Inwoners Rotterdam doen weinig aangifte

ROTTERDAM, 26 OKT. In Rotterdam wordt weinig aangifte gedaan van een misdrijf omdat het slachtoffer niet veel vertrouwen heeft dat de politie het oplost. Ook hebben de Rotterdammers weinig vertrouwen in de houding waarmee zij door de politie tegemoet worden getreden. Eén op de vijf Rotterdammers is om die redenen niet van plan een misdrijf aan te geven als hij of zij slachtoffer wordt. Van ruim de helft van de misdrijven wordt geen aangifte gedaan.

Dat blijkt uit een enquête naar de beleving van criminaliteit die de Rotterdamse politie heeft laten uitvoeren onder 6.000 Rotterdammers verspreid over de stad. Het onderzoek is gehouden in de periode tussen juni vorig jaar en juni dit jaar en uitgevoerd door NSS Beleidsonderzoek en Beleidsadvies.

Maar een zeer beperkt deel van de veel voorkomende criminaliteit, zoals fietsendiefstal en auto-inbraken, komt op het “netvlies” van de politie terecht. De rest is voor de politie een “blinde vlek”.

Het zicht van de Rotterdamse politie op de criminaliteit wordt daardoor sterk vertroebeld. Een groot deel van de slachtoffers zal, wanneer men van eenzelfde delict weer slachtoffer zou worden, niet opnieuw aangifte doen, aldus het onderzoek.

Van de Rotterdamse bevolking van 15 jaar en ouder wordt jaarlijks 42,2 procent slachtoffer van één of meer misdrijven. Veel inwoners voelen zich niet veilig op straat. Bijna de helft van hen durft 's avonds de deur niet meer open te doen als hij of zij alleen thuis is. Zeven op de tien mensen mijden 's avonds bepaalde plekken in de buurt. Eén op de vijf Rotterdammers leeft met de gedachte ooit kans te lopen het slachtoffer te worden van crimineel gedrag.