Post-modernistische verslaggeving

Kunstenaars weten dat je door kant-en-klare, gevonden of gemaakte dingen of onderdelen van dingen op een doek te plakken boeiende effecten kunt bereiken.

In het patroon van zo'n collage toont zich de creativiteit van de kunstenaar. Folkert Jensma heeft deze werkwijze toegepast op zinnen en zinsdelen die hij optekende uit de monden van D66'ers met wie hij vraaggesprekken hield en gelardeerd met eigen waarnemingen van een plaatselijke bijeenkomst in het Veluwse dorp Brummen (Zaterdags Bijvoegsel, 28 september). Een post-modernistische vorm van verslaggeving, vermoedelijk afgekeken van het medium televisie, die nog vele boeiende resultaten belooft maar die niet per se steeds een getrouw beeld van de werkelijkheid oplevert.

Aangezien ikzelf het genoegen had in een ongeveer anderhalf uur durend onderhoud door Jensma te zijn ondervraagd en ook van mij een enkele uitspraak in zijn collage is verwerkt, ben ik in staat te laten zien uit welk verband die uitspraken zijn gehaald en hoe daarmee vervolgens is omgesprongen. ""D66 kent geen machtig middenkader of een invloedrijk partijbureau zoals de PvdA, aldus het Eerste-Kamerlid mr. J. Glastra van Loon'', aldus voert Jensma mij ten tonele na een opmerking te hebben aangehaald van mr. Th.C. de Graaf over de wijze waarop het PvdA-kader elkaar onder druk zet en bestrijdt. ""Een soort jongensclub die het samen leuk hebben, dat is het wel ongeveer'', laat Jensma hierop tussen aanhalingstekens volgen. De indruk is onvermijdelijk dat ook die woorden uit mijn mond zijn opgetekend. In feite was dit een uitspraak van de interviewer zelf die ertoe moest dienen een reactie mijnerzijds uit te lokken. Door hem niet uitdrukkelijk aan mij toe te schrijven werd de waarheid net niet echt geweld aangedaan. Ik ben dan wel 71, maar niet zover afgetakeld dat ik verlangens koester naar een jongensclub. Maar ja, er moest een vlotte overgang worden gemaakt naar A. de Goede als huis-dissident van D66.

Het verband waaruit mijn opmerking afkomstig was betrof het verschil tussen de interne organisatie van D66 en die van andere partijen, zoals de PvdA. Ik wees erop dat kandidaten voor de Tweede en Eerste Kamer in D66 direct in landelijke verkiezingen door de leden zelf worden aangewezen volgens het stelsel-Van den Bergh (ieder kan 15 namen invullen, de eerste op een biljet krijgt evenveel punten als in feite namen zijn ingevuld, de volgende een punt minder enz.). Aan de uitkomst van die verkiezingen kan niemand achteraf iets bijstellen of corrigeren. In het vraaggesprek vermeldde ik, dat ik in het begin mijn hart had vastgehouden over de uitkomsten van deze verkiezingen. De ermee opgedane ervaringen hadden mij op andere gedachten gebracht.

In de eerste plaats waren de uitkomsten telkens bijzonder redelijk. Blijkbaar werkte in de verkiezingen zoiets als een wet van de grote getallen en werden daardoor vreemde uitschieters voorkomen. Maar er was nog iets anders dat van ten minste even groot belang was. Dank zij de gekozen procedure bleef D66 gevrijwaard van het fenomeen partijbaronnen en andersoortige -bonzen. Er is dank zij die procedure in D66 niemand die meer invloed heeft op iemands plaatsing op een kandidatenlijst dan welk ander lid van de partij ook, geen bestuurslid en geen regionale afgevaardigde, niet iemand die zich in de gunst van een van dezen mag verheugen, niet iemand die zulke gunsten heeft te vergeven. Dat is niet alleen van belang voor de zuiverheid van de machtsverhoudingen, het is dat ook voor de persoonlijke verhoudingen en de sfeer tussen de leden.

Het was in aansluiting op deze uiteenzetting mijnerzijds dat Jensma als interviewer opmerkte: ""Zoiets als een jongensclub dus'', of woorden van die strekking. Ik heb dat in die context niet tegengesproken. Ik zal niet ontkennen dat Jensma daar in zijn collage een creatief gebruik van heeft gemaakt. Of daarmee ook recht werd gedaan aan de strekking van de woorden?

    • Lid van de Eerste Kamer
    • J.F. Glastra van Loon
    • Fractie D66