnuchterd. Taboes worden gebroken, over misbruik van sociale voorzieningen, criminaliteit en migranten. Wat VVD-leider Wiegel tien jaar geleden riep, roept de PvdA nu.

De stilstand in de PvdA is voor een groot deel te wijten aan de mensen die zich nu opwerpen als grote vernieuwers. Zij zwegen toen er moest worden gesproken, zij conformeerden zich aan taboes die ze hadden moeten breken. En deze zomer lamenteerden nog vele oudgedienden in Vrij Nederland dat ze hadden gezwegen om hun geestelijke vader Den Uyl niet voor het hoofd te stoten. Ze konden het niet opbrengen tegen hem in te gaan en ze lieten het proces van verstening over zich gaan. Teleurgesteld verlieten de kingmakers en de rode kroonprinsen, de Haagse politiek. Ze gingen naar Eindhoven, Assen, Hilversum of Amsterdam. De drang om nu te vernieuwen heeft misschien veel te maken met wroeging, met hun verlangen om de fouten van vroeger te herstellen.

Regeringsmacht heeft de PvdA verlost uit de wereld van mooie illusies, maar daarmee is de partij nog niet vernieuwd. De vraag is echter of de PvdA kan worden vernieuwd vanuit het wassenbeeldenmuseum. Het beeld van de PvdA is verbleekt. Bij de jonge generatie slaat zij helemaal niet aan. Die kent de gezichten achter het mombakkes van vernieuwing niet. Jongeren kennen het kabinet-Den Uyl alleen nog uit de overlevering, de geschiedenisboekjes of de lessen maatschappijleer van linkse leraren. Voor de jonge generatie is de PvdA de partij van de losers, een partij van uitkeringstrekkers die moeten plaatsnemen in de sociale bezemwagens van Nederland. De PvdA is voor jongeren verleden tijd. Het bizarre is dat de boegbeelden van toen blijven teren op vergane glorie. Van der Louw gaf gisteren weer een voorproefje. Hij sprak over het "realistisch idealisme', een opgesmukte term uit de jaren zeventig. Maar wat betekent het? En welke 25-jarige weet nu wie Schaefer of Van der Louw is? Hun helden staan elders: rechts van het midden, de succesvolle ondernemer of een goede econoom. Jongeren, als zij al politiek actief willen worden, zoeken het CDA, D66 of de VVD op. Tien jaar geleden zouden zij voor "rechtse zak' worden uitgemaakt, nu worden zij geprezen als carrièrebewust en modern.

De PvdA is een dode vijver met rottende plantengroei geworden doordat zij de aansluiting met de jongere generaties heeft verloren. Er zijn wel jonge PvdA-politici, Ad Melkert is een voorbeeld. Zij zijn echter geen dragers van een generatie, maar van ambities. Zij zitten op de pluche voor zichzelf. Het rapport van de commissie-Van Kemenade is een inhaaloperatie om de tien verloren jaren weer goed te maken. Vernieuwen is in de PvdA allereerst het afschaffen van het oude, zoals de Partijraad, het instituut dat het tweede kabinet-Den Uyl voorkwam. Maar vernieuwen is ook het kiezen van een nieuwe voorzitter, het aanstellen van een nieuwe generatie en nieuwe gezichten. De oudgedienden kunnen nu hun gang gaan omdat er nooit een nieuwe garde kwam, hun stoelpoten bleven onaangetast, hun posities onbetwist. De keuze van een voorzitter is voor de PvdA een kans om vernieuwing ook een gezicht te geven. Een richtingenstrijd om het voorzitterschap, zoals die in 1979 werd gevoerd tussen Max van den Berg en Wim Meijer, kan de PvdA zich niet veroorloven. Die clash heeft wonden geslagen die nooit zijn geheeld. Van den Berg bleef gehaat. Hij capituleerde, schoor zijn baard af en vertrok in 1986 naar de Novib om de rest van de wereld te verbeteren.

De PvdA moet duidelijk zijn. Zij moet zich uitspreken voor een voorzitter die jonge generaties aanspreekt. Felix Rottenberg, de 34-jarige directeur van het politieke centrum De Balie in Amsterdam, zou een keuze zijn die past bij deze tijd. De oude garde is niet meer de avant-garde: de PvdA kan niet blijven dansen op de echo's van het verleden.

De avant garde van vroeger, hier met André van der Louw en en Han Lammers op het partijcongres van de PvdA in 1967, is een oude garde geworden (foto Anefo)