Leden Guarneri Strijkkwartet al 25 jaar "getrouwd'

High Fidelity: The Adventures of the Guarneri String Quartet, zondag, Ned. 2, 21.35-23.03u.

Meer dan vijfentwintig jaar zijn ze nu al "getrouwd', de vier leden van het Guarneri Strijkkwartet. Sinds 1964 hebben ze waarschijnlijk meer tijd met elkaar doorgebracht dan met hun gezin. Na het zien van de film High Fidelity: The Adventures of the Guarneri String Quartet, van regisseur en producent Allan Miller, vraag je je af hoe ze dat al die tijd hebben volgehouden. Voortdurend ruziën de violisten Arnold Steinhardt en John Dalley, altviolist Michael Tree en cellist David Soyer over het tempo van een bepaalde passage ("Of jullie versnellen, of wij remmen af.'), over de frasering in een loopje dat door een ander herhaald moet worden, over de dynamiek, over het instrument (altviolist Tree wil graag een keer viool spelen, maar Steinhardt voelt daar niets voor), over de kwaliteit van het laatste concert en over het te spelen repertoire (Steinhardt houdt een pleidooi voor een strijkkwartet van Fritz Kreisler, maar cellist Soyer noemt het Chinese monkeybusiness).

Als iemand ze in het begin van de film daadwerkelijk vraagt hoe ze het oudste Amerikaanse strijkkwartet hebben kunnen worden, blijven de antwoorden vaag. "Geld', zegt John Dalley, de cynicus van het gezelschap, resoluut, en even later voegt hij eraan toe: “Er zijn duizend redenen om bij elkaar te blijven en duizend redenen om uit elkaar te gaan.” Volgens de meer serieuze Steinhardt vinden ze het alle vier gewoon nog steeds leuk om strijkkwartetten te spelen en worden ze voortdurend door mensen gevraagd voor concerten. Later vertelt hun manager dat ze maximaal honderd concerten per jaar geven, maar een veelvoud aan aanvragen binnenkrijgen.

Regisseur Allan Miller, die in 1981 een Oscar won voor zijn film From Mao to Mozart over Isaac Stern in China, ontvouwt in bijna anderhalf uur de beweegredenen van de vier musici. Want, zegt hij “hoe meer je weet van deze mensen, hoe meer je geïnteresseerd raakt in wat ze doen.” Het grootste deel van de film bestaat uit snelle, vakkundig gemonteerde beelden van repetities, party's, plaatopnamen, hotelaankomsten en treinreizen. De geluidsband, waarin op de achtergrond vrijwel voortdurend kwartetmuziek klinkt, is met evenveel vaart over de beelden heen gelegd.

Van alle vier kwartetleden geeft Miller een korte impressie van het leven thuis en ook de vier echtgenotes komen aan het woord over het werk van hun man. Verder zijn er interviewtjes met de leden afzonderlijk, waarin ze iets meer het achterste van hun tong laten zien (opgenomen in vette, bijna irrealistisch aandoende kleuren tegen een knalrode achtergrond). De verschillende scènes worden aan elkaar gelast met concertfragmenten, van Praag tot New York en van Venetië tot Albuquerque.

Waardoor ze nou nog steeds bij elkaar zijn? Misschien doordat ze in de loop der jaren hebben geleerd de juiste toon te vinden in het leveren van kritiek, oprecht en zonder omwegen, en in het incasseren ervan. Misschien doordat ze een middenweg hebben gevonden tussen compromis en individuele vastberadenheid. Misschien door hun democratische manier van werken (volgens Tree een tijdverslindende, maar de enig juiste werkwijze). Misschien slechts door hun liefde voor de magical intimacy van een strijkkwartet. Of gewoon omdat ze er al meer dan vijfentwintig jaar voor zorgen dat hun hotelkamers ver genoeg uit elkaar liggen.

    • Paul Luttikhuis