Joodse geloofswet akkoord met ruil van land voor vrede

Volgende week woensdag begint in Madrid de vredesconferentie over het Midden Oosten. Hoewel de hele joodse wereldgemeenschap al tientallen jaren halsreikend naar zulke vredesonderhandelingen heeft uitgekeken, verwachten sommigen in Israel er bitter weinig van. Zij vrezen dat hun land daar een grote nederlaag wordt voorbereid. Positiever en realistischer zijn echter de verwachtingen van de leiders van een aantal religieuze partijen in Israel.

De hoogbejaarde rabbijn Eliezer Sjach is een van hen. Kortgeleden riep hij op een grote bijeenkomst van de orthodoxie in Bne Berak de Israelische regering ertoe op een eind te maken aan de vestiging van nieuwe nederzettingen in de bezette gebieden. Volgens Sjach moeten de Israeliërs de Amerikanen erkentelijk zijn “omdat zij ons sinds de oprichting van de staat Israel voortdurend hebben geholpen.”

Lange tijd had rabbijn Sjach niet van zich laten horen. Maar nu moest hij wel. De lijn die hij heeft uitgezet met betrekking tot het prbleem van "Land voor Vrede' is niet alleen maar interessant maar getuigt ook van verfrissend denken binnen de religieuze partijen die achttien (vijftien procent) van de zetels in de Knesseth hebben. Daardoor kunnen zij directe politieke invloed uitoefenen op de wankelende coalitie van premier Shamir.

De Nationaal Religieuze Partij (NRP), de politieke achterban van de Goesj Emoeniem is relatief klein met haar vijf zetels. De overige religieuze zetels worden bezet door de Sjas-partij (zes), de Agoeda (vijf) en Degel Tora (twee) en maken deel uit van de coalitie van Shamir. Deze laatste drie partijen met hun dertien zetels staan onder geestelijke leiding van rabbijn Sjach, de onbetwiste leider van het Tora-jodendom in Israel en daarbuiten. Voor deze orthodoxe partijen gelden zijn woorden als de besluiten van het Sanhedrin van weleer.

De politieke wending die rabbijn Sjach heeft geïnitieerd, is uitermate belangrijk; vooral als tegenwicht van de kolonalisatiepolitiek van de pioniers van de Nationaal Religieuze Partij (NRP), die zich georganiseerd hebben in de "Goesj Emoeniem', het Blok der Getrouwen. Traditioneel vormen jonge gezinnen uit dit Blok het speerpunt bij het bevolken van de bezette gebieden waarvoor zij onder meer bijbelse argumenten menen te kunnen hanteren. Wat hen drijft is geen nostalgie of vaderlandsliefde, maar het besef van het Verbond van Abraham met de G'd van Israel van ongeveer vierduizend jaar geleden. Hij gaf Abraham de opdracht (Genesis 12:1-4) naar het Heilige Land te gaan om daar te wonen. Het land dat Abraham werd toegezegd, is echter bijzonder uitgebreid...

Rabbijn Sjach die sinds jaar en dag een realistische benadering van de Midden-Oosten problematiek verkondigt, heeft met zijn uitspraken duidelijk gemaakt dat hij de Groot-Israel gedachte pas bewaarheid ziet in de tijd van de Messias. Omdat daarvan naar zijn opvatting op dit moment nog geen sprake is, is hij in actie gekomen tegen de Messiaanse euforie die op het ogenblik door de joodse wereld waart en gevoed wordt door allerlei recente ontwikkelingen in het wereldgebeuren. Bijvoorbeeld dat de Sovjet-Unie uiteengevallen is en geen vijandige factor voor Israel meer vormt. Daar komt nog bij dat de terugkomst der ballingen, de prelude van de Messiaanse era, ongekende dimensies heeft aangenomen door de emigratie vanuit Rusland, Ethiopië en andere landen. De nederlaag van Irak (het vroegere Babylonië) die volgens de joodse traditie al geprofeteerd was, heeft bovendien de Messiaanse verwachting alleen maar versterkt.

De uitspraken die rabbijn Sjach daar tegenover stelt zijn niet geïnspireerd door opportunisme, pragmatisch realisme of enige politieke overtuiging. Hij is niet meer dan een trouwe verkondiger van de joodse wet. In zijn visie moet al het joodse denken en handelen getoetst worden aan de joodse wet, die vastgelegd is in de Tora als ook in de mondelinge praktijkleer in de Misjna en Talmoed die het religieuze leven tot in de kleinste details voorschrijft en regelt. Die leer stond garant voor het voortbestaan van het joodse volk gedurende tweeduizend jaar verstrooiing en diezelfde leer zegt ook dat historische rechten op het land voor het voortbestaan van het joodse volk niet van doorslaggevende betekenis zijn.

Voorop staat de veiligheidsvraag. Rabbijn Sjach zegt dat teruggave van bezette gebieden geboden is als daar een gegarandeerde en stabiele vrede tegenover staat. Levensgevaar gaat voor landbezit, historische rechten en bijbelse plichten, aldus de joodse wet. Met die opvatting draagt rabbijn Sjach het joodse standpunt uit zoals dat eeuwenlang in de Talmoed-hogescholen overal ter wereld is verkondigd. Dus is er feitelijk geen sprake van enige verandering in het religieuze denken van de grote rabbijnen-leiders. Zo luidde de joodse wet sinds de Openbaring op de berg Sinai meer dan drieduizend jaar geleden en zo oefent rabbijn Sjach vanuit zijn Talmoedstudeerkamer een beslissende invloed uit op de Israelische politiek, nu de partijen die onder zijn hoede staan voor Shamirs coalitie zo belangrijk zijn.

    • R. Evers