Het zelfgewilde einde (2)

Doodgaan wordt een overweging voor een bejaarde die ondraaglijke pijn lijdt of een vegetatief leven gaat lijden.

Om daarvan verlost te worden moet hem op zijn wens de medewerking van medici en apothekers verleend worden voor euthanasie. Velen van dezen weigeren die wat te wijten valt aan een achterlijke wetgeving. Ook kan bij hen sprake zijn van het doorwerken van de christelijke mentaliteit, belichaamd in kerken en bij de theologen. Die betrekken nu de laatste stellingen in hun gevecht tegen de goede dood, voor het ongeboren leven en voor de zondagsheiliging.

De klinisch psycholoog Ad Kerkhof (NRC Handelsblad, 21 oktober) kan meegaan met euthanasie in bovenaangehaalde zin, mits blijkt dat de doodswens niet voortkomt uit een behandelbare aandoening door een psycholoog of psychiater. Het valt op dat er niet staat uit een te genezen aandoening. Kerkhof meent zijns broeders hoeder te moeten zijn.

Ik kan me voorstellen dat er sprake kan zijn van een doodsverlangen bij oude mensen met een te gering inkomen voor hun levensstandaard. Vroeger was het aantal behoeftigen naar verhouding veel groter dan nu, dus beter te dragen: gedeelde smart is halve smart. De voorgangers van de kerken beloofden hun een onbezorgd bestaan in een hiernamaals, mits ze hun tijd afwachtten.

Daar komt nog bij dat oude mensen te kampen krijgen met kwaaltjes. Ze lopen moeilijker, soms met pijn, gezicht en gehoor worden minder, ze reageren niet meer zo alert, ze zijn vaak vermoeid. Hun sociale contacten gaan achteruit, kennissen ontvallen hun, die kring was altijd al klein: ze kozen die selectief. Hun kinderen wonen ver weg en hebben het druk voor te frequente contacten. Het hoeft voor hen niet zo nodig meer. Ze raken “oud en der dagen zat”.

    • J. Mooij