Preekstoel, het enige massamedium onafhankelijk van links; Polen voor geloof, vrijheid, bezit; "Het is vreemd dat we in een land dat voor 96 procent katholiek is, maar een kleine partij zijn'

WARSCHAU, 26 OKT. Wlodzimierz Dobrowolski is een blozende jongeman met een bol gezicht en zwart sluik haar, hij is 31 en ingenieur, en hij is bovendien secretaris-generaal van de Christelijk-Nationale Unie (ZChN), de belangrijkste christen-democratische partij in Polen. Hij hoopt morgen bij de verkiezingen in het parlement te komen, namens de Katholieke Verkiezingsactie (WAK), een bondgenootschap van vijf katholieke en nationalistische partijen waarvan de ZChN de belangrijkste is. De affiches van de WAK tonen jonge gelukkige gezinnen met veel kinderen en leuzen als “bewaar de Poolse en christelijke identiteit”, “geloof, vrijheid, bezit” en “God, eer en vaderland”.

Ons programma, zegt Dobrowolski in zijn kantoortje onder een kruisbeeld en een foto van de paus, stoelt op de leer van de kerk en op de slagwoorden gezin, natie en staat. “Die driehoek moet één blijven. Het communisme had het gemunt op het gezin, links probeert de natie eruit te halen, de anderen de staat. Voor ons is het gezin de basis van alles, de morele kracht van de samenleving, de economische kracht ook.”

De katholieke waarden in Polen lopen gevaar, zegt Dobrowolski. “Noch de kerk noch de christen-democraten beschikken over een dagblad. De massamedia zijn in handen van links, van het post-communisme of van links binnen post-solidariteit. Zij manipuleren de Polen.” Ons belangrijkste doel, zegt hij, is het elimineren van de invloed van de post-communisten op de samenleving.

WAK, zegt hij, zal, als ze aan de macht komt, 80.000 wetten afschaffen omdat ze geen nut hebben of omdat ze de post-communisten aan de macht houden. Daarnaast wil WAK de kerk helpen bij het heroveren van haar sociale positie binnen de Poolse samenleving. De kerk moet de bezittingen terug krijgen die de communisten haar hebben ontstolen, zegt hij. “Ze moet de Poolse natie helpen opbouwen, ze moet haar kleuterscholen, haar scholen, haar ziekenhuizen, haar bejaardentehuizen, haar hulpcentra voor ongehuwde moeders terugkrijgen. De staat is failliet. De kerk moet het overnemen.”

Voor sommige Polen belichamen Dobrowolski en zijn vrienden intens Poolse waarden. Voor vele anderen zijn ze gevaarlijke religieuze zeloten, fundamentalisten, die proberen het vacuüm, ontstaan door het wegvallen van het socialisme, te vullen met een nieuwe totalitaire ideologie en die streven naar een samenleving waarin abortus en echtscheiding verboden en kerk en staat één zijn, waarin alle kinderen katholiek geïndoctrineerd worden en waarin de Poolse vrouw haar bestemming in de keuken vindt.

De critici ergeren zich aan de manier waarop de Poolse kerk zich ook ditmaal met de verkiezingscampagne heeft bemoeid. Eind september hielden de bisschoppen de kiezers voor dat ze kandidaten voor het parlement voor alles moeten beoordelen op hun houding tegenover euthanasie en abortus en op hun houding tijdens de ruzies over religieus onderwijs op school en de scheiding van kerk en staat. Bisschop Michalik heeft zelfs gezegd dat “een katholiek moet stemmen op een katholiek, een jood op een jood, een islamiet op een islamiet, een vrijmetselaar op een vrijmetselaar en een communist op een communist”.

Voor Dobrowolski is dat allemaal geheel in orde. “Het is goed dat de kerk een stemadvies geeft. De preekstoel is het enige massamedium dat onafhankelijk is van links, het enige massamedium waarmee een beroep kan worden gedaan op het nationale bewustzijn. De samenleving mag niet in vreemde handen vallen.” Hij pauzeert even, en zegt dan haastig: “Met vreemd bedoel ik onchristelijk”. Als de kerk zich buiten de verkiezingscampagne zou houden, zegt hij, zou dat tot een tragedie leiden, want dan zouden de katholieken thuis blijven en houden de communisten de macht.

Wlodzimierz Dobrowolski heeft veel vertrouwen in de uitslag, morgen. “Het is natuurlijk vreemd dat we in een land dat voor 96 procent katholiek is maar een kleine partij zijn. Maar dat komt door de manipulatie van de massamedia. Twee weken geleden stonden we op minder dan twee procent. Maar we groeien. Vorige week stonden we al op 4,6 procent.” En dan, tevreden: “Onze vijanden zijn helemaal in paniek geraakt toen dat cijfer bekend werd”.

Het is niet eens zozeer de kerk als zodanig die zich mengt in de campagne voor de parlementsverkiezingen, zegt Anna Teresa Bogucka-Skowronska, het zijn vooral de individuele priesters: de pastoors en de kapelaans die hun gelovigen vertellen alleen te stemmen op kandidaten die christelijke waarden hooghouden. Hoe lager in de kerkhiërarchie, hoe eerder die priester zich actief met de politiek inlaat.

Anna Teresa Bogucka-Skowronska is voor de provincie Slupsk lid van de Poolse senaat. Ze is ook lid van de Democratische Unie, de partij van ex-premier Mazowiecki, en de intellectuele van het vroegere Solidariteit. Ze is in Polen bekend als lid van de KIK, de Club van Katholieke Intellectuelen die onder het socialisme een belangrijke maatschappelijke rol hebben gespeeld, en als advocate: in de vroege jaren tachtig heeft ze alle kopstukken van Solidariteit verdedigd, inclusief Lech Walesa, toen ze door het vorige regime voor de rechter werden gebracht.

Tegenwoordig is Skowronska een geliefd doelwit van de kerk: zij was de eerste die zich in Polen openlijk uitsprak voor de scheiding van kerk en staat en tegen het verbod van abortus. Sindsdien wordt ze in katholieke bladen van tijd tot tijd uitgemaakt voor “de antichrist”.

“Het is paradoxaal genoeg vooral de Democratische Unie waar de priesters het in hun preken op hebben gemunt”, zegt Skowronska. “Niet de post- of ex-communisten. De clerus weet dat ze daar niet tegen tekeer hoeft te gaan, want daarop stemmen de Polen toch niet. Het is de Unie. De Unie is voor de scheiding van kerk en staat, is voor echtscheiding, voor het recht op abortus, voor seksueel onderwijs op de scholen. En omdat de meeste leiders van de Unie, Mazowiecki en Aleksander Hall voorop, bekend staan als goede katholieken, vindt de kerk hen gevaarlijk, een bedreiging, vandaar de campagne.”

De campagne vanaf de preekstoel, zegt Skowronska, is lastig. Ze schept een sfeer. “Het is de sfeer waarin verkiezingsaffiches met koppen van leiders van de Unie wordt beklad met hakenkruizen of de Davidsster. Het is de sfeer waarin het tot provocaties komt. Ik zelf ben, ondanks mijn verleden als advocate van alle leiders van Solidariteit, beschuldigd van samenwerking met de veiligheidsdienst van het vorige systeem. Mijn affiches worden dus voortdurend beklad met de initialen van de veiligheidsdienst. Er is een sfeer geschapen en dat is vooral het werk van priesters geweest.

De kerk, zegt Skowronska, doet alles om “haar” mensen in het parlement te krijgen. “Veel Polen zien de parlementariërs van de partijen die voor de verkiezingen van morgen samen optreden in de WAK als een soort van politieke folklore, waar je om kunt lachen. Gisteren stelde senator Bojarski voor de eerste regel van de grondwet - in naam van de Almachtige God - te wijzigen in "in naam van de Almachtige God en de heilige drieëenheid'. Dat is het niveau waarop de meesten opereren. Ik wil niet zeggen dat ze allemaal zo zijn, en ik respecteer hun denkbeelden, maar het gaat in de meeste gevallen om extremisten en fundamentalisten die een staat willen scheppen die straks leraren ontslaat omdat ze niet gelovig zijn, een staat die dezelfde intolerantie tentoonspreidt als de communisten vroeger.”

Het argument van Wlodzimierz Dobrowolski, als zou de preekstoel het enige massamedium van de kerk zijn, klopt niet, zegt Skowronska. “Polen staat bol van de katholieke bladen en er is zelfs geen enkele krant te vinden zonder journalisten die zich beschouwen als dienaren van de kerk. Dat hij zich beklaagt, illustreert zijn extremisme. De WAK zit vol vertegenwoordigers die het christendom te vuur en te zwaard willen verspreiden en zich daarbij volstrekt intolerant opstellen.”

Het is niet de kerk als zodanig, zegt Skowronska, die daarbij over de schreef gaat. “Natuurlijk hebben we de oproepen van het episcopaat gehad. En natuurlijk was daar die oproep van bisschop Michalik, die nu in heel wat kerken elke dag wordt herhaald. Maar niet alle bisschoppen zijn zo, ik ken er ook die dat soort negatieve fenomenen betreuren.” Ze glimlacht: “Het is alleen zo jammer dat ze dat niet in het openbaar zeggen”.

    • Peter Michielsen