Plan Coentunnel "planologische hutspot'

DEN HAAG, 26 OKT. Toenmalig minister Smit-Kroes van verkeer en waterstaat was in 1987 nog zo stellig: in 1991 kan Amsterdam met de bouw van de tweede Coentunnel beginnen, zo liet zij het provinciebestuur van Noord-Holland weten. Tracé vaststellen, bestemmingsplan afronden, en hup, schop in de grond.

Zo is het dus niet gegaan. Dat lag niet aan de Haagse rechtbank die in 1988 de bezwaren van actiegroepen en milieu-organisaties tegen zo'n snelle procedure afwees. Achteraf bezien is die uitspraak een Pyrhus-overwinning geweest voor de voorstanders van de nieuwe tunnel. Zij lijken zich met hun keuze voor het achterwege laten van de gebruikelijke tracéprocedure in de eigen voet te hebben geschoten. De Raad van State zal het bestemmingsplan afkeuren, als hij de gisteren bekend geworden raadgevingen van zijn Adviseur serieus neemt. De stelligheid waarmee deze verkondigt dat het plan wegens een verscheidenheid aan onvolkomenheden een planologische hutspot is geworden - daar komen zijn woorden op neer - laat weinig ruimte voor twijfel. Al mogen de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland, die er in het advies ferm van langs krijgen, nog proberen de Raad van State te overtuigen.

Zou er wel een tracé-procedure zijn gevolgd, veel van de gegevens die de Adviseur van Raad van State nu mist waren dan voorhanden geweest. Wat zijn de precieze gevolgen voor het milieu? Het antwoord zou gegeven zijn via een Milieu-Effect Rapportage, verplicht onderdeel van de tracéprocedure. Of de tunnel nog wel past in het huidige verkeersbeleid dat de groei van het autogebruik beoogt af te remmen - zoals de Adviseur zich afvraagt - zou ook aan de orde zijn gekomen. De Adviseur sluit niet uit dat de tweede Coentunnel niet strijdig is met zulk beleid; het bestemmingsplan toont het alleen niet aan.

Afkeuring van het bestemmingsplan betekent uitstel van jaren. En dat uitstel afstel betekent, is niet denkbeeldig. Dat blijkt uit de reactie van het Amsterdamse gemeenteraadslid R. van Hoeve die voor de PvdA-fractie de ontwikkelingen bijhoudt. Hij zei gisteren desgevraagd dat als het bestemmingsplan wordt afgekeurd, “we maar eens goed moeten discusssiëren of we wel aan een nieuw plan moeten beginnen”.

Kan de tweede Coentunnel de eerstkomende jaren niet worden aangelegd, dan moet het geld, vindt Van Hoeve, worden besteed aan beter openbaar vervoer op de noord-zuidverbinding. Dan kan meteen worden bestudeerd of betere tram- of busverbindingen en de inmiddels voltooide Zeeburgertunnel samen niet voldoende zijn om de (eerste) Coentunnel te bevrijden van zijn hoge notering in de top-tien van files. Het standpunt van de PvdA is in de Amsterdamse verhoudingen van doorslaggevende betekenis. Zij laveert tussen voorstanders van de tunnelbouw (CDA,VVD, ook D66-wethouder Ten Have van verkeer) en tegenstanders (Groen Links, inclusief wethouder Saris van ruimtelijke ordening).

Of het geld dat niet aanleggen van de tweede Coentunnel uitspaart, beschikbaar komt voor andere plannen, is intussen de vraag. Het - verdeelde - kabinet (CDA: voor de tunnel; PvdA: eigenlijk tegen) vindt het een project voor private financiering. De particuliere financier moet later worden afbetaald via rekening-rijden of tolheffing. Voorlopig koos het kabinet vorig jaar voor de klassieke procedure om een definitieve beslissing uit te stellen: nader onderzoek vragen.

Dat nader onderzoek is er intussen wel geweest, van Rijkswaterstaat, directie Noord-Holland. De zeventien verkeerswethouders van de gemeenten die bij het ROA zijn aangesloten (Regionaal Overleg Amsterdam) hebben daarover eerder deze maand vastgesteld “dat de gehanteerde onderzoekmethode niet zo verfijnd is als naar de laatste stand der techniek mogelijk is”, maar dat heeft hen niet verhinderd de conclusie te aanvaarden dat “het niet verbreden van de Coentunnel de reiziger onvoldoende ertoe zou brengen van het openbaar vervoer gebruik te maken of van zijn reis af te zien”. Dus, vinden de wethouders, moet de tunneluitbreiding komen.

De Adviseur van de Raad van State is zover niet. Meer gegevens zijn nodig, zegt hij. Dat er al nader onderzoek is geweest kan volgens hem “gelet op de beperkte opzet ervan” aan die behoefte niets afdoen. Zonder deugdelijk onderzoeksmateriaal is het ondoenlijk te beoordelen of wordt voldaan aan die lastige voorwaarde die de Amsterdamse gemeenteraad (na een motie van PvdA en CDA) vorig jaar stelde: de tweede Coentunnel mag er wel komen, maar niet tot uitbreiding van het woon-werkverkeer per auto leiden.

Door delen van de tunnels voor carpoolers, openbaar vervoer en zakelijk verkeer (tesamen tot "doelgroepen' benoemd) te reserveren hoopte de gemeenteraad die combinatie van meer-wegen-maar-niet-meer-auto's te bereiken. De Adviseur van de Raad van State gelooft er niet zo in; daarvoor doet het Amsterdamse plan wellicht te veel denken aan sigarettenreclame met een voetnoot dat roken schadelijk is voor de volksgezondheid.

    • John Kroon