Op zoek naar een draagmoeder voor rente

Wie (tijdelijk) niet deelneemt in een pensioenregeling en vindt dat zijn of haar ouderdomspensioen straks te laag zal zijn, vergeleken met de huidige levensstijl, kan kiezen uit legio mogelijkheden om het verschil bij te spijkeren. Zo bieden verzekeringmaatschappijen allerlei lijfrentepolissen voor de oude dag.

Een lijfrente is een periodieke uitkering (per maand, kwartaal of jaar) voor de duur van een aantal jaren (bijvoorbeeld van 60 tot 65 jaar) of tot overlijden. Die rente wordt gefinancierd uit een kapitaal dat meestal, maar nodig is dat niet, door middel van een verzekering bijeen gespaard is. De premies voor de verzekering zijn aftrekbaar van het belastbare inkomen, mits de polis is voorzien van een zogenaamde lijfrenteclausule. Daar staat tegenover dat de lijfrenten straks bij uitkering belast zijn.

De fiscus verleent dus nu een flinke gunst en neemt die later met stukjes en beetjes weer terug. Van te voren is niet vast te stellen wie er per saldo aan het kortste eind zal trekken: de belastingontvanger of een taaie betaler die na zijn pensionering nog jarenlang leeft en steeds weer een nu nog onbekend percentage aan belasting moet afdragen.

Wanneer op 1 januari de Wet Brede Herwaardering ingaat, worden de fiscale voordelen van de lijfrente-, kapitaal- en andere levensverzekeringen beperkt. Ook op andere punten worden de teugels aangehaald. De overheid wil proberen om iedereen fiscaal gelijk te behandelen en het (fiscaal) oneigenlijk gebruik van levensverzekeringen en vergelijkbare constructies in te dammen. Daarmee stijgen de belastingopbrengsten met ongeveer 150 miljoen gulden per jaar. Ondanks die beperkingen blijft het aantrekkelijk om een bedrijfspensioen aan te vullen met een lijfrenteverzekering.

Na 1 januari moeten de aard en de bestemming van de rente bij de aanvang van de verzekering bepaald zijn. Begunstigden mogen zijn: de belastingplichtige (tijdelijk of levenslang pensioen) of de nabestaanden (partner, kinderen of anderen). Sommige renten zijn aan een maximum gebonden om voor premieaftrek in aanmerking te komen.

De premie is tot 5000 gulden per jaar per persoon aftrekbaar. Dat is een gering bedrag voor iemand met een flink tekort aan pensioen. Daarom is boven die 5000 gulden (10.000 voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden) nog een extra bedrag van ten hoogste 65.000 gulden aan aftrek mogelijk, mits een pensioentekort aantoonbaar is. Een derde aftrek is toegestaan voor de echte pensioen-achterblijvers. Wie dat zijn is niet duidelijk, omdat de fiscus niet aangeeft wat een redelijk normpensioen is. De hoogste aftrekpost per persoon per jaar komt, met de drie stappen methode, uit op 65.000 gulden per jaar; een belastingbesparing van 39.000 gulden bij een tarief van 60 procent.

Een verzekerde verliest door het afsluiten van een dergelijke meestal langlopende verzekering de beschikking over de betaalde premies. Je ziet pas weer wat terug van je geld na de pensionering of na overlijden. Dat bezwaar is tevens een voordeel, want de premie-dwang bevordert de spaarzaamheid. Wèl is de polis te gebruiken als dekking voor andere verplichtingen of kan de verzekering worden opgezegd (afkopen). Maar op die niet bedoelde uitstapjes volgt een boete en een herziening van de aftrek. Een oudedagvoorziening met belastingvoordelen lijkt wat op een tolweg: als je er af wilt, kost het geld.

Een van de alternatieven is een gewone spaarrekening. Wie per maand 100 gulden opzij legt, heeft na veertig jaar 300.000 gulden als de rente steeds 7,5 procent bedraagt. Maar helaas zijn de oplopende rente-inkomsten, boven 1000 gulden per jaar per persoon, belast en is het in Nederland niet mogelijk om een onbelaste persoonlijke voorziening-reserve voor de oude dag in eigen beheer aan te houden. Dat kan alleen bij een verzekeraar of pensioenfonds.

Het voordeel van sparen is de beschikbaarheid van het spaarsaldo, direct of na korte tijd, voor eventuele financiële noodgevallen als arbeidsongeschiktheid, ontslag, minder winst, echtscheiding, de koop van een huis, dure gebruiksvoorwerpen enzovoorts. In die gevallen moet vaak geld worden geleend tegen aanzienlijke rentepercentages. Het komt voor dat mensen die dat doen ook geld gespaard hebben, bij voorbeeld in een lijfrenteverzekering. Zij sparen en lenen tegelijkertijd. Dat is geen goede opzet van de gezinsfinanciën.

Er is veel voor te zeggen om eerst in eigen beheer een flinke financiële buffer op te bouwen, voordat men geld gaat sparen en opbergen in een fiscaal vriendelijke verzekering. Om de belastingdruk van het zelf sparen te verlichten is sparen via mensen met een geringere druk, een soort rentedraagmoeders, misschien een niet helemaal ideale uitkomst.

    • Adriaan Hiele