"Black Flash' moet nu steun krijgen

In februari van dit jaar is het nulnummer van Black Flash verschenen, een literair kwartaalschrift dat zich - zoals het voorwoord meldt - tot doel stelt de belangstelling voor de zwarte literatuur in Nederland te vergroten, het literair bewustzijn van de in Nederland wonende zwarte mensen te bevorderen, de zwarte literatuur kritisch te begeleiden en de literaire produktiviteit van zwarte dichters en schrijvers in Nederland te stimuleren.

Het oprichten en in stand houden van een literair tijdschrift is, zoals ik uit ervaring weet een ondankbare onderneming. Leveranciers van kopij dienen zich wel aan, maar leveren niet. Uitgevers tonen in de eerste dagen van het initiatief nog enige geestdrift maar die bekoelt als ze het verschil ontdekken tussen uitgaven en inkomsten. Van de oprichters wordt een onuitputtelijke energie verwacht en vooral optimisme en zelfvertrouwen om hun uitgave, bij de geboorte topzwaar van illusies, door de eerste zware tijden heen te helpen.

Zware tijden zijn het altijd, omdat een tijdschrift zijn eigen vorm moet krijgen: van een aantal samengeraapte bijdragen in de eerste nummers groeien tot het een eigen gezicht heeft, een overtuigingskracht en een aantrekkingskracht die het zijn levensvatbaarheid zullen geven. Al het gedrukt papier dat periodiek verschijnt, kranten, weekbladen en zeker literaire tijdschriften zijn gedoemd, die gevaarlijke periode door te maken.

Black Flash is hierop in zoverre een uitzondering omdat het zich in de eerste plaats richt tot een publiek en bouwt op een talentenreservoir dat overwegend zwart is (overwegend, want wie dat niet is kan ook zonder voorafgaand onderzoek in het blad terecht). Het is niet uitzonderlijk omdat het, afgezien van de naam, niet meer vreemde woorden bevat dan er over het algemeen in het Nederlands worden gebruikt.

Bij zijn oprichting heeft Black Flash van het ministerie van WVC een subsidie gekregen die voldoende was om twee nummers te publiceren. Daarna zou het Literair Produktie Fonds zich voorzover noodzakelijk over de uitgave moeten ontfermen. Geen uitzondering. Door de overheid in stand gehouden fondsen ontfermen zich over tientallen projecten die de verbeeldingskracht van de burgerij ver te boven gaan. Mij dunkt dat dit voor Black Flash, gezien de doelstellingen, niet het geval is.

De eindredacteur van Black Flash, drs. J.S. With, wendde zich tot het Literair Produktie Fonds. Hij kreeg een brief. Helaas had het bestuur van het Fonds "negatief beschikt'. Want: “Het bestuur wil niet afwijken van de gewone gang van zaken bij het subsidiëren van literaire tijdschriften: een tijdschrift komt in aanmerking voor subsidie wanneer het zich ten minste twee jaar in het literaire veld heeft bewezen.”

Niet bekend

Noodzaak hoort op een andere manier te worden bejegend dan luxe. Black Flash verschilt niet van andere literaire tijdschriften in de gebreken van zijn eerste nummers. Het verschil ligt in de noodzaak van zijn bestaan. Daarom verdient het nu zijn subsidie en niet over twee jaar, als de noodzaak een andere signatuur zal hebben.