"Van asielcentra word je niet gezonder'; Huisartsen wijzen kritiek minister op hulpverlening aan vluchtelingen af

AALTEN, 26 OKT. De voornaamste ziekteverwekker bij asielzoekers is een verblijf van negen maanden in een Nederlands vakantiepark. Aldus G. Wielink, een van de drie huisartsen die sinds 1989 verantwoordelijk zijn voor de medische zorg aan tweehonderd vluchtelingen in het asielzoekerscentrum van Aalten, niet ver van Winterswijk. Dat huisartsen in steeds mindere mate bereid zouden zijn hulp te verlenen aan asielzoekers, zoals een bezorgde minister Van den Broek (buitenlandse zaken) deze week aan de Tweede Kamer schreef, verbaast Wielink. “Huisdokters moeten niet de zwarte piet van Van den Broek krijgen. Het gaat niet om de bereidheid. Iedereen in Nederland heeft recht op een huisarts.”

Volgens Van den Broeks verslag over het vluchtelingenbeleid is een toename geconstateerd van asielzoekers met “depressieve klachten, agressieve neigingen en- of gedragsproblemen”. Die zouden onder meer ontstaan door de asielprocedure. Wielink, die samen met zijn collega's H.C. Kok en A.H. Nijhoff onderzoek deed naar de gezondheidsproblemen van asielzoekers, is het met die constatering van Van den Broek eens, maar noemt het vooral “een politiek probleem”, omdat vluchtelingen volgens hem vaak negen maanden in een opvangcentrum moeten leven in plaats van de volgens de wet toegestane negen weken.

Het onderzoek van Wielink, gedaan in 1989 onder de vluchtelingen in het asielzoekerscentrum in Aalten, werd dit jaar gepubliceerd in het tijdschrift Huisarts en Wetenschap. De huisartsen kregen “zeer frequent” te maken met psychosomatische klachten. De spanning van de vlucht, het aanpassen aan het nieuwe land en de asielprocedure waren de belangrijkste oorzaken. Klachten als gevolg van gewelddadigheden in het land van oorsprong, waarvoor het Centrum Gezondheidszorg Vluchtelingen (CGV) van het ministerie van WVC de Nederlandse huisartsen herhaaldelijk heeft gewaarschuwd, wogen volgens de dokters in Aalten niet op tegen de problemen die asielzoekers na hun vlucht naar Nederland ondervonden. Die problemen uitten zich voornamelijk in vage klachten over buikpijn en hoofdpijn, slaapstoornissen en moeheid. Van buitensporige agressie was, op de beginperiode na, geen sprake.

Een asielzoeker behoort na negen weken te worden overgeplaatst van het opvangcentrum naar een andere locatie. Wielink: “Als dat gebeurt, heb je niet zoveel met hen te maken. Ze zijn bij aankomst in het opvangcentrum al medisch onderzocht door het CGV. In die negen weken hebben de asielzoekers hun tijd nodig voor allerhande formaliteiten. Het probleem ontstaat als ze langer in dat centrum moeten blijven. Ze worden gedwongen in een situatie te leven die niet bepaald de gezondheid bevordert. Je integreert niet in de Nederlandse samenleving als je negen maanden boven op elkaar zit in een klein kamertje in een vakantie-oord.” De politiek moet er derhalve voor zorgen dat de asielprocedure wordt versneld zodat deze klachten kunnen worden voorkomen, vindt Wielink.

Omgekeerd zijn er ook huisartsen die klagen dat vluchtelingen zo kort in een asielzoekerscentrum verblijven dat optimale hulp nauwelijks kan worden geboden. Een woordvoerder van de Landelijke Huisartsen Vereniging, die zich ook heeft verbaasd over de uitspraak van minister Van den Broek, noemt de medische zorg voor vluchtelingen in nieuwe opvangcentra “een soort EHBO-hulp”, die niet in het voordeel van de patiënt kan zijn.

Niet bekend

Bovendien moet een arts er rekening mee houden dat een vluchteling de huisarts opzoekt om zijn asielprocedure te bespoedigen of te beïnvloeden; allemaal zaken die meer van dokters vragen dan alleen een routinematig recept uitschrijven. Om de taalbarrière te doorbreken hebben arts en patiënt tegenwoordig de beschikking over een zogenoemde tolkentelefoon: via een "handsfree telefoonlijn' met de tolk kan de huisarts communiceren met de patiënt die tegenover hem zit.

    • Rob Schoof