Ministers verbieden marechaussee woord te voeren in Kamer

DEN HAAG, 26 OKT. Minister Hirsch Ballin (justitie) en minister Ter Beek (defensie) hebben commandanten van de dienst luchtvaart van de rijkspolitie en van het regiment Koninklijke Marechaussee op Schiphol verboden het woord te voeren in een hoorzitting van de Tweede Kamer.

Tijdens de hoorzitting op 30 oktober zouden zes delegaties het woord voeren over de kabinetsplannen om de taken van de dienst luchtvaart over te hevelen naar de marechaussee. Volgens de bewindslieden worden de belangen van het betrokken personeel voldoende behartigd door de eveneens uitgenodigde politiebonden.

Het Tweede-Kamerlid Van der Burg (CDA), ondervoorzitter van de commissie voor de politie, zei in een reactie officieel niet op de hoogte te zijn van het verbod van de bewindslieden. “Ik ga er vanuit dat de delegaties die wij hebben uitgenodigd gewoon zullen komen.” De griffie van de Kamercommissie heeft gistermiddag de uitnodiging echter al ingetrokken.

De taak van de marechaussee op Schiphol is op dit moment beperkt tot de grensbewaking. Op 4 juli dit jaar maakten de ministers van Justitie, Defensie en Binnenlandse Zaken bekend dat de marechaussee met ingang van 1 januari 1993 ook zal worden belast met de reguliere politie- en veiligheidszorg op de luchthavens. Dit besluit werd genomen in het kader van de zogeheten Grote Effiency Operatie. Bij het analyseren van de grensbewakings- en politietaken waren de bewindslieden tot de conclusie gekomen dat er vanuit het oogpunt van efficiency en effectiviteit beter was deze taken door één dienst uit te laten voeren dan door twee.

De dienst luchtvaart bestrijdt dat de taakoverheveling grote efficiencywinst zal opleveren. In een rapport aan minister Hirsch Ballin rekende de dienst voor dat de operatie een besparing zal opleveren in overheadkosten van 1 tot twee miljoen miljoen gulden. De kosten van de taakoverheveling zouden echter 20 tot 60 miljoen gulden bedragen.

De voorzitter van de dienstcommissie van de dienst luchtvaart, H. Sonderwal, noemt het verbod “een luizenstreek”. “Ik ben razend kwaad op minister Hirsch Ballin omdat het personeel nooit gekend is in de voornemens.”