"We hebben een Cubaanse Jaruzelski nodig'; De oppositie in de nadagen van Fidel Castro

"Fidel Castro is geheel in het defensief gedrongen, hij heeft geen enkel positief plan voor de toekomst meer.' Twee Cubaanse oppositieleiders trachten zich bij hun acties te houden aan de letter van de wet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Castro heeft zijn tijd gehad, daarover bestaat geen twijfel. Maar "er staat ons nog een periode van harde repressie te wachten. De Cubaanse justitie is daarvoor uitstekend toegerust.'

Het is geen kwestie meer van jaren, maar van maanden voor het bewind van Fidel Castro valt. Daarover zijn de twee belangrijkste leiders van de Cubaanse oppositie het wel eens. Maar wanneer ze het precieze aantal maanden moeten noemen dat de president nog te regeren heeft, blijkt dat hun optimisme heel verschillende snelheden heeft. ""In januari of februari is het op, dan komt de hele Cubaanse maatschappij tot stilstand en volgende zomer, bij de Ibero-Amerikaanse top in Spanje, wordt ons land niet meer door Castro vertegenwoordigd'', zegt Gustavo Arcos van het Comité voor de Mensenrechten zelfverzekerd.

""We gaan een jaar tegemoet van incidenten, van opstandjes en repressie, want het regime is in de terminale fase'', meent Elizardo Sanchez, die de spil vormt van de begin deze maand opgerichte coalitie Concertacion Democratica Cubana (CDC) en voorzichtiger is. ""Maar in zo'n fase kan er ook een terminale stabiliteit optreden waarin het lichaam nog een tijdje weet te leven met zijn ziekte en zelfs even een nieuw evenwicht vindt. Dan zou het nog twaalf maanden kunnen duren, of zelfs vierentwintig. Behalve als Fidel morgen iets overkomt. Dan is het meteen afgelopen. Want zo wankel is het evenwicht nu al.''

Tegen alle verdrukking en tegen de onderlinge verdeeldheid in, is de Cubaanse oppositie zich de laatste tijd gaan roeren. Ze treedt sinds kort eensgezind naar buiten, weet de buitenlandse pers te bereiken en is, soms via die omweg maar ook op andere manieren, bekend geraakt bij het eigen volk.

Anderhalf jaar geleden maakte Gustavo Arcos nog vooral een zeer eenzame indruk, urenlang pratend in de troosteloze hal van zijn pension, waar de ruiten waren ingegooid door op bevel van de communistische partij aangevoerde demonstranten. Die hal is tegenwoordig zo mogelijk nog troostelozer, maar het is er een komen en gaan van medewerkers en bezoekers. Arcos' agenda zit voor weken vol. ""We winnen iedere dag terrein'', zegt Fidels strijdmakker van het eerste uur en voormalig ambassadeur in Brussel trots.

Kaartenbakken Reeks straffen

Elizardo Sanchez zat destijds nog gevangen. Hij kwam pas in mei van dit jaar vrij, na het uitzitten van de vijfde van een reeks straffen die hem het grootste deel van de jaren zeventig en tachtig hebben beziggehouden. In 1972 werd de hoogleraar in de geschiedenis van de marxistische filosofie voor het eerste veroordeeld, wegens het leveren van kritiek op Castro en op de praktijken van diens geheime politie. Aan het van de jaren zeventig kreeg hij een straf van achtenhalf jaar wegens "belediging van het staatshoofd' opgelegd. Daarna luidde het vonnis vijf jaar wegens het bedrijven van "propaganda tegen de Sovjet-Unie'. In 1986 werd hij acht maanden zonder vorm van proces vastgehouden, nadat hij met buitenlandse verslaggevers had gepraat en vanaf 1988 moest hij twee jaar uitzitten wegens het uiten van twijfel aan de integriteit van de Cubaanse rechtspraak. Ook bij hem is er deze zomer nog voor de deur gedemonstreerd en in huis hebben agenten alles overhoop gehaald en van alles in beslag genomen. Maar inmiddels zijn de kaartenbakken met vergrijpen tegen Cubaanse en universele wetten alweer ruimschoots gevuld en is er ook een nieuwe vlag gemaakt voor zijn eigen Commissie voor de Mensenrechten en Nationale Verzoening. Die vlag hangt tegen de muur van de eetkamer, waar Sanchez ontvangt. Ook hier lopen vreemden en vrienden, mannen met aktentassen en jongens met mondelinge berichten, heen en weer, in en uit.

Arcos, die bijna tien jaar hechtenis achter de rug heeft, ziet de omstandigheid dat hij nu al geruime tijd zijn ideeën kan verspreiden zonder opnieuw te worden ingerekend, als een bewijs voor "de decadentie van het bewind'. ""Het moment waarop nog met geweld een einde aan ons vreedzame verzet had kunnen worden gemaakt, is al gepasseerd. Castro heeft die macht niet meer. Zijn staatsapparaat is als het speelgoedpoppetje waarvan de armen, de benen en het hoofd verdwenen zijn maar dat nog een paar rondjes waggelt over het tapijt, alleen omdat de veer nog niet helemaal ontspannen is. Hij weet ook dat er in het buitenland op hem wordt gelet en hij trekt zich protesten tegen zijn mensenrechtenbeleid bijzonder aan.''

Sanchez gaat er echter van uit, dat hij ieder moment opnieuw kan worden opgepakt. In de dagen voor het Vierde Congres van de communistische partij presenteerde hij met zeven andere oppositieleiders ten overstaan van vijftig buitenlandse journalisten zijn democratische coalitie. Hij publiceerde een open brief aan de afgevaardigden waarin hun werd gevraagd in opstand te komen en van Cuba een democratie te maken. De congresgangers die in een feestelijk versierde trein van Havana naar Santiago de Cuba reisden, vonden die brief zelfs op hun zitplaatsen. Nog voor het congres begon werden twaalf leden van de CDC van hun bed gelicht. Drie zijn er inmiddels wegens het verspreiden van de oproep tot langdurige vrijheidsstraffen veroordeeld - dat was het laatste jaar in soortgelijke zaken niet meer gebeurd.

""Castro is geheel in het defensief gedrongen'', zegt Sanchez. ""Hij heeft geen enkel positief plan voor de toekomst meer. Maar hij voelt zich niet slecht in een dergelijke positie. Hij trekt zich niets aan van wat de rest van de mensheid over hem zou kunnen denken. Alléén tegen de wereld - hij houdt daar wel van. Er staat ons zeker nog een periode van harde repressie te wachten en de Cubaanse justitie is daarvoor uitstekend toegerust. Cuba heeft met zijn tien miljoen inwoners meer dan honderd gevangenissen en concentratiekampen. Eén procent van de bevolking zit achter slot en grendel. In de Verenigde Staten, met hun enorme criminaliteit, is dat slechts 0,4 procent.''

Uit eigen ervaring weet hij dat die nog steeds groeiende groep gedetineerden het meeste lijdt onder de schaarste aan voedsel en andere eerste levensbehoeften. Begin dit jaar, tijdens de laatste maanden van zijn eigen gevangenschap, zag het menu in zijn kamp er als volgt uit. Als ontbijt: een glas water met suiker. 's Middags: droge rijst met zout of suiker. 's Avonds: warm water met vet en wat groente. Dat alles in zeer kleine porties en slechts één keer per week aangevuld met een beetje vis of vlees. Zeker voor degenen die dwangarbeid moesten verrichten, was dat te weinig om gezond te blijven.

Moreel sterker

De beide oppositieleiders proberen zich bij al hun acties te houden aan de letter van de Cubaanse wet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Ze weten ook wel dat een beroep op deze teksten volstrekt zinloos is, wanneer Castro zou besluiten ook het eerste echelon van de dissidenten weer achter de tralies te zetten. Maar het maakt hun positie op zijn minst moreel sterker en ze denken dat dit de rest van de bevolking niet zal ontgaan. Met afgrijzen beluisteren ze de oproepen tot demonstraties en stakingen die van tijd tot tijd worden gedaan door Radio Marti, de door Washington betaalde radiozender die in Zuid-Florida op Cuba staat gericht. ""Waarom zou je mensen aan risico blootstellen als het moment nog niet gekomen is dat iedereen de straat opgaat," vraagt Arcos zich af. Sanchez is nog aanzienlijk feller.

""Door de ophef die de geëmigreerde Cubanen in Florida maken, denkt iedereen dat zij de enige tegenstanders van Fidel zijn en dat hij alleen maar kritiek krijgt van ultra-rechts'', zegt hij. ""In werkelijkheid wordt er al vanaf de vroege jaren zestig oppositie gevoerd door democratisch links. Probleem is alleen dat wij nauwelijks de middelen hebben om onze stem te laten horen. Extreem-rechts heeft niet alleen de steun van schatrijke Amerikaanse Cubanen, zoals de zakenman Jorge Mas Canosa, maar bovendien van het Witte Huis. Ik ben bang dat zijn fractie in Washington aan invloed heeft gewonnen door Fidels onverzoenlijke houding tijdens het laatste Congres. Als het extremisme van links het extremisme van rechts blijft voeden, is het Cubaanse volk uiteindelijk de verliezer. We hebben er niets aan wanneer de Amerikanen hier de zaak weer komen koloniseren. De Cubanen zijn er in overgrote meerderheid nog steeds van overtuigd, dat de revolutie juist en rechtvaardig was. In economisch, sociaal en cultureel opzicht is de toestand hier beter dan in Honduras, Peru of Bolivia. U ziet hier geen bedelaars op straat - die zouden door de politie worden opgepakt, want bedelen is verboden, en te eten krijgen. U ziet geen kinderen zonder schoenen. Er is geen honger. De gezondheidszorg is gratis. Er is geen analfabetisme. Wie zegt dat het hier een hel is, kletst maar wat. Mijn bezwaar is dan ook niet dat de zoölogische rechten van de mens hier niet gewaarborgd zouden zijn, want er is werkelijk genoeg om te overleven. Het gaat mij om de civiele en politieke rechten, datgene wat de mens de kans geeft om zich als mens te verwezenlijken. Maar ik geloof niet dat meneer Bush zich daar bijzonder druk om maakt.''

Blokkade

Gustavo Arcos is iets minder beducht voor de "harde lijn' van Washington en denkt zelfs dat het niet goed zou zijn om de economische blokkade, die volgens Castro de oorzaak is van al Cuba's kwalen, te verlichten of op te heffen. Dat zou alleen maar lucht geven aan een regime dat het toch niet lang meer maakt. Sanchez meent dat de Verenigde Staten wel voedsel en medicijnen zouden moeten doorlaten, zodat de bevolking bij het uitblijven van snelle veranderingen geen blijvende schade oploopt.

Hij pleit daarnaast voor niet aflatende politieke druk en heeft daarbij vooral zijn hoop gesteld op de EG. Omdat bedrijven uit onder meer Frankrijk (olie), Nederland (scheepsbouw), Italië en Spanje (toerisme) op dit moment al in Cuba investeren, heeft Europa in principe de middelen om een Cuba-beleid te ontwikkelen waarin politieke hervormingen door financiële beloningen worden gestimuleerd. ""Waarom neemt men geen houding aan zoals tegenover Zuid-Afrika?'' vraagt Sanchez zich af. Een diplomaat in Havana zegt dat er op dit moment zelfs niet de geringste notie is van een gezamenlijk beleid. Het onderwerp is in Brussel eenvoudig nooit aan de orde geweest.

Arcos houdt zich aan de Bijbel, wanneer hij inspiratie zoekt voor zijn vreedzame gevecht. Bij Sanchez liggen boeken over Solidaridad en Charta 77 binnen handbereik. Ze geven beiden toe dat hun directe aanhang klein is, hoogstens enkele tientallen mensen. Maar ze zijn ervan overtuigd dat in alle lagen van de bevolking, ook binnen het leger en binnen de partij, de hervormingsgezinden in de meerderheid zijn. Iedere dag krijgen ze daar nieuwe aanwijzingen voor. Sanchez: ""Je hebt maar een paar mensen nodig om het voorbeeld te geven. Hoe groot was de partij van Sacharov?'' Arcos: ""Er waren maar twaalf apostelen.'' Sanchez: ""Er wordt gezegd dat onze oppositie versplinterd is. Doet er niet toe. In Hongarije waren er wel honderd partijen.''

Incident

Beide leiders hebben ongeveer hetzelfde scenario voor ogen als ze denken aan de val van Fidel Castro. Er zal een incident zijn, misschien bij het verdelen van levensmiddelen, misschien na een arrestatie of tijdens een toespraak, zoals in Roemenië. Arcos: ""Dan gaan we de straat op, iedereen, hand in hand. Het leger zal niet schieten.''

Sanchez gelooft al evenmin dat de revolutionaire strijdkrachten het vuur zullen openen op hun vaders, moeders, broers en zusters. Maar hij vreest een ander soort confrontatie, die tussen Cubaanse burgers onderling, wanneer de communisten geen uitweg wordt geboden maar ze met de rug tegen de muur komen te staan. Want: ""Er is hier in drieëndertig jaar tijd veel meer haat opgekropt dan in Tsjechoslowakije of Roemenië. Iedereen heeft uit die tijd wel een rekening overgehouden die hij zou willen vereffenen. Een aangifte, een diefstal, een geval van corruptie of verklikkerij. Onze regering heeft ons tegen elkaar opgezet en ons aangespoord om elkaar te bespioneren. Families, vriendschappen, huwelijken zijn om die reden uit elkaar gevallen. De vecindario, de typisch Cubaanse buurtgemeenschap, bestaat zelfs helemaal niet meer. Onze maatschappij is ziek van de haat. Een machtsvacuüm zou een bloedbad betekenen. Daarom moeten we blijven hopen op een geleidelijke overgang. We hebben een Jaruzelski nodig.''

Ook Arcos denkt dat een Cubaanse Jaruzelski ideaal zou zijn. Een man van de oude garde, die gezag heeft over de communisten en vertrouwd wordt door, ja zelfs nog steeds, ondanks alles, geliefd is bij een groot deel van de bevolking.

Eigenlijk is er maar één persoon die voor die rol in aanmerking komt, al wil hij niet.

Arcos: ""Fidel.''

Sanchez: ""Fidel.''