NDR: Engels laboratorium goedkoper

ROTTERDAM, 25 OKT. Toen de Stichting Nederlandse Draf- en Rensport (NDR) het onderzoek naar gebruik van ongeoorloofde middelen aan een Engels laboratorium toevertrouwde, kon de NDR niet bevroeden dat die overstap gevolgd zou worden met een opmerkelijke stijging van het aantal positieve gevallen.

Het gaat inmiddels om tien gevallen. Maar gezien het steekproefkarakter van het onderzoek (tweemaal zoveel als in de atletiek, tien maal zoveel als in omringende rensportlanden als Frankrijk en Engeland) en de cijfers van vorige jaren, toen het meestal om een of twee gevallen per jaar ging, valt niet te ontkennen dat de situatie op een af andere manier veranderd is.

Het laboratorium in Newmarket, dat gespecialiseerd is op het onderzoek van renpaarden en windhonden, had een goede reputatie en werd in het verleden al incidenteel door de NDR gebruikt. De andere laboratoria waren gevestigd in Utrecht (inmiddels gesloten) en Breda. Het motief om het onderzoek vrijwel uitsluitend aan Newmarket toe te vertrouwen blijkt zeer prozaïsch te zijn: “de Engelsen boden een aanmerkelijke kwantumkorting aan, waardoor de kosten van het onderzoek konden dalen”, zegt Rob Milders, secretaris van de NDR. “Gezien ook de uitstekende reputatie van het laboratorium was er geen enkele reden om niet op dat aanbod in te gaan.”

De stoffen die door de laboratoria internationaal worden ontdekt zijn volgens de betrokkenen vrijwel altijd het gevolg van medische begeleiding, vergissingen of slordigheden. Bekend is het geval van enkele jaren geleden, toen de pijnstiller butazodidine bij een kerngezonde Nederlandse draver werd aangetroffen. Hij bleek in de stal een box te hebben naast die van een draver die ernstig gebleseerd was en waarvoor de dierenarts behandeling met butazodidine had voorgeschreven. Het Tuchtcollege van de NDR kwam tot de overtuiging dat er van kwade opzet geen sprake was. Volgens de strikte regels moest een paard uit de uitslag van de koers worden verwijderd. De trainer, bij zulke gevallen reglementair altijd verantwoordelijk, raakte voor een periode van drie maanden zijn vergunning kwijt. Dat was met inachtneming van “verzachtende omstandigheden”, want de standaardstraf was in die tijd zes maanden ontzegging. Die straf werd vorig jaar nog uitgedeeld, toen een trainer uit ergernis over een aantal zaken op een koersmiddag zijn medewerking aan een onderzoek weigerde en zijn pupil reglementair positief werd verklaard.

Inmiddels is de strafmaat veel flexibeler geworden, in navolging van de internationale praktijk. Dat was onontkoombaar, sinds al jaren geleden in Engeland een volbloed na het veroveren van een Mars-reep op zijn stalknecht positief had gereageerd. Een verklaring die de Engelse officials accepteerden.

Nog altijd geldt het principe dat het aantreffen van de kleinste hoeveelheden van lichaamsvreemde stoffen in monsters leidt tot diskwalificatie en straf voor de verantwoordelijke trainer. In één van de nu bij de NDR boven water gekomen gevallen luidde het vonnis voor de trainer “een maand schorsing en een boete van 2000 gulden”. Het gebruik van anabole steroïden was aangetoond. Het ging om een draver, die ziek was geweest en niet meer wilde eten. De dierenarts schreef de spierversterker voor, omdat die de eetlust zou terugbrengen. Die kunstgreep slaagde, waarna het paard enige weken langs de kant gehouden moest worden om het verboden middel uit het lichaam te laten verdwijnen. Toch zou het paard na de normale termijn positief hebben gereageerd omdat de lever na de ziekte blijkbaar nog lang niet op volle sterkte werkte.

Het voorbeeld staat model voor de verklaringen die bijna steeds worden gegeven na positieve dopinggevallen: kortwerkende kalmerende stoffen (in feite reispillen), die nog niet uitgewerkt waren, antibiotica waarvan nog sporen aangetroffen werden, of zelfs restanten van verontreiniging in het voer; theobromine.

Dat laatste heeft in twee van de tien gevallen geleid tot vrijspraak met het behoud van de prijs. Het wetenschappelijke “positief” werd omgezet in een juridisch “negatief”. Het tuchtcollege constateerde dat reglementen in het geval van theobromine wegens het ontbreken van een ondergrens verouderd waren, sloot zich aan bij de internationale regel voor theobromine en ging voor één keer op de stoel van de wetgever zitten. De NDR sloot zich haastig aan en bouwde een ondergrens in voor vier stoffen, zoals elders gebruikelijk.

Begin deze maand heeft de internationale rensportconferentie de voerfabrikanten een gele kaart getoond wegens die theobromine-kwestie. De nu geschapen ondergrens zal te zijner tijd weer omlaag moeten. Duidelijk is dat de verbeterde analysemethode en de medische begeleiding samen de materie voor alle betrokkenen veel ingewikkelder hebben gemaakt.