Porselein

Het artikel van correspondent J.M. Bik over de porseleinfabriek te Meissen en de mislukte alchemist Böttger (Z, 12 oktober) toont aan dat een romantisch, maar feitelijk onjuist verhaal niet snel wordt uitgeroeid.

In de uitvinding van het Europese porselein heeft Böttger maar een gering aandeel gehad. De eer komt in de eerste plaats toe aan de Lausitscher edelman Ehrenfried Walther von Tschirnhaus, heer van Kieslingswalde en Stolzenberg. Tschirnhaus was in zijn tijd een bekend geleerde: wiskundige, filosoof en bouwer van enorme brandspiegels en brandlenzen waarvan sommige tot op de dag van vandaag in musea bewaard zijn. In Nederland is hij vooral bekend als vriend en correspondent van Spinoza.

Zijn bemoeienis met het porselein moet gezien worden in het kader van het in die tijd in Duitsland opkomende mercantilisme. Allerlei figuren, die vaak een merkwaardige mengeling vertonen van charlatanerie en geleerdheid, streefden naar een sterke, door de staat geleide economie. Een modern industriewezen was daarbij wezenlijk. Voorbeelden zijn Johann Daniel Crafft, die in Saksen een moderne wol-manufactuur opzette, en Johann Joachim Becher, bekend door het plan dat hij voorlegde aan onze Staten-Generaal om goud te winnen uit duinzand.

Tschirnhaus had zich in zijn hoofd gezet om een manufactuur van Europees porselein op te zetten. Op de achtergrond speelde mee dat hij de opbrengst wilde besteden om in Duitsland een academie van wetenschappen op te richten. Het porselein was in Europa bekend wegens de handelscontacten met China, maar het fabricageprocédé was onbekend. Het probleem hield Tschirnhaus al in 1675 bezig, maar van 1693-1694 af onderzocht hij het in nauw contact met de Saksische regering op systematische wijze. Keurvorst August de Sterke stelde hem voor zijn onderzoekingen een laboratorium beschikbaar.

Nu Böttger. In 1702 vluchtte de zich voor alchemist uitgevende Böttger naar Saksen, waar hij werd geprest om zijn pretenties waar te maken. August de Sterke droeg aan Tschirnhaus het toezicht op over Böttgers werkzaamheden. Die zag wel dat het met diens goudmakerij nooit wat zou worden. In plaats daarvan wist hij hem in 1707 te betrekken bij zijn werk aan het porselein.

De vraag wie van de twee, Tschirnhaus of Böttger, nu uiteindelijk het porselein heeft uitgevonden, heeft een kleine eeuw geleden tot een verwoede pennestrijd aanleiding gegeven. De precieze gang van zaken valt slechts met de grootste moeite te reconstrueren. Gedeeltelijk komt dat doordat Tschirnhaus' papieren na zijn dood door de regering in beslag werden genomen en nooit zijn vrijgegeven. Het overgrote deel is verloren gegaan. Het staat wel vast dat Böttger zelfstandig een bijdrage aan het proces heeft geleverd. Even zeker echter is dat hij hierbij voortbouwde op het werk van Tschirnhaus en in wezen slechts enkele steentjes bijdroeg aan diens jarenlange arbeid. De vraag wie nou uiteindelijk de uitvinder was is weinig historisch en toont ook weinig inzicht in hoe een dergelijke uitvinding tot stand komt. Het is echter duidelijk dat het leeuwedeel van de ontwikkeling voor rekening van Tschirnhaus komt.

Tschirnhaus echter stierf op 11 oktober 1708, naar men aanneemt aan een aanval van nierstenen, voordat hij zijn plannen ten einde toe had kunnen uitvoeren. Sindsdien is zijn aandeel systematisch verdonkeremaand. Enkele maanden later, in maart 1709, beroemde Böttger zich op de ontdekking van het porselein en deze claim werd weldra alom erkend. Hier zijn ongetwijfeld hof-intriges in het spel geweest. Tschirnhaus had aan het Saksische hof talrijke vijanden en met het minimaliseren van zijn aandeel waren belangen gemoeid. Hij had zich bij het najagen van zijn idealen vrijwel geruïneerd en in ruil slechts beloftes ontvangen. Een formele toezegging aan zijn erfgenamen voor een schadeloosstelling werd nooit nagekomen.

De details van al dit gekuip zullen wel nooit meer te achterhalen zijn, maar het "sprookje' van de uitvinding van het porselein maakt bij nadere beschouwing een buitengewoon onwelriekende indruk. Het verhaal van de uitvinding van het porselein door de goud zoekende en porselein vindende Böttger is niet meer dan een mythe. In wetenschappelijke kring is dat al lang bekend.

Naschrift J.M. Bik

1) Ik heb gebruik gemaakt van mondelinge en schriftelijke gegevens over de bedrijfsgeschiedenis van de Meissner Porzellanwerke zelf. Personen als Von Tschirnhaus spelen daarin inderdaad ook een rol, net als de Saksische handels- en industriële politiek, maar daarover ging het artikel niet.

2) De heer Vermij schrijft dat vragen over de geschiedenis van "Meissen' en de uitvinder omstreden zijn. Dat mag zo zijn, maar dan rijst ook de vraag waarop hij zelf zijn stellige mening baseert.

    • R. Vermij Utrecht